sabbat-millennium
Definitie
Het sabbat-millennium is de eschatologische lezing die het duizendjarig koninkrijk (Openb. 20:1-6) interpreteert als het zevende millenniale dag van de scheppingsweek â de kosmische Sabbat die aanbreekt na 6000 jaar menselijke geschiedenis. Net zoals de scheppingssabbat (Gen. 2:2-3) op zes werkdagen volgt, zo zal na zes millenniale werkdagen een duizendjarig rustjaar aanbreken. Dit schema is nauw verbonden aan 2Pet. 3:8 (âéén dag is bij de Heer als duizend jaarâ) en Hebr. 4:9 (âer blijft dus een sabbatsrust voor het volk van Godâ). Het sabbat-millennium heeft verwantschap met het premillennialisme maar fundeert het millennium typologisch in de scheppingsweek en de jubeljaarwetgeving.
Gebruik in het corpus
Stephen Jones
Jones is de meest uitgewerkte verdediger van het sabbat-millennium in het corpus. Zijn tijdlijn: het Pinksterjubeljaar eindigde in 1993 (40 jubeljaren na Handelingen 2), en sindsdien bevinden wij ons in de overgang naar het Loofhuttentijdperk. âWij bevinden ons nu in de overgang naar het grote Loofhuttentijdperk, dat duizend jaar zal duren. Het is het grote Rustjaar, het Sabbat-Millennium.â Dit Sabbat-Millennium is het zevende millennium â de grote sabbat na zes millenniale dagen. Na dit millennium (bij 49.000 jaar â 49 jubeljaren van 1000 jaar) volgt de apokatastasis-voltooiing: het grote super-jubeljaar. Jones fundeert dit ook in Jes. 65:17 (nieuwe hemelen en nieuwe aarde) als het na-millennium resultaat. [Jones, Secrets of Time, Voorwoord, hfst. 3 en 11]
George Warnock
Warnock gebruikt de terminologie âSabbat aller Sabbattenâ voor het Loofhuttenfeest als eschatologisch rustpunt: âZoals de wekelijkse sabbat het einde was van IsraĂ«ls werkweek vol moeite en arbeid â zo is het Loofhuttenfeest het einde van de werkweek van de Kerk vol strijd en tumult: het Feest aller Feesten, de Sabbat aller Sabbatten. âEr blijft dus een sabbatsrust voor het volk van Godâ (Hebr. 4:9).â De achtste dag van het Loofhuttenfeest wijst op het nieuwe begin na de sabbatsrust. [Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 11]