Allegory

Beeldverhaal

Allegory is een voortgezette metaphor waarbij een geheel tafereel of verhaal op één niveau van betekenis wordt uitgedrukt terwijl het verwijst naar een andere, diepere werkelijkheid. De figuur verschilt van de parabel (die vergelijkt) doordat allegorie impliceert: het beeldverhaal is de werkelijkheid, maar op een ander niveau.

Etymologie

Van het Grieks ἀλληγορία (allegoria): allos (ander) + agoreuein (spreken in de openbare ruimte, van agora = marktplaats). Allegorie is dus letterlijk “andere-taal spreken” of “spreken met een andere bedoeling dan de oppervlakkige betekenis”. Bullinger onderscheidt allegorie van parabel en van eenvoudige metafoor: allegorie is een voortgezette, veelzijdige metafoor die narratieve of beschrijvende omvang heeft.

Definitie

In Bullinger’s classificatie is Allegory een figuur van verandering (Wave C): de letterlijke of oppervlakkige betekenis van de tekst geeft uitdrukking aan een figuurlijke werkelijkheid. Dit vraagt van de lezer dat hij de beelden identificeert met hun theologische inhoud. Bullinger betoogt dat allegorie in de Bijbel nooit los staat van de leer: het beeldverhaal draagt een specifieke heilshistorische werkelijkheid.

Bijbelvoorbeelden

Hagar en Sara — twee verbonden (Jones + Warnock: Gal. 4):

  • Gal. 4:21-31 — “wat Hagar en Sara betreft, zijn deze twee vrouwen twee verbonden: de één van de berg Sinaï, die tot dienstbaarheid baart, welke Hagar is… maar de andere is het hemelse Jeruzalem, en dit is onze moeder… Wij nu, broeders, zijn kinderen der belofte, naar Izak”
    • Bullinger: “ἅτινά ἐστιν ἀλληγορούμενα” (v. 24) — Paulus benoemt de figuur zelf; Hagar = Sinaï-verbond = vleselijk zoonschap; Sara = belofte-verbond = geestelijk zoonschap

De ware wijnstok — vereniging en vruchtdracht:

  • Joh. 15:1-8 — “Ik ben de ware wijnstok, en Mijn Vader is de Landman… Gij zijt de ranken” — de gehele beschrijving van het snoeien, de vrucht, het verblijven, het vuur, draagt de allegorie van eenheid met Christus

De wapenrusting Gods:

  • Ef. 6:11-17 — “Doet aan de gehele wapenrusting Gods… de gordel der waarheid… het borstharnas der gerechtigheid… de schoenen… het schild des geloofs… de helm der zaligheid… het zwaard des Geestes” — elk element van de Romeinse legerofficier-uitrusting is een allegorie van geestelijke realiteiten (Warnock bestudeerde dit patroon in de context van zijn tabernakel-ecclesiologie)

De herder en de schapen:

  • Joh. 10:1-16 — de gehele beschrijving van hok, deur, herder, vreemde, rover, en schapen als allegorie van Christus, de gelovigen, de godsdienstige leiders van Israël, en de volkeren

De wijnberg des HEEREN:

  • Jes. 5:1-7 — “De wijnberg des HEEREN der heirscharen is het huis Israëls” — Jesaja onthult zelf de allegorie: de bewerking, de verwachting, de teleurstelling, het oordeel

Verwante stijlfiguren

  • metaphor — de eenvoudige enkelvoudige metafoor; Allegory is de voortgezette vorm
  • simile — expliciete vergelijking; Allegory is implicit en narratief
  • antithesis — Gal. 4 combineert allegorie en tegenstelling (twee vrouwen, twee verbonden)
  • prosopopoeia — personificatie; soms verweven met allegorie

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 748-788.