12 (Twaalf)
Symbolische behandeling van dit getal in het corpus
Bullinger · Jones · Noordzij
Het getal twaalf staat in het corpus voor gouvernementele perfectie: het getal van goddelijk bestuur, institutionele orde en gezaghebbende voltooiing. Bullinger beschouwt het als het vierde en laatste van de vier perfecte getallen. Jones verbindt het via de Hebreeuwse letters Yod-Beth (hand van het huis) aan goddelijk gezag en apostolische regering. Noordzij betrekt het indirect in zijn behandeling van de honderdvierenveertigduizend als de eschatologische overwinnaars.
Bijbelse verwijzingen
| Verwijzing | Context |
|---|---|
| Gen. 49:28 | De twaalf stammen van Israël; Jakob zegent zijn zonen |
| Matt. 10:1-2 | Twaalf apostelen geroepen en uitgezonden |
| Openb. 21:12 | Twaalf poorten en twaalf engelen van het Nieuwe Jeruzalem |
| Openb. 21:14 | Twaalf fundamenten met namen van de twaalf apostelen |
| Openb. 21:17 | Muur van honderdvierenveertig el: twaalf maal twaalf |
| Lev. 24:5 | Twaalf toonbroden opgesteld in het heiligdom |
Symboliek in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger beschrijft twaalf als “het getal van goddelijk bestuur en institutionele orde”, het vierde perfecte getal. Als bewijs noemt hij de twaalf stammen van Israël, de twaalf apostelen, de twaalf tekens van de dierenriem, de twaalf maanden van het jaar en de driehonderdzestig graden van een volledige cirkel (twaalf maal dertig). De apostelen zijn gerangschikt in vier groepen van drie. Jezus was twaalf jaar oud bij zijn eerste opgetekende woorden in de tempel. 1
Stephen E. Jones
Jones beschrijft twaalf als het getal van “gouvernementele volmaaktheid en goddelijk gezag”, afgeleid van de Hebreeuwse letters Yod-Beth. Hij schrijft: “Twaalf zonen van Jakob; twaalf apostelen; twaalf fundamenten in het Nieuwe Jeruzalem (Openb. 21:14); twaalf poorten, twaalf engelen, twaalf parels (Openb. 21:12, 21); muur van honderdvierenveertig el (= twaalf × twaalf) (Openb. 21:17).” Jones telt twaalf gezalfden in het Oude Testament: vijf priesters en zeven koningen. De twaalfde vermelding van Jezus’ naam in het Evangelie naar Matteüs valt bij de aansporing “Gij zult de Here uw God aanbidden” — het hart van zijn gouvernementele roeping. 2
Cees Noordzij
Noordzij betrekt twaalf indirect in zijn uitleg van de honderdvierenveertigduizend (Openb. 7:4 en 14:1). Hij schrijft over de “uitverkoren zonen Gods” die “de hele schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zullen bevrijden.” Het getal honderdvierenveertigduizend rust op het gouvernementele fundament van twaalf: twaalf maal twaalf maal duizend als uitdrukking van volledige overwinning in de heilsgeschiedenische voltooiing. 3