chilia

Definitie

Chilia (Grieks χίλια = duizend) is de telterm die in Openb. 20:2-7 zes maal voorkomt in de uitdrukking χίλια ἔτη (“duizend jaar”) en de etymologische wortel vormt van het woord chiliasme (= de leer van het duizendjarig koninkrijk). In dit wiki verwijst “chilia” naar de inhoudelijke belijdenis van een letterlijk toekomstig duizendjarig tijdperk — het Sabbat-Millennium of de Loofhuttenstijd — als eschatologisch doel dat aan het definitieve herstel van alle dingen voorafgaat. Chilia is daarmee niet identiek aan “millennialisme” als formeel classificatiesysteem (premillennialisme/amillennialisme/postmillennialisme), maar verwijst specifiek naar de positieve inhoud van de chilia-belijdenis: een afgebakend tijdperk van Gods heerschappij via de overwinnaars, voordat de universele verzoening wordt voltooid.

Gebruik in het corpus

Stephen E. Jones

Jones positioneert zijn eschatologie expliciet als “premillennieel universalisme” en verdedigt de leer van de chilia op grond van vroegkerkelijk getuigenis en typologisch bewijs. De vroegste kerkleiders (Barnabas, ca. 115 n.Chr.) getuigden van een Sabbat-Millennium:

“Het idee van een Sabbat-Millennium is het vroegste gezichtspunt van de bekende christelijke leiders.”

[Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 1]

Jones gebruikt de geometrie van de Tabernakel als typologisch argument: het Heilige der Heiligen beslaat 1.000 kubieke el en typeert daarmee het duizendjarig tijdperk. De verdwijning van de chilia-leer schrijft Jones toe aan Origenes’ allegoriserende exegese en Augustinus’ spiritualisering: “Augustinus hield er uiteindelijk de overtuiging op na dat er geen millennium zal zijn… de eerste opstanding […] verwijst, zo zegt hij ons, naar de geestelijke wedergeboorte in de doop; de Sabbat van duizend jaar […] is het gehele eeuwige leven.” (Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 1) In Secrets of Time beschrijft Jones de huidige fase als overgang naar het Loofhuttentijdperk: “dat duizend jaar zal duren. Het is het grote Rustjaar, het Sabbatsmillennium.” (Jones, Secrets of Time, Voorwoord) De chilia-verwachting is bij Jones niet slechts een dogmatische positie maar een chronologische noodwendigheid: zonder dit tussenstadium zou de definitieve overwinning van Christus over de dood en de universele herstelling van alle dingen geen historische grond hebben. Het Sabbat-Millennium geeft Gods herstelprogramma de benodigde tijdsspanne om de overwinnaars-gemeenschap te voltooien, de volken te onderrichten en het koninkrijk te vestigen voordat de dood als laatste vijand definitief tenietgedaan wordt (1Kor. 15:24-26). In Jones’ systeem is chilia daarmee de temporele voorwaarde voor apokatastasis: er is geen universele verzoening denkbaar zonder de voorafgaande regeerperiode van Christus via de overwinnaars.

C. en A. Noordzij

Noordzij gebruikt het woord “millennium” niet maar zijn eschatologie veronderstelt een toekomstige periode van volheid als onvermijdelijk eindpunt: “Zo komt de ware grote ‘verzoendag’, met spoedig daarna het hemelse ‘loofhuttenfeest’. Dat is het heerlijke ‘feest van alle volheid’, ‘opdat we vervuld mogen worden tot aan heel de volheid van God.‘” (Noordzij, Van Pascha tot Loofhutten, sectie De Grote Verzoendag) De inhoud van wat Noordzij het loofhuttenfeest noemt is parallèl aan wat Jones als chilia beschrijft: een toekomstig tijdperk van Gods heerlijkheid in en door Zijn volk, nog niet verwerkelijkt.

George H. Warnock

Warnock plaatst de Pinksterervaringen van Azusa Street in het perspectief van een nog vollere toekomstige uitstorting bij het Loofhuttenfeest. Zijn benadering van chilia is niet doctrinair-chronologisch zoals bij Jones maar pneumatologisch-kwalitatief: het millennium is de tijd van de definitieve vervulling van de Geest in de gemeente, het moment waarop de “eerstelingen” van Pinksteren uitgroeien tot de volle oogst. Warnock verbindt dit aan zijn reinigingspneumatologie: de volheid van het Loofhuttenfeest vereist de voorafgaande loutering door de Geest van oordeel en branding (Jes. 4:4). In Who Are You? formuleert hij dit contrastief ten opzichte van Azusa Street: “Pinksteren was een oogst van ‘eerstelingen’. Als de heerlijkheid die we ooit kenden ‘eerstelingen’ was… dan verwachten we dat het slechts de voorsmaak was van de heerlijkheid die we zullen kennen bij de oogsttijd, het Loofhuttenfeest, het Feest van de Inzameling.” (Warnock, Who Are You?, hfst. 2) Dit “Loofhuttenfeest van de Inzameling” correspondeert inhoudelijk met de chilia-verwachting bij Jones: beide auteurs zien een toekomstig tijdperk van eschatologische volheid dat Pinksteren kwalitatief overstijgt. Het verschil zit in de fundering: Jones bouwt zijn chilia-leer op numerologisch-typologisch bewijs (Tabernakel-geometrie, Sabbatstypologie) en vroegkerkelijke traditie, terwijl Warnock de chilia inbedt in een pneumatologische groeilogica — de gemeente wordt door de Geest van Pinksteren naar Loofhutten gedreven, als rijpingsproces van eerstelingen naar volle oogst.

Verwante termen