ziels

Definitie

Ziels (Grieks: ψυχικός, psuchikas) beschrijft een bestaansmodus waarbij de ziel (psuche) — met haar vermogens van gevoel, verstand en wil — als de primaire bron en bestuurder van het leven functioneert, in plaats van de geest. De term wordt gebruikt ter onderscheiding van het geestelijk (πνευματικός, pneumatikos) leven, waarbij de menselijke geest, vervuld van de Heilige Geest, de regie heeft.

In de corpus-auteurs — met name Nee/Lee — beschrijft “ziels” de toestand van de ongelovige, wiens geest dood is (Ef. 2:1) en die uitsluitend leeft vanuit het ziels- en lichaamsleven. Maar ook bij de gelovige kan de ziel als autonome bron optreden; dit is wat overwonnen moet worden in het proces van geestelijke groei.

Gebruiksvarianten per auteur

Nee/Lee

Lee ontwikkelt de term ziels als beschrijving van het leven van de ongelovige én als waarschuwing voor de gelovige. De ongelovige heeft geen werkende geest en leeft uitsluitend vanuit de ziel en het lichaam:

“Ongelovigen hebben alleen fysiek leven in het lichaam en menselijk of psychologisch leven in de ziel. Zij hebben het eeuwige leven van God niet in hun geest, omdat zij Christus niet als het eeuwige leven in hun geest hebben ontvangen. Vóór wij gered waren, leefden, wandelden en waren wij allen in de ziel.” [Basic Elements of Christian Life, Vol. 1, hfst. 5]

Na de wedergeboorte moet de gelovige leren het ziels-leven als levensbron los te laten — niet om zijn zielsvermogen (gevoel, verstand, wil) te vernietigen, maar om die vermogens als werktuigen van de geest te laten functioneren in plaats van als eigen bron:

“Het zijn niet het verstand, het gevoel en de wil die verworpen en vernietigd moeten worden; veeleer is het het leven van de ziel dat wij moeten opgeven. Wij moeten beseffen dat dit natuurlijke, zielse leven reeds aan het kruis is gehangen (Gal. 2:20; Rom. 6:6) en dat wij nu Christus als ons leven moeten aannemen.” [Basic Elements of Christian Life, Vol. 1, hfst. 5]

Het contrast ziels tegenover geestelijk is bij Lee dus niet een contrast tussen twee typen mensen maar een dynamische spanning in de gelovige zelf: wandelen vanuit de ziel of vanuit de geest. Het geestelijke leven vereist actieve medewerking (Fil. 2:12) om het zielsleven niet de regie te laten hernemen.

Zie ook