vruchtbaarheidsmandaat
Definitie
Het vruchtbaarheidsmandaat is het eerste deel van Gods opdracht aan de mens bij de schepping: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde” (Gen. 1:28a). Het is structureel verbonden aan het heersersmandaat (Gen. 1:28b) en vormt samen daarmee de dubbele roeping van de mens als Gods beelddrager: voortplanting én rentmeesterschap. In dit corpus verschijnt het vruchtbaarheidsmandaat als grondbegrip voor de soteriologische uitbreiding ervan: de aardse vruchtbaarheid is type van de eschatologische generatie van zonen Gods en van de vruchtbaarheid van het geestelijke leven.
Gebruiksvarianten per auteur
Stephen Jones
Jones koppelt het vruchtbaarheidsmandaat aan zijn getalsymboliek: het getal 22 symboliseert de gecombineerde vervulling van vruchtbaarheid én heerschappij uit Gen. 1:28. Het mandaat is voor Jones tevens de basis van het jubeljaar-principe: vermenigvuldiging van mensen, land en vee loopt parallel aan de vermenigvuldiging van het Koninkrijk:
“Het getal 22 verbindt de vruchtbaarheidsopdracht en de heersersopdracht van Genesis 1:28. Menselijke vruchtbaarheid is het aardse prototype van de geestelijke generatie van zonen Gods — het ene bereidt het andere voor.”
(The Biblical Meaning of Numbers, H22)
George Warnock
Warnock ziet het vruchtbaarheidsmandaat weerspiegeld in de scheppingscycli van de natuur: de seizoenen, zaai- en oogsttijd, de groei van de reusachtige Sequoia — allen illustreren Gods trouw aan het mandaat “Weest vruchtbaar”:
“Zaaitijd en oogst, koude en warmte, zomer en winter zullen niet ophouden (Gen. 8:22). God handhaaft zijn eigen orde van vruchtbaarheid door de seizoenen heen — en hetzelfde patroon geldt voor de geestelijke oogst die hij beloofde.”
(Evening and Morning, H2)
Warnock verbindt het vruchtbaarheidsmandaat ook aan de kerkelijke roeping: de gemeente is geroepen vruchtbaar te zijn in de geestelijke zin — niet in aantallen primair maar in de voortbrenging van rijpe, volwassen zonen (manchild-motief).
Watchman Nee & Witness Lee
Nee ziet de scheppingsvruchtbaarheid als een type van de kerk als Eva — voortgebracht uit Christus als de tweede Adam. De kerk is Gods vruchtbaarheids-antwoord: veel zonen, geboren uit Christus’ zijde:
“Eva werd uit Adam gevormd — niet apart geschapen maar uit hem. Zo wordt de kerk niet buiten Christus gevormd maar uit hem. Dit is de vrucht van zijn opstanding.”
(The Economy of God, H12)
Cees Noordzij
Noordzij verbindt het vruchtbaarheidsmandaat met de eschatologische uitdrukking van het imago Dei: de veelheid der zonen Gods die samen het ene beeld van Christus dragen, is de eschatologische invulling van “Weest vruchtbaar en vervult de aarde”:
“Gods doel was niet één mens naar zijn beeld maar een veelheid — een schepping vol van zijn oogst. De zonen Gods vervullen samen de aarde met zijn beeld, elk als een unieke uitdrukking van dezelfde Christus (Rom. 8:29).”
(Mozes en de weg tot zoonschap, H6)