Definitie
Parousia (Grieks: παρουσία, letterlijk “aanwezigheid” of “nabijheid”) is de nieuwtestamentische term voor de komst of tegenwoordigheid van de verheerlijkte Christus. In de klassieke dogmatiek wordt parousia als enkelvoudige toekomstige gebeurtenis verstaan: de zichtbare, lichamelijke terugkeer van Christus bij het einde der tijden (Matt. 24:27; 1 Tess. 4:16-17). In het corpus van dit wiki onderscheiden Warnock en Jones de parousia in meerdere fasen of dimensies, waarbij de enkelvoudige-momentieuze lezing als onvoldoende wordt beschouwd.
Gebruik in het corpus
George Warnock
Warnock betwist de gangbare opvatting dat de parousia uitsluitend een toekomstige, letterlijk-fysieke gebeurtenis is. Hij grondvest zijn herlezing op de woordbetekenis zelf: “Het woord dat gewoonlijk ‘komst’ wordt vertaald in het Nieuwe Testament is ‘parousia’, dat ‘aanwezigheid’ of ‘naast-zijn’ betekent.” Warnock onderscheidt twee dimensies: “Het is duidelijk als we alle Schriftplaatsen over dit onderwerp beschouwen, dat de komst van de Heer zowel een geestelijke visitatie in het midden van Zijn volk is, als een letterlijke en lichamelijke visitatie.” Als sleutelbewijs wijst hij op 2Pet. 1:16-17, waar Petrus de Transfiguratie als de ‘parousia’ van Christus aanduidt — hoewel Christus toen al lichamelijk aanwezig was. De eerste dimensie is de vervulling van het Loofhuttenfeest: Christus openbaart zich door de Geest in zijn overwinnende volk. De tweede dimensie is de toekomstige zichtbare verschijning. “Inderdaad zal er een dag komen waarop de heerlijkheid des Heren de aarde zal bedekken zoals de wateren de zee bedekken; waarop ieder oog Hem zal zien.” [Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 14]
Stephen Jones
Jones verbindt de parousia aan zijn twee-werken-eschatologie. Christus’ eerste komst was als Leeuw uit de stam Juda om troonrechten te vestigen; zijn tweede komst is als Jozef: “Jezus komt de tweede keer tot de stammen van Jozef, om zijn geboorterecht — dat zijn Koninkrijk is — veilig te stellen.” De parousia is bij Jones geen momentopname maar een langdurig transitieproces: het Pinksterjubeljaar eindigde in 1993 en de parousia van het Loofhuttentijdperk ontplooit zich geleidelijk tot aan het Sabbat-Millennium. [Jones, Secrets of Time, hfst. 14-15]