Definitie
Ἀνομία (Grieks: ἀνομία) betekent letterlijk “wetteloosheid” — leven buiten of tegen de wet (νόμος). In 1 Joh. 3:4 wordt de term gelijkgesteld aan ἁμαρτία: “Ieder die zonde doet, doet ook wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid.” In het corpus draagt anomia een scherp juridisch karakter: zonde is niet slechts moreel tekortschieten maar een concrete overtreding van een bestaande rechtsnorm.
Bij Bullinger komt ἀνομία 7 keer voor in de Paulusbrieven inclusief Hebreeën — een getal dat hij verbindt aan volheid. Het feit dat ook de taal van wetteloosheid in een veelvoud van zeven verschijnt, duidt voor hem op de perfecte structuur van de goddelijke Schriftinspiratie.
Gebruik in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger registreert ἀνομία statistisch: het woord verschijnt 5 keer bij Paulus (excl. Hebr.) en 2 keer in Hebreeën, samen 7. Dit getal staat in zijn systeem voor volledigheid en heiligheid — paradoxaal genoeg is zelfs de taal van de wetteloosheid bij Bullinger getalsmatig ingepast in de Schriftinspiratie. [Bullinger, Number in Scripture, Deel I, Hfst. II]
Stephen Jones
Jones maakt anomia tot de hamartologische sleutel van zijn systeem via 1 Joh. 3:4: “Johannes zegt dat ‘zonde wetteloosheid is.‘” Zonde is geen willekeurig moreel falen maar een specifieke juridische werkelijkheid: er bestaat een wet, die wet is overtreden, en de schuld van die overtreding moet worden voldaan. Dit is de basis voor zijn betoog dat de wet niet kan worden afgeschaft om zonde te elimineren: “Het afschaffen van de wet had in wezen het effect dat de zonde werd gelegaliseerd. […] Paulus zegt: ‘Waar geen wet is, is ook geen overtreding’ (Rm. 4:15).” [Jones, The Restoration of All Things, Hfst. 2]