Epizeuxis
Directe herhaling
Epizeuxis is het herhalen van hetzelfde woord of dezelfde woordgroep direct achter elkaar, zonder tussenliggend woord of zin, als middel tot krachtige nadruk. De herhaling geeft aan dat het gewone taalregister tekortschiet voor de intensiteit van wat wordt uitgedrukt.
Etymologie
Van het Grieks ἐπίζευξις (epizeuxis): epi (op/boven) + zeuxis (verbinding, van zeugnumi = samenvoegen). Ook bekend als geminatio (Latijn: verdubbeling) of iteratio (herhaling). Bullinger noemt ook de variant Diacope wanneer één of meerdere woorden de herhaalde termen scheiden.
Definitie
Bij Epizeuxis staat het herhaalde woord onmiddellijk naast zichzelf; er staat geen tussenliggend element. Dit onderscheidt Epizeuxis van andere herhaling-figuren waarbij het herhaalde element over versregels of zinnen verdeeld is. Het effect is een emotionele verdieping of plechtige beklemtoning.
Bijbelvoorbeelden
De drie-heilig-uitroep — hemelse aanbidding:
- Jes. 6:3 — “Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen”
- Openb. 4:8 — “Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige”
Het roepen van persoonsnamen — goddelijke en menselijke intensiteit:
- Matt. 27:46 — “Eli, Eli, lama sabachtháni?” (Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?)
- Ps. 22:2 — “Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?”
- Luc. 10:41 — “Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen”
- Luc. 22:31 — “Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen begeerd te ziften als tarwe”
- Gen. 22:11 — “Abraham, Abraham!”
- Ex. 3:4 — “Mozes, Mozes!”
Het profetisch oordeel:
- Jer. 7:4 — “De tempel des HEEREN, de tempel des HEEREN, de tempel des HEEREN zijn deze”
- Ez. 21:27 — “Een verwoesting, een verwoesting, een verwoesting zal Ik er van maken”
Psalmen — het persoonlijke klagen:
- Ps. 96:1-2 — “Zingt de HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde! Zingt den HEERE”
Verwante stijlfiguren
- polysyndeton — toevoeging van voegwoorden als andere nadruktechniek
- asyndeton — weglating van voegwoorden bij opsomnamen
Bron
E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 189-202.