Ellipsis — Absolute

Absolute weglating

Absolute Ellipsis is de eerste van Bullinger’s drie hoofdcategorieën. Het ontbrekende woord moet hier worden aangevuld uit de aard van het onderwerp zelf — geen contextuele aanwijzing nodig. Bullinger onderverdeelt de figuur naar de woordsoort die ontbreekt: zelfstandige naamwoorden/voornaamwoorden, werkwoorden/deelwoorden, verbonden woorden in hetzelfde zinsdeel, of een hele bijzin.

Voor de algemene werking van Ellipsis: zie het overzicht in Ellipsis (parent).

I. Zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden (pp. 4-25)

1. Nominatief weggelaten (pp. 4-17)

  • Gen. 14:19-20 — “En [Abram] gaf hem tienden van alles”. Het onderwerp van “gaf” wordt in het Hebreeuws weggelaten; uit context én Hebr. 7:4 blijkt dat Abram (niet Melchizedek) de tienden gaf.
  • Gen. 39:6 — “En hij [Potifar] liet alles wat hij had in Jozefs hand; en hij wist nergens van, dan alleen van het brood dat hij at”. De verzwegen nominatief in vers 6b is Potifar — Egyptenaren mochten geen brood eten met Hebreeën (43:32), dus voedsel viel buiten Jozefs beheer.
  • 2 Sam. 3:7 — “[Isboseth] zeide tot Abner”. De ingevulde naam blijkt uit vers 8 en 2 Sam. 21:8.
  • 2 Sam. 24:1 — “En Hij [de Tegenstander] verwekte David”. De ingevulde nominatief is Satan, blijkt uit 1 Kron. 21:1.
  • Ps. 34:17 — “[De rechtvaardigen] roepen, en de HEERE hoort”. De nominatief wordt weggelaten opdat onze aandacht niet op de personen, maar op het roepen en Gods antwoord wordt gericht.
  • Matt. 16:22 — “Heere, [God] zij U genadig!“. Het Griekse Ἵλεώς σοι, κύριε is letterlijk onvertaalbaar zonder de nominatief-Ellipsis “God”.
  • 1 Kor. 15:25 — “Want Hij [de Zoon] moet als Koning heersen, totdat Hij [de Zoon] al de vijanden onder Zijn [de Zoons] voeten zal gelegd hebben”. Drie nominatieven verzwegen — alle “de Zoon”.

2. Accusatief weggelaten (p. 18)

  • 2 Sam. 23:20 — “Hij sloeg twee [zonen van] Ariël van Moab”. Massorah wijst aan dat “Ariël” hier eigennaam is, met Ellipsis van de accusatief “zonen”.

3. Voornaamwoord weggelaten (p. 20)

Bullinger geeft veel voorbeelden waar het voornaamwoord (subject of object) wordt weggelaten om de aandacht op het werkwoord of andere woorden te richten.

4. Andere verbonden woorden (p. 25)

  • 1 Kor. 15:53 — “Want dit verderfelijke [lichaam] moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke [lichaam] moet onsterfelijkheid aandoen”. Het zelfstandig naamwoord “lichaam” wordt tweemaal verzwegen.

II. Werkwoorden en deelwoorden (pp. 26-46)

1. Finiete werkwoord weggelaten (p. 26)

Bullinger noemt vooral “het werkwoord zeggen” (p. 27ish) als veelvoorkomend.

2. Infinitief weggelaten (p. 32)

Drie sub-types: na לכֹיָ (yahkol, “kunnen”) in het Hebreeuws (p. 35), na het werkwoord “afmaken” (p. 36), na een ander werkwoord (p. 36).

3. Koppelwerkwoord weggelaten (p. 37)

Het werkwoord “zijn” (substantive verb) wordt in het Hebreeuws veelvuldig weggelaten — een wezenlijk kenmerk van Hebreeuwse syntaxis dat in vertaling vaak met cursief wordt aangevuld.

4. Deelwoord weggelaten (p. 46)

III. Verbonden woorden in hetzelfde zinsdeel (p. 47)

Wanneer een combinatie van woorden samen één zinsdeel vormt en daaruit een woord ontbreekt dat alleen vanuit dat zinsdeel kan worden ingevuld.

IV. Een hele bijzin (pp. 48-55)

1. Het eerste deel weggelaten (p. 48)

2. Het laatste deel of Apodosis (Anantapodoton, p. 53)

In een conditional zin wordt soms de “dan-clausule” (apodosis) weggelaten — de voorwaardelijke “indien-clausule” staat zonder uitspraak van het gevolg. De lezer moet de conclusie zelf voltrekken.

3. Een vergelijking weggelaten (p. 55)

Verwante stijlfiguren

  • ellipsisparent overview
  • relativezustercategorie B
  • repetitionzustercategorie C
  • aposiopesis — verwante figuur waar geen woord maar een héle gedachtelijn wordt afgekapt
  • zeugma — verwante figuur waar één werkwoord juist niet bij beide objecten past

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 4-55.