adamische natuur
Definitie
Adamische natuur beschrijft de geerfde menselijke gestalte die voortkomt uit de val van Adam: sterfelijk, vleselijk en onvolmaakt, verstoken van de oorspronkelijke heerlijkheid die God bedoeld had als inhoud van de mens. De adamische natuur is niet louter een morele toestand maar een ontologische conditie — een leven vanuit het Adamische vlees in plaats van vanuit Gods Geest. Tegenover de adamische natuur staat de nieuwe schepping in Christus, de tweede Adam.
De term functioneert in het corpus als verzamelnaam voor de menselijke constitutie ná de val: niet alleen individueel maar ook systemisch, als kracht die sociale, religieuze en politieke structuren doortrekt.
Gebruiksvarianten per auteur
Jones
Jones beschrijft de adamische natuur als een dubbele gevangenschap: persoonlijk én maatschappelijk. Op het persoonlijke vlak is de mens in gevangenschap van zijn eigen Adamische vlees; op het maatschappelijke vlak heeft de adamische natuur zich genesteld in de structuren van de wereld:
“Wij zijn zeker in gevangenschap van de oude Adamische natuur; echter, bovendien moeten wij zeggen dat deze Adamische natuur zich heeft gemanifesteerd in de wereld — politieke, religieuze, sociale en economische systemen — door de geschiedenis heen.” [The Laws of the Second Coming, hfst. 7]
De adamische natuur is de erfenis van sterfelijkheid die via Adam aan alle mensen is doorgegeven (Rom. 5:12). Adams kinderen werden geboren nadat hij het verheerlijkte lichaam had verloren; zij zijn daarmee sterfelijk, vleselijk en onvolmaakt geboren. De verlossing van het lichaam (Rom. 8:23) is bij Jones de definitieve doorbreking van de adamische natuur, wanneer het Adamische “hoofd” afvalt en de nieuwe schepping volledig openbaar komt (vgl. 1Kor. 15:51-53).
De relatie tussen de adamische natuur en het herstel van het imago Dei formuleert Jones als een reis van het ene naar het andere beeld:
“Het is geen reis van aarde naar hemel, maar een reis op de aarde van dood naar leven, van verderf naar onverderf, van het beeld van de eerste Adam naar het beeld van de tweede Adam.” [The Laws of the Second Coming, hfst. 14]