Definitie
Jakobs benauwdheid (Engels: Jacob’s trouble) is de eschatologische periode van nationale nood die wordt aangekondigd in Jer. 30:7: “Wee! want die dag is groot, er is er geen als hij; het is de tijd van de benauwdheid van Jakob; maar hij zal daaruit worden verlost.” De term verwijst naar het leven van aartsvader Jakob als typologisch patroon voor een collectief volk dat door benauwdheid tot verlossing wordt geleid. In het dispensationalisme wordt Jakobs benauwdheid gelijkgesteld aan de Grote Verdrukking als periode van oordeel over het joodse volk. In het corpus van dit wiki werkt Jones dit patroon uitgebreid typologisch uit en past het toe op de westerse naties.
Gebruik in het corpus
Stephen Jones
Jones analyseert Jakobs benauwdheid structureel via de twee perioden van 21 jaar in Jakobs leven. Zijn eerste benauwdheid duurde 21 jaar (vlucht naar Haran, arbeid bij Laban). Zijn tweede duurde 21 jaar (Jozef als slaaf verkocht, rouw tot de hereniging). Jones schaalt dit op naar nationale cycli van 210 jaar (21 × 10). Israël als volk kende een eerste 210-jarige benauwdheid in Egypte. De westerse naties kennen hun nationale benauwdheid van 210 jaar (gerelateerd aan de historische tijdcyclus die Jones berekent). Het kenmerk van Jakobs benauwdheid is altijd de verlossing eruit: “maar hij zal daaruit worden verlost” (Jer. 30:7b). De benauwdheid heeft dus een heilsdoel, geen vernietigingsdoel — dit is theologisch consistent met Jones’ correctieve godsoordeel-visie. [Jones, Secrets of Time, hfst. 14-15]