doop van Jezus
Definitie
De doop van Jezus (Luc. 3:21-22; Matt. 3:13-17; Marc. 1:9-11; Joh. 1:32-34) is het moment waarop Jezus door Johannes in de Jordaan werd gedoopt, de Heilige Geest op Hem neerdaalde als een duif en een stem uit de hemel sprak: âJij bent mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik welbehagen heb.â Op apokatastasis.wiki is de doop christologisch geladen als inauguratie van het drievoudig ambt: de zalving van de Geest maakt Christus tot profeet (in de lijn van Mozes, Deut. 18:15), priester (naar de orde van Melchizedek, Ps. 110:4) en koning (Davidstelg, 2 Sam. 7:12-14).
De doop markeert tevens het begin van Jezusâ openbare voortgaande kenosis: na 30 jaar verborgen leven in Nazareth inaugureert dit moment het publieke heilswerk.
Gebruiksvarianten per auteur
Noordzij
Noordzij identificeert de doop als het zalvingsmoment tot het volledige drievoudig ambt en verbindt de hemelse verklaring aan de profetische, priesterlijke en koninklijke dimensie van Jezusâ roeping:
âToen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde: âJij bent mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik welbehagen hebâ (Luc. 3:21-22). Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!â
[Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §48]
Het profetisch ambt verbindt Noordzij aan de vervulling van de Mozes-profetie: de doop inaugureert de bediening van de profeet âzoals Mozesâ die IsraĂ«l naar de vrijheid leidde, maar nu als de Profeet die van boven komt (Joh. 10:3; 12:32).
Bullinger
Bullinger verbindt de jubileumopening van Jezusâ bediening â de lezing van Luc. 4:18-19, direct volgend op de doop en de verzoeking â met zijn jubileumchronologie: dertig jubeljaren (1500 jaar) leiden van de Exodus naar het moment waarop Christus âhet aangename jaar des Heerenâ inluidde:
âDertig jubeleumjaren brengen ons van de Exodus tot de opening van Christusâ bediening, toen Hij, Jes. 61:2 openende, âhet aangename jaar des Heerenâ verkondigde in een zevenvoudige profetie (zie Luc. 4:18-21).â
[Bullinger, Number in Scripture, Part I, hfst. I]
De doop is bij Bullinger het chronologische en typologische scharnierpunt: het moment waarop het jubileumpatroon van 1500 jaar zijn christologische vervulling bereikt.