Stephen Jones — Antropologie
b1 — Creation’s Jubilee
Erfzonde en menselijke natuur: imputatie, niet infusie
Jones stelt de centrale vraag van de antropologie als volgt: “Veroorzaakte Adams zonde dat wij zondige zielen of sterfelijke zielen kregen?”1 (Hst. 9).
Zijn kernthese is dat mensen géén zondige natuur van Adam erven, maar sterfelijkheid:
“de mens erfde geen zondige natuur van Adam. Hij erfde slechts de aansprakelijkheid voor Adams zonde.”2 — Hst. 9
“Zondige zielen worden niet van generatie op generatie doorgegeven door voortplanting. Het enige dat wordt doorgegeven, is STERFELIJKHEID, of Dood.”3 — Hst. 9
“Wij zijn niet sterfelijk omdat wij zondigen. Wij zondigen omdat wij sterfelijk zijn.”4 — Hst. 9
De oorzaak-gevolgrelatie is omgekeerd ten opzichte van de Augustijnse traditie:
“DOOD verspreidde zich over alle mensen, OP GROND WAARVAN wij zelf zondigen. De dood is de oorzaak; onze persoonlijke zonden worden begaan als gevolg van de dood in ons. En zo is de volgorde van de gebeurtenissen aldus: (1) Adams oerzonde gaf ons (2) dood, en deze sterfelijkheid is onze zwakheid en de oorzaak van (3) onze individuele zonden.”5 — Hst. 9
De sterfelijkheid werkt door in lichaam én ziel:
“Onze aansprakelijkheid voor Adams zonde maakt ons in deze leeftijd eenvoudigweg sterfelijk. En die sterfelijkheid, de dood die over ons heerst in ziel en lichaam, maakt ons moreel ziek of zwak zodat wij niet in staat zijn tot morele volmaaktheid.”6 — Hst. 9
Jones verwerpt de Augustijnse en Roomse ‘infusie’-leer expliciet:
“Toen Adam viel, werd zijn zonde aan ons toegerekend, NIET ingegoten. Toerekenen betekent, volgens Romeinen 4:17, datgene wat NIET is, te benoemen alsof het was. Toen Adams zonde aan ons werd toegerekend, noemde God ons ALLEN zondaars, alsof wij allen hadden gezondigd.”7 — Hst. 9
“Die kerkleiders, zoals Augustinus en Hiëronymus, die Paulus’ uitspraak in Romeinen 5:12 niet begrepen, concludeerden dat de mens een zondige ziel van Adam ontving, in plaats van sterfelijkheid. De theologische term die de Roomse Kerk gebruikt, is dat Adams zonde werd ‘ingegoten’ of ‘overgedragen’ aan heel het mensdom, ons zondige zielen gevend.”8 — Hst. 9
Interpretatie: Jones bouwt zijn antropologie op het onderscheid imputatie/infusie. Christus’ gerechtigheid wordt eveneens imputatief, niet infusief, aan de mens toegeschreven.
Twee soorten dood
Jones onderscheidt twee doden als sleutel voor zijn antropologie:
“Er zijn twee zonden en twee doden waarover in de Bijbel wordt gesproken. De straf voor Adams zonde is de eerste dood; Gods oordeel, wettelijke correctie en tucht voor onze eigen zonden is de tweede dood.”9 — Hst. 9
“De tweede dood is op twee manieren onderscheiden van de eerste dood: (1) haar doel is mensen te oordelen voor hun eigen individuele zonden en de wettige orde te herstellen; en (2) haar tijdstip is bepaald op de leeftijd na de Loofhuttenleeftijd, wanneer de ongelovigen in de poel des vuurs worden geworpen.”10 — Hst. 9
Interpretatie: Sterfelijkheid (eerste dood) is universeel en afkomstig van Adams zonde; de tweede dood treft individuele zonden. Dit maakt universele verzoening coherent in Jones’ systeem.
Vrije wil als gedwongen wil
Jones stelt de vrije wil radicaal ter discussie:
“Mensen mogen denken dat zij een ‘vrije wil’ hebben, maar in werkelijkheid is het een gedwongen wil.”11 — Hst. 11
Hij onderscheidt twee Griekse termen voor Gods wil:
“De mens weerstaat altijd Gods wil (thelema), maar Paulus zegt dat geen mens Zijn plan (boulema) kan weerstaan.”12 — Hst. 13
De oorsprong van het gedelegeerde gezag — en daarmee van de menselijke wil — ligt in Gen. 1:26:
“Het begon allemaal in Genesis 1:26. Toen zei God: ‘Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee en over de vogels van de hemel en over het vee en over de hele aarde, en over alles wat kruipt op de aarde.’ Dit is het begin van alle gedelegeerd gezag op aarde in zijn oervorm.”13 — Hst. 11
Het verschil tussen soevereiniteit en autoriteit:
“Soevereiniteit is uit zichzelf afgeleide macht; autoriteit is geautoriseerd door een hogere macht en is daarom beperkt en onderworpen aan die macht. De mens heeft geen soevereiniteit. Daarom is zijn autoriteit beperkt, en zijn aansprakelijkheid voor zijn handelen is beperkt naar zijn niveau van autoriteit. God tuchtigt mensen en oordeelt hen naar hun niveau van autoriteit.”14 — Hst. 11
Toch erkent Jones een praktische dimensie van de wil:
“In ons dagelijks leven moeten wij handelen alsof wij volledig vrije wil hebben.”15 — Hst. 11
Interpretatie: Jones combineert sterke predikinatie met beperkte menselijke aansprakelijkheid. Gods plan (boulema) is onweerstaanbaar; zijn wens (thelema) is weerstaanbaar. De mens is moreel verantwoordelijk binnen zijn niveau van autoriteit.
Morele verantwoordelijkheid
De aansprakelijkheid voor zonde is relatief aan het gezagsniveau:
“God houdt Zichzelf aansprakelijk in de hoogste zin, omdat Hij alleen soeverein is. Als schepper is Hij uiteindelijk verantwoordelijk voor Zijn schepping en haar handelingen. Het was daarom van het begin af in Gods plan ingebouwd dat Jezus Christus zou komen om te sterven voor de zonden van de wereld.”16 — Hst. 11
“Onze aansprakelijkheid is beperkt door het beperkte karakter van onze autoriteit. Alleen onbeperkte autoriteit kan worden geoordeeld met onbeperkte aansprakelijkheid. Dit is de gerechtigheid en barmhartigheid van God.”17 — Hst. 11
De menselijke natuur en zonde: definitie
Jones definieert zonde via het Hebreeuwse khawtaw:
“Het Hebreeuwse woord voor ‘zonde’ is khawtaw. Het wordt vertaald als ‘zonde’ in meer dan 400 Bijbelpassages. Toch betekent het woord letterlijk ‘het doel missen’ of ‘een doel niet bereiken’.”18 — Hst. 13
En hij koppelt zonde structureel aan sterfelijkheid:
“De mens zondigt omdat hij sterfelijk is. Hij is sterfelijk omdat God hem aansprakelijk stelde voor de oerzonde van zijn vader Adam. Daarom is God de directe oorzaak van de zwakke (sterfelijke) toestand van de mens en de indirecte oorzaak van zijn persoonlijke zonden.”19 — Hst. 13
Lichaam, ziel en geest
Jones koppelt de ziel aan het bloed (Lev. 17:11) en onderscheidt een zielelijk en een geestelijk lichaam:
“De ziel is in het bloed.” (Lev. 17:11)20 — Hst. 5
“Mensen worden ‘begraven in een zielelijke staat, maar opgewekt in een geestelijke staat’.”21 — Hst. 5
Over het opstandingslichaam van Jezus:
“Jezus’ opstandingslichaam had ‘vlees en beenderen’ maar opvallend genoeg geen bloed, hetgeen het geestelijk lichaam onderscheidt van het natuurlijke zielelijke lichaam dat bloed bevat.”22 — Hst. 5
Interpretatie: Jones lijkt een dichotomisch model te hanteren waarbij de ziel aan het bloed/materiële dimensie gekoppeld is, maar bespreekt het onderscheid ziel/geest niet systematisch in termen van dichotomie of trichotomie.
Imago Dei
Jones behandelt het beeld van God primair als gedelegeerde heerschappij, niet als statisch beginpunt. Expliciet theologische uitwerking van imago Dei als eschatologisch doel ontbreekt in Creation’s Jubilee; de nadruk ligt op Gen. 1:26 als grondslag voor gezagsstructuren (zie sectie Vrije wil).
Herstel van de mens
Jones verbindt het herstel van de mensheid direct aan de parallellie Adams/Christus (Rom. 5:18):
“Zoals dan door één overtreding veroordeling kwam over alle mensen, zo kwam ook door één daad van gerechtigheid rechtvaardiging-tot-leven over alle mensen.”23 — Hst. 9
“Ons begrip van de gevolgen van Adams zonde voor onze eigen natuur zal een enorme impact hebben op ons leven. Het zal bepalen of wij de gemoedsrust hebben om te weten dat wij waarlijk kinderen van God zijn, of dat wij elke dag onder een last van schuld zwoegen.”24 — Hst. 9
Originele citaten (Engelse bron)
Footnotes
-
“Did Adam’s sin cause us to have sinful souls or mortal souls?” ↩
-
“man did not inherit a sin nature from Adam. He merely inherited the liability for Adam’s sin.” ↩
-
“Sinful souls are not passed down from generation to generation by procreation. The only thing passed down is MORTALITY, or Death.” ↩
-
“We are not mortal because we sin. We sin because we are mortal.” ↩
-
“DEATH spread to all men, ON WHICH we ourselves sin. Death is the cause; our personal sins are committed as the result of death in us. And so, the sequence of events is this: (1) Adam’s original sin gave us (2) death, and this mortality is our weakness and the cause of (3) our individual sins.” ↩
-
“Our liability for Adam’s sin simply makes us mortal in this age. And that mortality, death reigning over us in our souls and bodies, makes us morally sick or weak so that we are incapable of moral perfection.” ↩
-
“When Adam fell, his sin was imputed to us, NOT infused. To impute means, according to Romans 4:17, calling what is NOT as though it were. When Adam’s sin was imputed to us, God called us ALL sinners, as though we had all sinned.” ↩
-
“Those Church leaders, like Augustine and Jerome, who did not understand Paul’s statement in Romans 5:12, concluded that man received a sinful soul from Adam, rather than mortality. The theological term used by the Roman Church is that Adam’s sin was ‘infused’ or ‘transfused’ into all mankind, giving us sinful souls.” ↩
-
“There are two sins and two deaths spoken of in the Bible. The penalty for Adam’s sin is the first death; God’s judgment, lawful correction, and discipline for our own sins is the second death.” ↩
-
“The second death is distinct from the first death in two ways: (1) its purpose is to judge men for their own individual sins and to restore the lawful order; and (2) its timing is set for the age following the Tabernacles Age, when the unbelievers are thrown into the lake of fire.” ↩
-
“Men may have what they think is ‘free will,’ but in reality it is a coerced will.” ↩
-
“Man always resists God’s will (thelema), but Paul says that no man can resist God’s plan (boulema).” ↩
-
“It all began in Genesis 1:26. Then God said, ‘Let Us make man in Our image, according to Our likeness; and let them rule over the fish of the sea and over the birds of the sky and over the cattle and over all the earth, and over every creeping thing that creeps on the earth.’ This is the beginning of all delegated authority on earth in its primal form.” ↩
-
“Sovereignty is self-derived power; authority is authorized by a higher power and is therefore limited and subjected by that power. Man does not have sovereignty. Therefore, his authority is limited, and his liability for his actions are limited according to his level of authority. God disciplines men and judges them according to their level of authority.” ↩
-
“In our daily lives we must act as if we have total free will.” ↩
-
“God holds Himself liable in the highest sense, because He alone is sovereign. As creator, He is ultimately responsible for His creation and its actions. It was therefore built into the plan of God from the beginning that Jesus Christ would come to die for the sins of the world.” ↩
-
“Our liability is limited by the limited nature of our authority. Only unlimited authority can be judged with unlimited liability. This is the justice and mercy of God.” ↩
-
“The Hebrew word for ‘sin’ is khawtaw. It is translated ‘sin’ in over 400 Bible passages. Yet the word literally means ‘to miss the mark,’ or ‘to fail to reach a goal.‘” ↩
-
“Man sins because he is mortal. He is mortal because God made him liable for the original sin of his father Adam. Therefore, God is the direct cause of man’s weak (mortal) condition and the indirect cause of his personal sins.” ↩
-
“The soul is in the blood.” (Lev. 17:11) ↩
-
“Men are ‘buried in a soulish state, but raised in a spiritual state.‘” ↩
-
“Jesus’ post-resurrection body had ‘flesh and bones’ but notably no blood, distinguishing the spiritual body from the natural soulish body that contains blood.” ↩
-
“So then as through one transgression there resulted condemnation to all men, even so through one act of righteousness there resulted justification of life to all men.” ↩
-
“Our understanding of the effects of Adam’s sin on our own nature will have a tremendous impact upon our lives. It will determine whether we have the peace of mind to know we are truly the children of God, or if we labor every day under a load of guilt.” ↩