George H. Warnock — Soteriologie

b2 — Evening and Morning


Progressieve heilsorde: wedergeboorte als zaad — groei — vrucht

Warnock beschrijft de wedergeboorte als begin van een progressieve heilsorde, niet als eindpunt:

“Stilletjes komt de Geest van God in het leven en zo iemand wordt ‘wedergeboren’ door het onvergankelijke zaad van het Woord van God. Maar het is werkelijk slechts het uitspruiten van het zaad. Het is een wedergeboorte in de innerlijke mens.”1

(Warnock, Evening and Morning, hst. 5)

En over de noodzaak van volledige vrucht:

“Niet alleen voor de zaadregen van bekering (‘wedergeboren, niet uit vergankelijk zaad, maar uit onvergankelijk…’), maar ook voor de oogstregen van de VRUCHT… de regens die de vrucht voortbrengen die exact gelijk is aan het oorspronkelijke zaad dat geplant is. Iets minder is volstrekt onaanvaardbaar voor de Landman.”2

(Warnock, hst. 5)

Interpretatie: Wedergeboorte is voor Warnock het begin van een heilsproces dat pas voltooid is wanneer de vrucht van de Geest volledig gevormd is — Christus gevormd in de gelovige.


Rechtvaardiging door toerekening (imputation)

Warnock bevestigt rechtvaardiging door toerekening in parallel met Adams zonde door toerekening:

“Wij hebben Gods gerechtigheid in Christus door toerekening, juist zoals wij Adams zonde en dood door toerekening hebben; en zoals wij opgroeien in Adams zonde tot zijn afschuwelijke climax door natuurlijke voortbrenging, op dezelfde wijze GROEIEN WIJ OP TOT CHRISTUS IN ALLE DINGEN door geestelijke voortbrenging.”3

(Warnock, hst. 2)

Interpretatie: Warnock erkent de forensische grondslag van rechtvaardiging (toerekening), maar verbindt er onmiddellijk de progressieve groei in Christus aan.


Genade als grotere kracht dan de zonde (Rom. 5)

Warnock benadrukt het “veel meer” van de genade tegenover de zonde van Adam:

“Vijfmaal in Romeinen 5 gebruikt de apostel Paulus de uitdrukking ‘veel meer’ met betrekking tot de kracht van de genade Gods, in contrast met de zonde van Adam. Zullen wij niet geloven dat er een veel grotere en ‘veel meer’ potentie ligt in de Wet van de Geest des Levens, dan in de wet van zonde en dood?”4

(Warnock, hst. 2)

“Zullen wij de macht van Adam en Satan eren boven de macht van Christus en de Heilige Geest?”5

(Warnock, hst. 2)

Warnock trekt hieruit de soteriologische conclusie dat de kerk het niveau van totale overwinning kan bereiken:

“Wij erven de kracht der genade van de Heer Jezus, zoals wij de vloek der zonde van Adam erven.”6

(Warnock, hst. 2)


Heiligmaking: conformiteit aan het beeld van Gods Zoon als het goddelijke doel

Warnock stelt expliciet dat het heilsdoel niet minder kan zijn dan volledige conformiteit aan het beeld van Christus:

“Dit goddelijke ultieme moeten wij hier en nu verklaren niets minder te zijn dan volledige gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, waar Hij in ons woont in al Zijn volheid, en Zijn Liefde VOLMAAKT wordt in ons.”7

(Warnock, hst. 4)

En over de wet van de Geest als de maatstaf van ware vrijheid:

“God zou ons in deze dag van Zijn heerlijkheid volkomen vrijmaken van wet. Maar alleen wanneer wij gevangenen van de Zoon worden, worden wij werkelijk vrijgemaakt.”8

(Warnock, hst. 4)

Partiële overwinning is voor Warnock gelijkwaardig aan nederlaag:

“Iets minder dan totale verovering… iets minder dan een volledige en uiteindelijke bezitneming van het hemelse rijk… iets minder dan volledige verovering betekent nederlaag.”9

(Warnock, hst. 2)


Eenheid met Christus (Union with Christ)

Warnock beschrijft de eenheid met Christus als het fundament van de heilsvervulling, parallel aan de eenheid van de Vader en de Zoon:

“Opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook ZIJ in ons één zijn… Ik in hen, en Gij in Mij, opdat ZIJ VOLMAAKT ZIJN IN ÉÉN.”10

(Warnock, hst. 5, citerend Joh. 17:21-23)

“De wijze waarop God Zijn volheid openbaarde in de Heer Jezus is dezelfde als de wijze waarop de Heer Jezus Zijn volheid openbaart in de Kerk, die Zijn Lichaam is.”11

(Warnock, hst. 5)

Interpretatie: Warnock hanteert een analogie tussen de incarnatie (Vader in de Zoon) en de heilsvolharding (Christus in de gelovigen): beide zijn betrokkenheid via utter afhankelijkheid en gehoorzaamheid, niet via inherente vergoddelijking.


Nieuw Verbond als hartbeschrijving

Warnock beschrijft het Nieuwe Verbond niet als uitwendig document maar als innerlijke transformatie:

“Dit is het Nieuwe Verbond, de onuitwisbare inscriptie van de gedachte en wil en hart van God op de gedachte en wil en hart van Zijn volk. ‘Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die in hun verstanden schrijven…’ (Heb. 10:16).”12

(Warnock, hst. 5)

“Het is niet slechts het hart dat de impulsen en de deugden van Zijn genade voelt, maar het is in het hart dat gevormd en gemodelleerd wordt naar het Goddelijke beeld, totdat het hart van de mens het hart van God zelf wordt.”13

(Warnock, hst. 5)


High calling en roeping

Warnock gebruikt “the high calling” als soteriologisch begrip voor de bestemming van de gelovige:

“Met nederlaag bedoelen wij een soort van gedeeltelijke overwinning, of een tekortschieten in enige zin van het woord van die hoge en heilige roeping waardoor en waartoe wij geroepen zijn.”14

(Warnock, hst. 1)

“Jagende naar het wit van de ‘hoge roeping.‘”15

(Warnock, hst. 2)

De roeping wordt universeel gedefinieerd als het manifesteren van Gods excellenties:

“Het volk dat geschapen is om ‘de HEERE te prijzen’, om Zijn voortreffelijkheden in de aarde te tonen en te openbaren (Ps. 102:18).”16

(Warnock, hst. 2)


Verheerlijking: de velen zonen als de vrucht van Christus’ hemelvaart

Warnock beschrijft de verheerlijking van de gelovigen als het doel van Christus’ hemelvaart en uitstorting van de Geest:

“Ditmaal is het doel van God om in de aarde andere zonen voort te brengen, gelijk aan Zijn eigen Zoon, en hen terug te brengen tot het hart van de Vader in nog een grotere volheid!”17

(Warnock, hst. 5)

“Zoals wij in de familie van Adam geboren worden, zo worden wij in de familie van Christus geboren; dat wij de kracht der genade van de Heer Jezus erven.”18

(Warnock, hst. 2)

Christus’ gehoorzaamheid als het model voor de gelovige:

“Wij moeten ook gehoorzaamheid leren door de dingen die wij lijden. Ook wij moeten in het pad der gehoorzaamheid wandelen als een dienstknecht, gehoorzaamheid tot in de dood, gehoorzaamheid die ons uiteindelijk leidt tot volledige identificatie met Zijn eigen Kruis.”19

(Warnock, hst. 5)


Vrijheid door de Zoon (geen vrijheid door de vrije wil)

Warnock verwerpt de notie van een ‘vrije wil’ als zelfstandig soteriologisch principe:

“De mens is op geen enkele wijze ‘vrij’, noch als het zaad van Adam noch als het zaad van Abraham. Jezus maakt dit overvloedig duidelijk. Alleen de Zoon kan iemand vrijmaken, en dit is de enige ware vrijheid die de mens kan hebben (Joh. 8:32-36).”20

(Warnock, hst. 1)

“Ware vrijheid bestaat in vitale eenheid met de Zoon… in feite in het gebonden worden aan de Zoon met banden van de Geest, die iemand effectief en ervaringsmatig bevrijden van de vroegere gebondenheid aan zonde en zelf.”21

(Warnock, hst. 4)

[SPANNING met gangbaar Arminianisme: Warnock verwerpt uitdrukkelijk de vrije wil als vrijheidsbasis; vrijheid is enkel mogelijk via de Zoon, niet via autonome menselijke keuze.]


Originele citaten

Footnotes

  1. “Silently does the Spirit of God come into the life and such a one is ‘born again’ by the incorruptible seed of the Word of God. But it is really just the sprouting of the seed. It is a rebirth in the inner man.”

  2. “Not merely for the seed rain of conversion (‘being born again, not of corruptible seed, but of incorruptible…’), but also for the harvest rain of the FRUIT… the rains that bring forth the fruit that is exactly like unto the original seed that was planted. Anything less is utterly unacceptable to the Husbandman.”

  3. “We have God’s righteousness in Christ by imputation, just as we have Adam’s sin and death by imputation; and that as we grow up into Adam’s sin unto its horrible climax by reason of natural generation, by the same token WE GROW UP UNTO CHRIST IN ALL THINGS by reason of spiritual generation.”

  4. “Five times in Romans 5 does the apostle Paul use the expression ‘much more’ relative to the power of the grace of God, in contrast to the sin of Adam. Shall we not believe that there is a much greater and a ‘much more’ potential in the Law of the Spirit of Life, than there is in the law of sin and death?”

  5. “Are we going to honor the power of Adam and Satan above the power of Christ and the Holy Spirit?”

  6. “We inherit the power of grace from the Lord Jesus, as we inherit the curse of sin from Adam.”

  7. “This divine ultimate we must state here and now to be nothing less than full conformity to the image of His Son, where He abides in us in all His fulness, and His Love is PERFECTED in us.”

  8. “God would make us completely free from law in this day of His glory. But it is only as we become captives of the Son that we are really made free.”

  9. “Anything less than total conquest… anything less than a complete and final possession of the heavenly realm… anything less than complete conquest spells defeat.”

  10. “That they all may be one; as thou, Father, art in me, and I in thee, that THEY also may be one in us… I in them, and thou in me, that THEY MAY BE MADE PERFECT IN ONE.” (John 17:21-23)

  11. “The manner in which God manifested His fulness in the Lord Jesus is the same as the manner in which the Lord Jesus manifests His fulness in the Church, which is His Body.”

  12. “This is the New Covenant, the indelible inscription of the mind and will and heart of God upon the mind and will and heart of His people. ‘This is the covenant that I will make with them after those days, saith the Lord: I will put my laws into their hearts, and in their minds will I write them…’ (Heb. 10:16).”

  13. “It is not merely the heart feeling the impulses and the virtues of His grace, but it is in the heart being fashioned and molded in the Divine image, till man’s heart becomes the very heart of God.”

  14. “By defeat we mean some kind of a partial victory, or a falling short in some sense of the word from that high and holy calling by which and unto which we have been called.”

  15. “Pressing toward the mark of the ‘high calling.‘”

  16. “The people that were created to ‘praise the LORD,’ even to show forth and manifest His excellencies in the earth (Psa. 102:18).”

  17. “This time the purpose of God is to bring forth in the earth other sons, like unto His very own Son, and bring them back unto the heart of the Father in yet a greater fulness!”

  18. “As we are born into the family of Adam, so are we born into the family of Christ; that we inherit the power of grace from the Lord Jesus.”

  19. “We, too, must learn obedience by the things which we suffer. We too must walk in the pathway of obedience as a servant, obedience unto death, obedience that leads us eventually into complete identification with His very own Cross.”

  20. “Man is in no sense ‘free’ either as the seed of Adam or as the seed of Abraham. Jesus makes this abundantly clear. Only the Son can make one free, and this is the only true freedom that man can have (Joh. 8:32-36).”

  21. “True liberty consists of vital union with the Son… in fact, in becoming bound to the Son with bonds of the Spirit which effectually and experimentally liberate one from the former bondage to sin and self.”