Wanneer Jezus ‘allen’ zei
een verkenning van zijn woorden over herstel
Wat deed Jezus precies wanneer Hij zei: “Ik zal allen tot Mij trekken”? Beloofde Hij een mogelijkheid — of kondigde Hij een werkelijkheid aan?
Die vraag lijkt technisch. Maar voor wie de Evangeliën met verse ogen leest, is ze ook persoonlijk: gaat het om een uitnodiging die afgewezen kan worden, of om een belofte die standhoudt? En wat zou het betekenen als Jezus’ woorden werkelijk zo ruim waren als ze klinken?
In dit artikel verkennen we enkele uitspraken van Jezus die hersteltheologen beschouwen als het hart van wat de apostel Petrus omschreef als de apokatastasis van alle dingen — het herstel dat God “door de mond van al zijn heilige profeten van eeuwen her” had beloofd (Hand. 3:21).
Wat leert de hersteltheologie ons over Jezus’ woorden?
De hersteltheologie leest Jezus’ uitspraken anders dan de traditionele exegese. Niet als beeldspraak die afgezwakt moet worden, maar als aankondigingen met een welomschreven reikwijdte.
Johannes 12:32 staat daarin centraal:
En Ik, wanneer Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen tot Mijzelf trekken.
Stephen Jones, wiens werk uitgebreid wordt besproken in de apokatastasis.wiki-bronnen, wijst erop dat het werkwoord hier — het Griekse helkuo — in het Nieuwe Testament altijd iets krachtigs aanduidt: niet aantrekken als een magneet die gemakkelijk weerstaan kan worden, maar trekken zoals een net water trekt (vgl. Joh. 21:6). Zijn commentaar op de tekst is recht door zee:
Was Jezus verhoogd aan het kruis? Vanzelfsprekend ja. Dan zal Hij inderdaad allen tot Zichzelf trekken. Hij stierf voor de redding van de gehele wereld, niet slechts van enkelen, en Zijn bloed heeft nooit zijn kracht verloren. — Jones, Creation’s Jubilee, H5
Naast Johannes 12:32 staat Kolossenzen 1:19-20:
Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou, en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou — door vrede gemaakt te hebben door het bloed van Zijn kruis — hetzij de dingen op de aarde, hetzij de dingen in de hemelen.
Jones merkt op dat Paulus eerst “alle dingen” nauwkeurig definieert — het geschapen universum, zichtbaar en onzichtbaar — en vervolgens stelt dat het het welbehagen van de Vader was om dit alles door Christus te verzoenen. Niet een wens, niet een mogelijkheid: een goddelijk welbehagen.
En dan 1 Timotheüs 4:10-11, een tekst die in de hersteltheologie zwaar weegt:
wij hebben onze hoop op de levende God gevestigd — Die de Zaligmaker is van alle mensen, inzonderheid van de gelovigen.
De traditie leest “inzonderheid” als uitsluiting: gelovigen worden gered, anderen niet. Maar Jones leest het als volgorde: gelovigen worden eerder gered, anderen later. Het woordje malista markeert rangorde, niet omvang. Gelovigen zijn de eerstelingen van een oogst die nog niet klaar is.
Twee stemmen, één beweging
De apokatastasis.wiki-bronnen bevatten twee auteurs die beiden deze lijn trekken, maar met een eigen nadruk.
Stephen Jones benadert Jezus’ uitspraken via het jubeljaarrecht. In zijn christologie legt hij uit dat de menswording juridisch noodzakelijk was: Christus moest vlees en bloed aannemen om het wettelijke recht van de go’el — de naaste-verwante-losser — te verkrijgen (Heb. 2:14-17). Zonder dat recht was Christus slechts een vriend; met dat recht was hij juridisch verplicht te verlossen wat verloren was (vgl. Lev. 25). Zie hiervoor ook Jones, Christologie b1.
Daarmee verandert Jezus’ incarnatie van een vrome keuze in een wet die standhoudt. De wet gebiedt de naaste verwant te lossen als hij de macht heeft om dat te doen. En Jones concludeert: “Aan de wet werd volkomen voldaan.”
Zijn bekendste onderscheid betreft de aard van de menselijke erfenis:
Wij zijn niet sterfelijk omdat wij zondigen. Wij zondigen omdat wij sterfelijk zijn. — Jones, Creation’s Jubilee, H9
De erfenis van Adam is sterfelijkheid, niet een onstuitbare zonde-natuur. Dat maakt Christus’ verlossing aanspreekbaar: hij hoeft geen onherstelbaar gecorrumpeerde ziel te genezen, maar de imputatie van Adams overtreding weg te nemen en sterfelijkheid te overwinnen. Dat is precies wat de opstanding aankondigde.
Het Adam-Christus-parallel in Jones, Soteriologie b1 formuleert het als volgt, verwijzend naar Romeinen 5:18:
Zoals dan door één overtreding de veroordeling kwam over alle mensen, zo komt ook door één daad van rechtvaardigheid de rechtvaardiging van het leven over alle mensen.
Jones’ redenering: als Adams overtreding alle mensen trof — zonder uitzondering —, dan bereikt Christus’ rechtvaardigheid alle mensen. Want anders zou Adams macht groter zijn dan die van Christus. En dat is ondenkbaar.
Cees Noordzij, ook vertegenwoordigd in de apokatastasis-woordenlijst van deze wiki, plaatst hetzelfde herstel in een kosmologisch kader. Verwijzend naar Romeinen 8:18-25 beschrijft hij hoe de gehele schepping zuchtte onder vruchteloosheid en uitreikt naar de definitieve bevrijding. Het is niet de individuele ziel die gered wordt uit een brandend universum — het is de schepping zelf die haar oorspronkelijke doel bereikt.
Beide accenten versterken elkaar. Jones laat zien waarom Christus kon verlossen; Noordzij laat zien hoe ver die verlossing reikt.
De apokatastasis-doordenking: wat verandert er?
Als de hersteltheologie gelijk heeft — ook maar gedeeltelijk — dan verandert er iets in de manier waarop we Jezus’ woorden lezen.
Het Griekse σωτηρία (soteria), het Nieuw-Testamentische hoofdwoord voor heil, omvat “bevrijding van zonde en dood, herstel van de relatie met God, en eschatologische volkomenheid.” Niet een momentopname, maar een beweging door de tijd. Niet één beslissingsmoment, maar een weg waarop de mens geleid wordt — soms met zachtheid, soms door oordelen die corrigeren in plaats van vernietigen.
Jones formuleert het kernachtig: “God heeft slechts bepaald dat sommigen eerder gered worden. De anderen zijn voorbestemd om later gered te worden.” Dit is geen zwak compromis, maar een theologisch coherente positie: sterke predestinatie én universele verlossing zijn beide waar, omdat de predestinatie gaat over volgorde, niet over omvang.
Wat betekent dat dan voor Jezus’ uitspraken? Ze worden groter, niet kleiner. “Ik zal allen tot Mij trekken” is dan geen vrome hoop, maar een aankondiging van wat het kruis in beweging heeft gezet. Een beweging die — misschien lang, misschien via wegen die wij nog niet zien — alle dingen in haar bereik trekt.
Zoals 1 Korintiërs 15:28 het formuleert: “opdat God alles in allen zou zijn.” Niet een deel. Niet de gelukkige enkelen. Alles in allen.
Een uitnodiging, geen afsluiting
Dit artikel sluit niets af. Geen stellige theologische claim, geen definitieve uitleg van Griekse werkwoorden.
Maar de vraag blijft: wat als Jezus’ woorden werkelijk zo ruim bedoeld waren? Wat als de Vader die het welbehagen had om alle dingen te verzoenen, dat werkelijk van plan is — en er een weg is die wij nog niet volledig kunnen overzien?
Het universalisme dat Jones en Noordzij verdedigen is geen goedkoop universalisme dat het oordeel bagatelliseert. Het is een hersteltheologie die God serieus neemt als rechter én als Vader — en die gelooft dat deze twee niet op gespannen voet hoeven te staan. Oordeel is bij hen geen doel op zich, maar een middel dat God inzet in dienst van de uiteindelijke verzoening.
De uitnodiging is eenvoudig: lees de teksten. Kijk wat Jezus zei. En vraag je af of het groter is dan je dacht.