Definitie (huisstijl)
De economische triniteit (van het Griekse oikonomia: huishoudelijk beheer, uitdeling) verwijst naar de drie goddelijke Personen in hun heilshistorische werkzaamheid en openbaring: de Vader als oorsprong en initiator, de Zoon als bemiddelaar en verlosser, de Geest als toepasser en voltooier. De economische triniteit staat tegenover de immanente triniteit, die de relaties van de goddelijke Personen onderling — onafhankelijk van de schepping en heilsgeschiedenis — beschrijft. In dit corpus is de economische triniteit het dominante kader: alle drie de auteurs hanteren een heilshistorische trinitarische visie, terwijl de immanente triniteit grotendeels buiten beschouwing wordt gelaten of expliciet als onkenbaar wordt aangemerkt.
Gebruiksvarianten per auteur
Jones
Jones structureert de economische triniteit langs de drie Israëlische feesttijden (Pascha, Pinksteren, Loofhutten) als heilshistorische fasen van de aanwezigheid van de Geest:
“De Pascha-tijdperk Kerk, of het Koninkrijk, begon met Mozes bij dat eerste Pascha, toen Israël uit Egypte wegtrok. […] Het was een tijdperk waarin de Heilige Geest BIJ het volk was, maar niet IN hen.”
“De derde Kerk is de Loofhutten-tijdperk Kerk. Aan het begin van dit tijdperk zal God de volheid van Zijn Geest uitgieten over de overwinnaars.”
[Jones, Creation’s Jubilee, Hfst. 6]
De drie tijdperken corresponderen met drie kwalitatief verschillende modi van de Geest-aanwezigheid: BIJ (oud-testamentisch), IN (Pinksteren), VOLLEDIG (Loofhutten). Jones koppelt hieraan de drie oogstfeesten en drie opeenvolgende opstandings-groepen (tagmata). De economische structuur is bij Jones primair eschatologisch van aard: zij loopt uit op de voltooiing van 1Kor. 15:24-28, waar de Zoon het Koninkrijk overdraagt aan de Vader zodat God alles in allen zal zijn.
Nee/Lee
Nee/Lee definiëren de economische triniteit als de goddelijke uitdeling van Zichzelf aan de mens via drie opeenvolgende fasen:
“De drie Personen in de Godheid zijn voor Gods economie, de goddelijke distributie, de heilige uitdeling. De Vader als bron is belichaamd in de Zoon, en de Zoon als doorstroom is gerealiseerd in de Geest als de transmissie.”
“God als de Vader is de bron; God als de Zoon is de doorstroom en de uitdrukking van de Vader; en God als de Geest is de transmissie van God naar de mens.”
[Nee/Lee, The Economy of God, Hfst. 1]
De bron→uitdrukking→transmissie-structuur is asymmetrisch: elke Persoon sluit de voorgaande in. Het soteriologisch doel is de uitdeling van de Drieëenheid in de menselijke geest. De immanente triniteit — hoe de Personen zich tot elkaar verhouden onafhankelijk van de heilsgeschiedenis — blijft bij Nee/Lee expliciet buiten beschouwing.
Warnock
Warnock werkt geen expliciete economische triniteitsleer uit maar beschrijft impliciet een economisch-trinitaire structuur: de Vader openbaart Zichzelf door en in de Zoon; de Geest draagt de vruchten van het kruis over aan de gelovigen:
“God de Vader was in die Man, wandelend in Zijn sandalen. En wanneer Jezus te midden van mensen verkeerde als de zondeloze en vlekkeloze Ene, barmhartigheid en medeleven tonend aan de menigten, was het God de Vader die in Zijn Zoon leefde en in Zijn Zoon wandelde en barmhartigheid toonde door Zijn Zoon.”
[Warnock, The Hyssop that Springeth Out of the Wall, hyssop2.html]
Warnock benadrukt de inwoning van de Vader in de Zoon als het hermeneutisch sleutelprincipe van de economische triniteit: de Vader is niet afzijdig, maar aanwezig en handelend in de incarnatie, het leven en het kruis van de Zoon. De Geest wordt bij Warnock beschreven als de drager van het bloed van Christus — een unieke soteriologisch-economische formulering.