George H. Warnock — Christologie
b2 — Evening and Morning
Kenosis — Incarnatie als zelfontlediging
Dit is het meest uitgewerkte christologische thema in “Evening and Morning”. Warnock behandelt de kenosis in Hoofdstuk 5 (The River of God) als het hart van de incarnatieleer.
“Toen de Zoon des mensen op aarde kwam, legde Hij de heerlijkheid van de hemel af en kwam in onze gelijkenis en natuur, opdat Hij hier als mens zou leven — en wel strikt als mens, in volkomen afhankelijkheid van de Vader. Want hoewel Hij in de gestalte Gods was, heeft Hij Zichzelf van geen reputatie geacht. Letterlijk staat er: ‘Hij heeft Zichzelf ontledigd…’ of ‘Zichzelf tot niets gemaakt.‘”1
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Hij formuleert een definitie van incarnatie vanuit de kenosis:
“Incarnatie spreekt over God die Zichzelf ‘ontledigt’ — Zichzelf zelfs ontledigt in de menselijke natuur. Incarnatie plaatste God, de Allerhoogste, in een positie van ‘zwakheid’, van ‘vlees en bloed’, van ‘verzoeking’, van ‘armoede’, van ‘vernedering.‘”2
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
En hij beklemtoont de radicaliteit ervan:
“Hoe zou de Allerhoogste Zichzelf mogelijk in de menselijke natuur kunnen ontledigen zonder arm, zwak, zachtmoedig en nederig te worden? Vlees en bloed kan zelfs God niet aanschouwen en blijven leven. Wat zullen wij dan zeggen van de Allerhoogste, Die in onze eigen vlees en gelijkenis kwam? Hoe weinig beseffen wij de grootheid van de vernedering en het lijden waaraan de Almachtige Zichzelf onderwierp, alleen al door de gestalte van een mens aan te nemen!”3
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
De kenosis culmineert in de weg naar het kruis:
“Maar Hij ging verder en verder neer op de ladder van vernedering. In plaats van als een aardse Koning te komen, nam Hij de gestalte aan van een dienstknecht — opdat Hij in zo’n gestalte gehoorzaamheid zou leren… gehoorzaamheid zelfs tot de dood… en wel de dood aan het kruis, de dood van de misdadiger.”4
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Interpretatie: Warnock koppelt kenosis direct aan het soteriologische doel van de incarnatie. De zelfontlediging is niet alleen metafysisch (afleggen van goddelijke heerlijkheid) maar ook existentieel: het leven als mens in volkomen afhankelijkheid van de Vader.
Twee Naturen — Een Unieke Formulering
Warnock formuleert de verhouding van Christus’ twee naturen op een afwijkende manier ten opzichte van de klassieke formulering. In plaats van “Zoon des Mensen naar zijn menselijkheid, Zoon Gods naar zijn godheid” schrijft hij:
“Hij was niet de Zoon des Mensen wat Zijn menselijkheid betreft en de Zoon van God wat Zijn Godheid betreft. Hij was beide — Zoon des Mensen én Zoon van God — wat Zijn menselijkheid betreft. ‘Dat heilige’, dat uit Maria geboren werd, was tegelijk Zoon des Mensen en Zoon van God, want God was de Vader van Zijn menselijke natuur, zoals Maria de moeder was (Luc. 1:35).”5
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Hij voegt toe:
“Deze Zoon-des-Mensen-Zoon-van-God was VOLMAAKTE MENS in elk opzicht. Met andere woorden: de Zoon van God was God — zwak gemaakt, God — arm gemaakt, God uitgegoten, God de Heerser van het Universum die afdaalde om een dienstknecht onder de mensen te worden!”6
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
En hij citeert Christus’ eigen woorden over zijn verhouding tot de Vader als grondslag:
“Hij verklaarde Zichzelf de uitdrukking van de Vader te zijn, de dienstknecht van de Vader, degene in wie de Vader leefde, in wie Hij werkte, wiens woorden Hij sprak, wiens spreekbuis Hij was en wiens werken Hij verrichtte. De Zoon van God was de levende Tempel waarin God de Vader woonde.”7
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
En:
“Jezus getuigde: ‘Ik kan van Mijzelf niets doen.’ Toch kon Hij in eenheid met de Vader ALLES doen.”8
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Interpretatie: [SPANNING met klassieke tweenaturenleer] Warnock ontkoppelt de titels “Zoon des Mensen” en “Zoon Gods” van de naturen-onderscheiding. Beide titels zijn voor hem uitdrukkingen van Christus’ menselijke werkelijkheid als de zelfontledigde God. Dit nuanceert de klassieke Chalcedonese hypostatische unie-formule zonder haar expliciet te verwerpen.
Zondeloosheid en Volmaaktheid door Lijden
Warnock onderscheidt twee aspecten van Christus’ zondeloosheid: zijn aangeboren zondeloosheid én zijn verkregen volmaaktheid:
“Aldus was de Zoon des Mensen zondeloos en onbevlekt vanaf Zijn geboorte tot Zijn dood, maar Hij werd niet VOLMAAKT verklaard, totdat Hij gehoorzaamheid had geleerd door wat Hij geleden had. Hij moest ‘door lijden volmaakt gemaakt’ worden (Hebr. 2:10).”9
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Interpretatie: Warnock volgt hier Hebr. 2:10 — zondeloosheid is de passieve toestand van Christus’ persoon, maar “volmaaktheid” is een verworven kwaliteit door actieve gehoorzaamheid in het lijden. Dit correspondeert met de klassieke onderscheiding tussen Christus’ persoonlijke heiligheid en zijn prestationele gerechtigheid.
Gehoorzaamheid tot de Dood — Verzoening en Verheerlijking
Warnock verbindt de verzoeningsleer niet primair met satisfactie maar met het thema van gehoorzaamheid en het voltooien van de cirkel van Gods doel:
“En dit omvatte de volheid van gehoorzaamheid, zelfs tot de dood, en wel de dood aan het kruis. Alleen in de volheid van gehoorzaamheid tot de dood zou de volheid van heerlijkheid tot leven voortkomen. Toen Jezus Judas de bete brood gaf aan de vooravond van Zijn kruisiging, kon Hij zeggen: ‘Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt’ (Joh. 13:31). Iets minder dan de volheid van gehoorzaamheid tot de dood zou hebben betekend dat de volheid van heerlijkheid afgesneden werd, en het Logos, het Woord, zou ‘leeg’ tot de Vader zijn teruggekeerd.”10
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Hemelvaart en Verheerlijking — Perfect Man in de Godheid
Warnock beschrijft de hemelvaart als een ontologisch unieke gebeurtenis:
“Toen ontving God Hem terug in de hemel als VOLMAAKTE MENS, waar VOLMAAKTE MENSHEID weer werd opgenomen in de GODHEID — en Hem maakte tot zowel Heer als Christus.”11
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
En hij beschrijft de hemelvaart als een ongekend nieuw feit in de schepping:
“Iets gebeurde wat nooit eerder in de Schepping had plaatsgevonden. Hij kwam niet enkel van God en ging terug tot God, zoals het de discipelen mogelijk leek. Hij kwam voort als de Heer uit de hemel, maar Hij keerde terug als een Mens uit de aarde, gekroond met heerlijkheid en eer, en gemaakt tot zowel Heer als Christus. Nu is er in de Hemel een Mens, een Volmaakte Mens, en deze Volmaakte Mens is Heer van het Universum.”12
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Interpretatie: Warnock benadrukt de blijvende mensheid van Christus in zijn verheerlijkte staat. “VOLMAAKTE MENSHEID weer opgenomen in de GODHEID” is een formule die de eenheid na de hemelvaart uitdrukt zonder de mensheid te annuleren.
Incarnatie als Cirkel van Gods Doel
Warnock plaatst de incarnatie in een kosmisch schema van “het Woord dat uitgaat en terugkeert”:
“Hij is uitgegaan van de Vader; nu moet Hij teruggaan tot de Vader, en daarmee de cirkel van Waarheid voltooien zoals die met betrekking tot Zijn incarnatie gold, en zo grotere eer en heerlijkheid brengen aan de Naam van de Vader. Zou Hij het koninkrijk aanvaarden vóór de voltooiing van de cirkel van Gods doel, dan zou er een leegte, een ledigheid, in Zijn incarnatie zijn geweest. Hij moest het werk voltooien en met overvloedige VOLHEID tot de Vader terugkeren.”13
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Dit kader ontleent hij aan Joh. 16:28:
“Jezus zei: ‘Ik ben uitgegaan van de Vader en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader.‘”14
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 1 en 5.
Priesterlijk Ambt — Christus als Mediator van het Nieuwe Verbond
“Christus is daarom ‘middelaar tussen God en mensen’ geworden (1 Tim. 2:5), en Hij is daar om ‘het nieuwe verbond’ te bemiddelen (Hebr. 12:24). De middelaar is de ‘tussenman’. Niet echter om geschillen op te lossen, of om handel af te sluiten, zoals in de zaken der mensen. Maar Hij is daar om het Nieuwe Verbond te bemiddelen, te bedienen en uit te voeren in Zijn vele broeders.”15
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Warnock beschrijft de uitwerking van dit mediateurschap pneumatologisch:
“Deze bediening van het Nieuwe Verbond wordt niet voltooid door het te schrijven op stenen tafelen, noch door het te schrijven op de perkamenten van het Nieuwe Testament. Het is alleen het Nieuwe Verbond zoals Hij het op de ‘vlezen tafels van het hart’ schrijft.”16
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Christus als Laatste Adam — Schepping van een Nieuw Geslacht
In Hoofdstuk 2 werkt Warnock de Laatste Adam-theologie als tegenhanger van de eerste Adam uit:
“in het geestelijk geslacht van de Laatste Adam is en zal er een steeds toenemende en voortdurende ontvouwing zijn van de wet van de Geest des Levens in Christus Jezus.”17
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 2.
Hij formuleert een contrast van de twee dynastieën:
“Zoals de wet van zonde en dood haar climax bijna heeft bereikt in het oude geslacht van Adam, zo haast de Wet van de Geest des Levens zich naar haar heerlijke volheid in het geslacht van Christus.”18
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 2.
En beklemtoont de superioriteit van de genade boven de zonde:
“Zal er niet een ‘veel meer’ werkzame uitwerking zijn van de genade van God in de Laatste Adam, dan ooit in de ongehoorzaamheid van de eerste Adam was? Met andere woorden: gaan wij de macht van Adam en de Satan eren boven de macht van Christus en de Heilige Geest?”19
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 2.
En verbindt de Laatste Adam met zijn zaadfunctie:
“De Laatste Adam liet geen zaad na in Adams geslachtslijn om zijn nageslacht te verkondigen; maar Hij Zelf werd het ‘tarwekorrel’ dat in de aarde viel en stierf, opdat er een oogst zou voortkomen in Zijn beeld en gelijkenis.”20
Warnock, Evening and Morning, hfdst. 5.
Originele citaten (Engelse bron)
Footnotes
-
“When the Son of Man came to earth He laid aside the glory of Heaven, and came into our very likeness and nature, that He might live here as man, and strictly as man, in utter dependence upon the Father. For though He was in the form of God, yet He made Himself of no reputation. literally, it says, ‘He emptied Himself…’ or ‘made Himself void.‘” ↩
-
“Incarnation speaks of God ‘emptying’ Himself—even emptying Himself into human nature. Incarnation placed God, the Most High, in a position of ‘weakness,’ of ‘flesh and blood,’ of ‘temptation,’ of ‘poverty,’ of ‘humiliation.‘” ↩
-
“How could the Most High possibly empty Himself into human nature without becoming poor, and weak, and meek, and lowly? Flesh and blood cannot even look upon God and survive. What then shall we say of the Most High who came into our very flesh and likeness? How little do we appreciate of the greatness of the humiliation and suffering that the Almighty subjected Himself to, in merely taking upon Himself the form of man!” ↩
-
“But He went further and further down the ladder of humiliation. Rather than coming as an earthly King, He took a bondslave’s form—that in such a form He might learn obedience… obedience even unto death… and that, the death of the Cross, the death of the criminal.” ↩
-
“He was not the Son of Man as to His humanity and Son of God as to His Deity. He was both Son of Man and Son of God as to His humanity. ‘That holy thing’ that was born of Mary was at the same time Son of Man and Son of God, for God was the Father of His human nature, as Mary was the mother (Luke 1:35).” ↩
-
“This Son-of-Man-Son-of-God was PERFECT MAN in every sense of the word. In other words, the Son of God was God—made weak, the God—made poor, God emptied out, God the Ruler of the Universe condescending to become a bondslave amongst men!” ↩
-
“he declared Himself to be the expression of the Father, the servant of the Father, the one in whom the Father lived, in whom He worked, whose words He spake, whose mouthpiece He was, and whose works He performed. The Son of God was the living Temple in whom God the Father dwelt.” ↩
-
“Jesus testified, ‘I can of mine own self do nothing.’ Yet in union with the Father He could do ANYTHING.” ↩
-
“Thus the Son of Man was sinless and spotless from His birth until His death, but He was not declared PERFECT until He had learned obedience by the things which He suffered. He had to be made ‘perfect through sufferings’ (Hebr. 2:10).” ↩
-
“And this included the fulness of obedience, even unto death, and that the death of the Cross. Only in the fulness of obedience unto death would there come forth the fulness of glory unto life. When Jesus gave the sop to Judas on the eve of His crucifixion, He was able to say: ‘Now is the Son of man glorified, and God is glorified in him’ (Joh. 13:31). Anything less than the fulness of obedience unto death would have meant the cutting short of the fulness of glory, and the Logos, the Word, would have returned unto the Father ‘void.‘” ↩
-
“Then God received Him back into heaven as PERFECT MAN, where PERFECT HUMANITY was absorbed back into DEITY—making Him to be both Lord and Christ.” ↩
-
“Something happened that had never happened before in Creation. He didn’t merely come from God and go back to God, as it may have seemed to the disciples. He came forth the Lord from heaven, but He went back a Man from earth, crowned with glory and honor, and made both Lord and Christ. Now there is in Heaven a Man, a Perfect Man, and this Perfect Man is Lord of the Universe.” ↩
-
“He came forth from the Father; now He must go back to the Father, completing the cycle of Truth as it pertained to His incarnation, and thus bringing greater honor and glory to the Father’s Name. Were He to accept the kingdom before the completion of the circle of God’s purpose, there would have been an emptiness, a voidness, about His incarnation. He must finish the work, and return to the Father with abundant FULNESS.” ↩
-
“Jesus said, ‘I came forth from the Father, and am come into the world: again, I leave the world, and go to the Father.‘” ↩
-
“Christ, therefore, has become the ‘mediator between God and man’ (1 Tim. 2:5), and he is there to mediate ‘the new covenant’ (Hebr. 12:24). The mediator is the ‘middle man.’ Not, however, to settle arguments, to negotiate bargains, as in the affairs of men. But he is there to mediate the New Covenant, to administer it and to enact it in His many brethren.” ↩
-
“This administration of the New Covenant is not completed by writing it upon tables of stone, nor in writing it upon the parchments of the New Testament. It is only the New Covenant as He writes it upon the ‘fleshly tables of the heart.‘” ↩
-
“in the spiritual generation of the Last Adam there has been, and there will continue to be, an ever increasing and continual unfolding of the law of the Spirit of Life in Christ Jesus.” ↩
-
“As the law of sin and death has just about reached its climax in the old generation of Adam, so the Law of the Spirit of Life hastens on to its glorious fulness in the generation of Christ.” ↩
-
“Is there not to be a ‘much more’ effectual working of the grace of God in the Last Adam, than there ever was in the disobedience of the first Adam? In other words, are we going to honor the power of Adam and Satan above the power of Christ and the Holy Spirit?” ↩
-
“The Last Adam left no seed in Adam’s line to declare his generation; but he himself became the ‘corn of wheat’ that fell into the ground and died that there might come forth a harvest in his image and likeness.” ↩