Definitie (huisstijl)

Kenosis (Grieks: κένωσις, “zelfontlediging”) verwijst naar de zelfontlediging van de eeuwige Zoon bij zijn menswording, zoals beschreven in Fil. 2:7-8: “Zichzelf heeft ontledigd en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen.” Theologisch is omstreden wat precies werd “ontledigd”: het gebruik van bepaalde goddelijke eigenschappen (kenose van gebruik), de goddelijke glorie en status (gloriekenose), of de goddelijke natuur zelf (extreme kenose, doorgaans als onbijbels beschouwd). Op apokatastasis.wiki wordt kenosis verstaan als de vrijwillige, voortdurende ontlediging van de Zoon in zijn aardse leven, zonder afstand te doen van zijn goddelijke natuur — een proces dat Noordzij als navolging-model presenteert (Fil. 2:5).

Gebruiksvarianten per auteur

Noordzij

Noordzij beschrijft kenosis als een meervoudig en doorlopend proces, niet beperkt tot het moment van menswording:

“Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij ‘Zichzelf heeft ontledigd en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd’ (Fil. 2:7-8). Nee, ook op aarde zou Jezus Zich verder ontledigen en vernederen. Dertig jaar lang ‘nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen’ (Luc. 2:52).”

[Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §47-48]

Kenosis is bij Noordzij geen eenmalige daad maar een levenshouding die Jezus’ gehele aardse bestaan kenmerkt — van de kribbe tot het kruis. Tegelijk wordt het als navolging-model aangeboden (Fil. 2:5): de roeping van de gelovige is dezelfde gezindheid te hebben.

Warnock

Warnock werkt het kenotisch thema uit via het bredere patroon van Gods zwakheidsstrategieën door de heilsgeschiedenis:

“In het verhaal van Christus hebben wij het mooiste voorbeeld van allen, over de zwakheid en de dwaasheid van God. De incarnatie zelf was een daad waarbij de Machtige God van Jakob zwak werd.”

[Warnock, The Hyssop that Springeth Out of the Wall, hyssop1.html]

Voor Warnock onthult de kenosis wie God werkelijk is: ware grootheid openbaart zich altijd via het kleine, het zwakke, het onaanzienlijke. Dit maakt de menswording niet slechts een heilsdaad maar een fundamenteel openbaringspatroon dat door de hele Schrift loopt.

Zie ook