Definitie
Het millennium (van Latijn mille = duizend + annum = jaar) is de periode van duizend jaar beschreven in Openb. 20:1-6, waarin Satan gebonden is en de martelaren met Christus regeren. De drie klassieke posities over het millennium — premillennialisme, amillennialisme en postmillennialisme — hebben verschillende lezingen van deze periode. In dit corpus verwijst “millennium” zowel naar de bijbelse periode als naar het theologische debat daarover.
Gebruik in het corpus
Stephen Jones
Jones beschouwt het millennium als het Sabbat-Millennium — het zevende millenniale dag van de scheppingsweek. Zijn structuur: na 6000 jaar mensengeschiedenis (6 millenniale werkdagen) begint het zevende millennium als grote kosmische sabbat. Dit is het Loofhuttentijdperk. “Het Pinkstrentijdperk begon in het tweede hoofdstuk van Handelingen en eindigde veertig jubeljaren later op Pinksterdag, 30 mei 1993. Wij bevinden ons nu in de overgang naar het grote Loofhuttentijdperk, dat duizend jaar zal duren. Het is het grote Rustjaar, het Sabbat-Millennium.” Gedurende het millennium worden de apokatastasis-processen voortgezet via de gefaseerde opstandingen (tarwe-oogst, druiven-oogst). [Jones, Secrets of Time, Voorwoord]
George Warnock
Warnock spreekt niet expliciet over “het millennium” als technische term maar zijn eschatologie veronderstelt een gouden rustperiode van de Kerk die aan een nieuw begin voorafgaat. De achtste dag van het Loofhuttenfeest — symbool van de achte dag die na de sabbat aanbreekt — wijst op dit nieuwe begin na de rustperiode. [Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 11]
E.W. Bullinger
Bullingers getallensymboliek behandelt het getal 8 als “nieuw begin” en het getal 7 als “voltooiing” — een getallensymbolische grondslag die aansluit bij het sabbatsmillennium-schema. Zijn futuristische eschatologie verwacht een letterlijk Koninkrijkstijdperk na de val van de vier heidense rijken. [Bullinger, Number in Scripture, Deel I, hfst. I-II]