Ellipsis
Weglating
Ellipsis is verreweg de meest voorkomende stijlfiguur in de Schrift en tegelijk het hart van Bullinger’s classificatie van weglatingen. De figuur ontstaat wanneer een woord of woorden uit een zin worden weggelaten — niet uit slordigheid maar uit ontwerp — opdat de aandacht van de lezer juist op de niet-weggelaten woorden valt. Bullinger’s stelling: door het ontbrekende woord moet de lezer een actief invul-werk verrichten, en juist die actieve correctie geeft de figuur haar pedagogische macht. Vanwege de omvang van deze figuur in Bullinger’s behandeling (127 pagina’s, pp. 4-130) is ze hier opgesplitst in drie sub-entries volgens Bullinger’s eigen classificatie.
Etymologie
Grieks ἔλλειψις (elleipsis), “een achterlating”, afgeleid van ἐν (en, “in”) + λείπειν (leipein, “laten”). Letterlijk dus “iets laten staan/in” — een opzettelijke gat in de zin. Bullinger geeft als Engelse benaming OMISSION.
Definitie
De wetten van syntaxis vereisen ten minste drie elementen voor een volledige zin: subject, predikaat (wat over het subject gezegd wordt) en de copula die ze verbindt. In de zin “Uw woord is waarheid” is “Uw woord” het subject, “waarheid” het predikaat, en “is” de copula. Bij Ellipsis wordt één van deze drie weggelaten — wettig ontbroken, opdat de lezer er bewust over struikelt en de niet-weggelaten elementen onthouden worden.
Bullinger illustreert met Matt. 14:19: “Hij gaf de broden aan zijn discipelen, en de discipelen aan de schare”. Het werkwoord “gaf” is in de tweede zinshelft weggelaten — letterlijk gelezen geeft Jezus zijn discipelen aan de schare! De gewekte verwarring is precies het pedagogische doel: de lezer realiseert zich dat de discipelen slechts instrumenteel het brood doorgaven; de Heer Jezus zélf is de enige Gever.
Bullinger’s drie hoofdclassificaties
Ellipsis valt uiteen in drie soorten, naar de wijze waarop de lezer het weggelaten woord moet invullen:
A. Absolute Ellipsis
(zie ook absolute weglating)
Het ontbrekende woord moet worden aangevuld uit de aard van het onderwerp zelf — geen contextuele aanwijzing nodig. Onderverdeling naar woordsoort:
- I. Zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden (nominatief, accusatief, voornaamwoord, andere verbonden woorden)
- II. Werkwoorden en deelwoorden (finiete werkwoorden, infinitieven, koppelwerkwoorden, deelwoorden)
- III. Zekere verbonden woorden in hetzelfde zinsdeel
- IV. Een hele bijzin (eerste deel, tweede deel of anantapodoton, vergelijking)
Bullinger pp. 4-55 — zie absolute voor uitwerking met Bijbelvoorbeelden.
B. Relative Ellipsis
(zie ook relatieve weglating)
Het ontbrekende woord moet worden aangevuld vanuit de context — een verwant of tegenovergesteld woord in de buurt suggereert wat ontbreekt. Onderverdeling naar relatie:
- I. Vanuit een verwant (cognaat) woord (zelfstandig naamwoord uit werkwoord, werkwoord uit zelfstandig naamwoord)
- II. Vanuit een tegenovergesteld woord
- III. Vanuit een analoog of verwant woord
- VI. Vervat in een ander woord (syntheton, compositio, concisa locutio, constructio praegnans)
Bullinger pp. 56-69 — zie relative voor uitwerking met Bijbelvoorbeelden.
C. Ellipsis of Repetition
(zie ook herhalings-weglating)
Het ontbrekende woord moet worden aangevuld uit een herhalende bron — een eerdere of latere zinshelft levert het exacte woord. Onderverdeling naar complexiteit:
- I. Eenvoudig (uit voorafgaande of volgende zinshelft — zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, partikels)
- II. Complex (waar beide zinshelften betrokken zijn — semi-duplex oratio; enkele woorden of hele zinnen)
Bullinger pp. 70-130 — zie repetition voor uitwerking met Bijbelvoorbeelden.
Hermeneutische waarschuwing
Bullinger benadrukt: Ellipsen mogen niet willekeurig worden ingevuld naar eigen inzicht. Zij volgen wetenschappelijk geclassificeerde patronen; elk ontbrekend woord moet worden ingevuld volgens definiete principes uit zijn eigen sub-classificatie. Voor de drie KJV-categorieën (correct invullen via cursief, fout invullen, niet-zien-van-Ellipsis) geeft Bullinger uitvoerige correcties — zie ook zijn appendix “False Ellipsis in A.V.” (pp. 121-130 binnen de Repetition-sectie).
Verwante stijlfiguren
- zeugma — verwante figuur waarvan Ellipsis te onderscheiden is: bij Ellipsis is het invul-woord van dezelfde soort als het uitgesproken werkwoord; bij Zeugma is het uitgesproken werkwoord juist niet passend voor het tweede object
- aposiopesis — retorische tegenhanger waar niet een woord maar een héle gedachtelijn wordt afgekapt
- syllogismus — verwante figuur waar geen woord maar een conclusie ontbreekt
- enthymema — verwante figuur waar niet woorden maar premissen ontbreken
Bron
E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 4-130.