dispensing

Definitie

Dispensing is de technische term in het theologisch systeem van Watchman Nee en Witness Lee voor het actieve zelfuitdelen van God aan de mens. God is niet slechts object van kennis of geloof, maar verdeelt (dispenses) zichzelf als leven door de levengevende Geest in de menselijke geest. De term is nauw verbonden aan het begrip oikonomia (Gods huishoudelijkheid) maar benadrukt specifiek de richting en aard van de beweging: God deelt zichzelf uit als inhoud aan de mens als houder.

De term is een Nee/Lee-distinctief en verschijnt in dit corpus niet bij andere auteurs als technisch begrip.

Gebruiksvariant

Watchman Nee / Witness Lee

Nee/Lee ontwikkelen dispensing als het hart van hun godsleer. De centrale beweging van Gods economie is de trinitaire route waarlangs God zichzelf uitdeelt:

“Christus stierf aan het kruis om de mens te verlossen (Ef. 1:7)… In de opstanding werd hij de levengevende Geest (1Kor. 15:45b), zodat hij zijn onuitputtelijk rijke leven in de geest van de mens kon uitdelen (Joh. 20:22; Joh. 3:6).”

(Basic Elements of Christian Life vol. 1, hfst. 1)

“De God die in ons woont, is niet alleen God, maar Jezus Christus. Alles wat Christus is, alles wat hij deed, en alles wat hij verkreeg en bereikte, is opgenomen in deze levengevende Geest. Nu is deze levengevende Geest in ons gekomen en vermengd met onze geest, waardoor wij met hem worden verbonden als één geest (1Kor. 6:17).”

(ibid., hfst. 5)

Gods dispensing van zichzelf verloopt via een trinitaire route — van de Vader, via de Zoon, door de Geest, in de menselijke geest:

“De drie Personen van de Godheid bestaan voor Gods huishoudelijkheid, de goddelijke uitdeling. De Vader als de bron is belichaamd in de Zoon, en de Zoon als de weg wordt gerealiseerd in de Geest als de overdracht.”

(Lee, The Economy of God, hfst. 1)

In Basic Elements of Christian Life vol. 3 verbindt Lee dispensing aan het bekendmaken van Gods veelvuldige wijsheid aan de hemelse machten:

“God heeft dan de grond om zijn veelvuldige wijsheid bekend te maken aan de heersers en machten in de hemelse gewesten.”

(Basic Elements of Christian Life vol. 3, hfst. 2; vgl. Ef. 3:10)

Zie ook