Watchman Nee & Witness Lee — Schepping

b6 — The Spiritual Man


Schepping van de mens — Gen. 2:7 en driedeling

In Deel I, hoofdstuk 1 (“Spirit, Soul and Body”), sectie “The Creation of Man”, analyseert Nee de tekst van Gen. 2:7 als sleuteltekst voor de driedeling van de mens:

“En de HERE God formeerde de mens uit stof van de aardbodem, en blies in zijn neusgaten de levensadem; en de mens werd een levende ziel” (Gen. 2:7). Toen God de mens voor het eerst schiep, formeerde Hij hem uit stof van de aardbodem en blies vervolgens ‘de levensadem’ in zijn neusgaten. Zodra de levensadem, die de geest van de mens werd, in contact kwam met het lichaam van de mens, werd de ziel voortgebracht. De ziel is bijgevolg de combinatie van het lichaam en de geest van de mens. De Schriften noemen de mens daarom ‘een levende ziel.’

(Deel I, hfst. 1, sectie “The Creation of Man”; Gen. 2:7)

“De levensadem werd de geest van de mens; dat wil zeggen, het levensprincipe in hem.”

(Deel I, hfst. 1, sectie “The Creation of Man”)

“‘Formeerde de mens uit stof van de aardbodem’ verwijst naar het lichaam van de mens; ‘blies in zijn neusgaten de levensadem’ verwijst naar de geest van de mens zoals die van God afkomstig is; en ‘de mens werd een levende ziel’ verwijst naar de ziel van de mens, wanneer het lichaam door de geest levend werd gemaakt en een levend, zelfbewust mens tot stand bracht.”

(Deel I, hfst. 1, sectie “The Creation of Man”; Gen. 2:7)

“Een volledig mens is een drieëenheid — de samenstelling van geest, ziel en lichaam.”

(Deel I, hfst. 1, sectie “The Creation of Man”)

Interpretatie: De driedeling geest-ziel-lichaam is voor Nee geen anthropologisch schema maar een scheppingstheologische verklaring: Gen. 2:7 beschrijft in drie werkwoorden drie onderscheiden elementen van de mens — elk met een eigen oorsprong en functie.


Adem Gods als oorsprong van de menselijke geest

Nee onderscheidt nauwkeurig tussen de menselijke geest (voortgekomen uit Gods adem) en Gods eigen leven:

“Wij moeten echter erkennen dat deze geest niet Gods eigen leven is, want ‘de adem van de Almachtige geeft mij leven’ (Job 33:4). Het is niet de intrede van het onbehandelde leven van God in de mens, noch is het dat leven van God dat wij bij de wedergeboorte ontvangen.”

(Deel I, hfst. 1, sectie “The Creation of Man”; Job 33:4)

“Wat wij bij de nieuwe geboorte ontvangen, is Gods eigen leven, gesymboliseerd door de levensboom. Maar onze menselijke geest, hoewel blijvend bestaand, is ontbloot van ‘het eeuwige leven.‘”

(Deel I, hfst. 1, sectie “The Creation of Man”)

Nee verwijst ook naar Zach. 12:1 als bevestiging van de goddelijke oorsprong van de menselijke geest:

“De HERE … heeft de geest van de mens in hem gevormd.”

(Deel I, hfst. 2 “Spirit and Soul”; Zach. 12:1)

Interpretatie: Nee maakt een scherp onderscheid: de menselijke geest is wel van goddelijke oorsprong (de uitgeblazen adem van God), maar is niet Gods eigen leven. Dit laatste wordt pas bij de wedergeboorte ontvangen. De schepping brengt derhalve een geest voort die capabel maar leeg is.


Scheppingsdoel — Gods oorspronkelijke bedoeling voor de mens

In Deel I, hoofdstuk 3 (“The Fall of Man”) formuleert Nee het scheppingsdoel:

“Het oorspronkelijke doel van God is dat de menselijke ziel de waarheid en het wezen van Gods geestelijk leven zou ontvangen en assimileren. Hij schonk gaven aan de mensen opdat de mens Gods kennis en wil als zijn eigen kennis en wil zou overnemen.”

(Deel I, hfst. 3 “The Fall of Man”)

“Als de geest en ziel van de mens hun geschapen volmaaktheid, gezondheid en levendigheid zouden bewaren, zou zijn lichaam eeuwig onveranderd kunnen blijven bestaan. Als hij zijn wil zou oefenen door de vrucht van het leven te nemen en te eten, zou Gods eigen leven ongetwijfeld zijn geest binnengaan, zijn ziel doordringen, zijn gehele innerlijke mens transformeren en zijn lichaam in onvergankelijkheid overplaatsen.”

(Deel I, hfst. 3 “The Fall of Man”)

“De mens die God formeerde was opmerkelijk anders dan alle andere geschapen wezens. De mens bezat een geest die op die van de engelen lijkt en had tegelijkertijd een ziel die op die van de lagere dieren lijkt. Toen God de mens schiep, gaf Hij hem een volmaakte vrijheid.”

(Deel I, hfst. 3 “The Fall of Man”)

Interpretatie: Het scheppingsdoel is bij Nee teleologisch: de mens werd als driedelige constitutie geschapen zodat hij Gods eigen leven kon ontvangen via de levensboom. De schepping is onvoltooid zonder dit heilshistorische doel — een thema dat parallel loopt met het containerbegrip in The Economy of God (b2).


Val en schepping — de omgekeerde scheppingsorde

Nee beschrijft de val als een verstoring van de door God bedoelde orde geest → ziel → lichaam:

“Voor de val van de mens echter werd de ziel, ondanks haar vele activiteiten, door de geest bestuurd. En dit is de orde die God nog steeds wil: eerst de geest, dan de ziel, en ten slotte het lichaam.”

(Deel I, hfst. 1 “Spirit, Soul and Body”)

“Voor de zonde van de mens was de kracht van de ziel volledig onder de heerschappij van de geest.”

(Deel I, hfst. 1 “Spirit, Soul and Body”)

“‘De vrucht van de kennis van goed en kwaad’ verheft de menselijke ziel en onderdrukt de geest. God verbiedt de mens niet van deze vrucht te eten om hem enkel op de proef te stellen. Hij verbiedt het omdat Hij weet dat door het eten van deze vrucht het zielenleven van de mens zo gestimuleerd wordt dat zijn geestesleven verstikt zal worden. Dit betekent dat de mens de ware kennis van God zal verliezen en aldus dood voor Hem zal zijn.”

(Deel I, hfst. 3 “The Fall of Man”; Gen. 2:17)

Interpretatie: De val is bij Nee niet primair een morele overtreding maar een kosmisch-structurele ommekeer: de door God bij de schepping vastgestelde hiërarchie geest-ziel-lichaam wordt omgekeerd tot ziel-lichaam-geest. Daarmee verliest de mens het contactorgaan met God.


Niet aangetroffen

De volgende subonderwerpen van de discipline Schepping werden niet aangetroffen in dit werk:

  • Creatio ex nihilo (geen expliciete behandeling)
  • Imago Dei als theologisch begrip (geen expliciete passage)
  • Heersersmandaat / dominion
  • Rentmeesterschap en ecologie
  • Voorzienigheid van de schepping
  • Theodicee
  • Nieuwe schepping / apokatastasis