Paronomasia
Klankspel
Paronomasia is het gebruik van woorden die qua klank gelijkend zijn maar in betekenis verschillen — een woordspeling die de aandacht vestigt op een overeenkomst of contrast dat de klankgelijkenis verraadt. Bullinger behandelt hieronder ook de verwante figuur van alliteratie en alle vormen waarbij klankherhaling een semantisch doel dient.
Etymologie
Van het Grieks παρονομασία (paronomasia): para (naast/gelijk aan) + onoma (naam). In het Latijn ook agnominatio (naamverwantschap) of alliteratio (bij gelijkluidende beginletters). De figuur benut de klankgelijkenis van woorden om een verborgen verband of contrastvorm zichtbaar te maken.
Definitie
Paronomasia berust op het principe dat klankverwante woorden een inhoudelijk verband suggereren. In de bijbelse talen (Hebreeuws en Grieks) is dit bijzonder krachtig: klankspelen waren voor de schrijvers een erkende methode om theologisch verband te leggen of een oordeel toe te spitsen. Bullinger catalogiseert tientallen voorbeelden waarbij gelijkluidende Hebreeuwse of Griekse woorden een profetisch of didactisch doel dienen.
Bijbelvoorbeelden
Hebreeuws — man en vrouw, naam en oorsprong:
- Gen. 2:23 — ish (man) / ishshah (vrouw): “zij zal Manninne (ishshah) genaamd worden, omdat zij uit de man (ish) genomen is” — de gelijkluidendheid bevestigt de oorsprong en de onderlinge band
Grieks — Petrus en rots:
- Matt. 16:18 — Petros (Petrus, een naam) / petra (rots, fundering): “Gij zijt Petrus (Petros), en op deze petra (petra) zal Ik mijn gemeente bouwen” — het klankspel maakt de verbinding tussen de man en zijn belijdenis
Hebreeuws profetisch oordeel — klank als veroordeling:
- Jes. 5:7 — mishpat (recht) / mishpach (bloedschande); tsedakah (gerechtigheid) / tseakah (geschrei): “Hij verwachtte recht (mishpat), maar zie, er was bloedschande (mishpach); gerechtigheid (tsedakah), maar zie, er was geschrei (tseakah)”
- Sef. 2:4 — “Gaza (Azzah) zal verlaten (azubah) zijn; en Askelon zal tot een woestijn worden”
- Mic. 1:10-15 — een reeks steden met klankspelingen op hun namen: Gat (gath) / aankondiging (taggidu); Afra / stof (aphar)
Hebreeuws — oerwoorden in de schepping:
- Gen. 1:2 — tohu vabohu (woest en leeg): de allitererende klanken versterken de nadruk op de leegte en chaos
Verwante stijlfiguren
- epizeuxis — herhaling van hetzelfde woord; Paronomasia herhaalt de klank, niet het woord zelf
- antithesis — tegenstelling in betekenis; Paronomasia legt tegenstelling bloot via klankverwantschap
Bron
E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 304-331.