creatio ex nihilo

Definitie

Creatio ex nihilo (Latijn: “schepping uit het niets”) is het klassieke theologische leerstuk dat God de wereld schiep zonder gebruik te maken van enig voorafgaand materiaal — uitsluitend door zijn woord, uit volstrekt niets. Het leerstuk is geformuleerd in reactie op dualistische kosmologieën (het Grieks-gnostische eeuwige materie-principe) en heeft zijn klassieke grond in Gen. 1:1, Hebr. 11:3 en 2 Makk. 7:28. In dit corpus is creatio ex nihilo geen neutraal gemeenplaats: Stephen Jones gebruikt het als basis voor een juridisch eigendomsargument, terwijl Watchman Nee Gen. 1 leest als een herstel-schepping (waarbij vers 1 de oorspronkelijke ex nihilo schepping beschrijft en vers 3-31 een latere restauratie). Bullinger veronderstelt het impliciet in zijn teleologische scheppingsleer.

Gebruiksvarianten per auteur

Stephen Jones

Voor Jones is creatio ex nihilo primair een rechtsfundament: wie de Schepper is, is de Eigenaar. Alle bezit is afgeleid; niemand heeft het recht zichzelf of zijn land permanent te vervreemden van de Schepper:

“Gods eigendomsrecht op alle aarde rust in zijn schepping. Niemand kan land permanent verkopen; niemand kan zichzelf permanent als slaaf verkopen — want alles behoort de Schepper toe. Het jubeljaar herstelt altijd de oorspronkelijke eigendomsverhoudingen, omdat schepping absolute eigendomstitel schept.”

(Creation’s Jubilee, H1)

Watchman Nee & Witness Lee

Nee nuanceert de klassieke ex nihilo doctrine door een “lacune” (gap) te lezen in Gen. 1:1-2: vers 1 beschrijft de oorspronkelijke schepping, vers 2 een tussenliggende verwoesting (“woest en leeg”), en vers 3 e.v. de herstelschepping. Creatio ex nihilo geldt dus alleen voor de initiële schepping (Gen. 1:1); wat de zes scheppingsdagen beschrijven, is restauratie van een geruïneerde aarde:

“God herstelt de aarde die woest en leeg was geworden. Alle materiële dingen in deze herstelschepping zijn typen of schaduwbeelden van Christus als de werkelijkheid — zij wijzen allemaal naar hem als de ware substantie.”

(The All-Inclusive Christ, H1)

E.W. Bullinger

Bullinger veronderstelt creatio ex nihilo als axioma in zijn scheppingsleer: God handelt als de volmaakte Schepper die alles in juiste orde, getal en maat voortbrengt. De wetmatigheid van de schepping — getallen, harmonie, chemie — is bewijs van een Geest die vanuit zichzelf schiep, niet vanuit vooraf bestaand materiaal:

“De oneindige volmaakte Schepper kan alleen volmaakt handelen. Zijn weg is volmaakt; al zijn werken worden gedaan op de juiste wijze, op de juiste tijd, in de juiste orde en in het juiste getal.”

(Number in Scripture, Inleiding)

Zie ook