imago Dei

Definitie

Imago Dei (Latijn: “beeld van God”) beschrijft de mens als geschapen naar het beeld en gelijkenis van God (Gen. 1:26). In de corpus-auteurs wordt dit begrip eschatologisch, functioneel en typologisch ingevuld — niet als een statische antropologische eigenschap. Centraal staat de vraag: bezat de eerste Adam het volle beeld van God, of is het imago Dei een bestemming die pas volledig werkelijkheid werd in Christus als de laatste Adam?

De auteurs zijn het erover eens dat de mens geschapen is om God te bevatten en uit te drukken. Zij verschillen echter wezenlijk in hoe zij de toestand van de eerste Adam waarderen en in de wijze waarop herstel van het beeld tot stand komt.

Gebruiksvarianten per auteur

Jones

Voor Jones is het imago Dei primair een eschatologisch doel: God wil door middel van de schepping een corporatieve Zoon voortbrengen naar Zijn beeld. Adams val heeft dit doel onderbroken maar niet vernietigd. Herstel volgt het drievoudige feestenpatroon (Pesach → Pinksteren → Loofhuttenfeest), met de volledige restitutie van het beeld bij de lichamelijke metamorfose van de overwinnaars:

“Gods uiteindelijke doel in de schepping is het voortbrengen van een corporatieve Zoon naar Zijn beeld. Dit was de werkelijke betekenis van Zijn opdracht in Gen. 1:28: ‘Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u.’ Had Adam kinderen verwekt vóór zijn val, had hij kinderen voortgebracht naar het beeld van God. In plaats daarvan werden al zijn kinderen geboren nadat hij het verheerlijkte lichaam had verloren.” [The Laws of the Second Coming, hfst. 14]

Christus is het normatieve beeld (Hebr. 1:3): de mens wordt niet hersteld tot Adams toestand vóór de val, maar tot het beeld van de tweede Adam.

Warnock

Warnock brengt een wezenlijke beperking aan: de eerste Adam bezat het beeld van God, maar stond nooit in de volle uitdrukking ervan. Die volle uitdrukking was voorbehouden aan de laatste Adam — Christus. Adams positie was reëel maar onvoltooid; hij bevond zich nog op proef:

“Adam was gemaakt naar Gods beeld, maar was nooit in de volle uitdrukking van ‘het beeld van God’. Dit was voorbehouden aan de laatste Adam, zelfs Jezus.” [Who Are You?, hfst. 5]

“Waar Adam er niet in slaagde volmaaktheid te bereiken, heeft de laatste Adam overwonnen, en werd hij ‘volmaakt door lijden’ (Hebr. 2:10).” [Who Are You?, hfst. 5]

Adams val is geen terugval uit een staat van volledigheid maar een falen in een proef. Het volle imago Dei is bij Warnock eschatologisch én christologisch van aard.

Nee/Lee

Lee vult het imago Dei functioneel-doelmatig in: de mens is naar Gods beeld gevormd als een vat dat op God is afgestemd om God te bevatten en uit te drukken. Net zoals een handschoen naar het beeld van een hand is gemaakt, is de mens gevormd om God als zijn inhoud te ontvangen:

“Net zoals een handschoen naar het beeld van een hand is gemaakt om een hand te bevatten, zo is ook de mens naar het beeld van God gemaakt om God te bevatten. Door God als zijn inhoud te ontvangen, kan de mens God uitdrukken (2Kor. 4:7).” [Basic Elements of Christian Life, Vol. 1, hfst. 1]

De driedeling van de mens (geest, ziel en lichaam — 1Tess. 5:23) volgt rechtstreeks uit dit vat-principe: elk deel is bestemd voor ontvangst op een ander bestaansniveau.

Zie ook