Definitie
Hapax (Grieks: ἅπαξ) betekent “eenmaal” of “één keer voor altijd.” In de soteriologie verwijst het naar de eenmaligheid en onherhaalbaarheid van Christus’ verzoeningsoffer. Het woord verschijnt technisch in Hebr. 9:26 (“maar nu, aan het einde der tijden, is Hij éénmaal verschenen”) en Hebr. 10:10 (“door de wil van God zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, éénmaal volbracht”).
Gebruik in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger koppelt ἅπαξ aan het getal 14 als het getal van verlossing (2 × 7): het eenmalige offer van Christus heeft het karakter van voltooide, niet te herhalen verlossing. In zijn corpus-analyse van Hebreeën interpreteert hij ἅπαξ als de tegenhanger van het herhaalde Levitische priesterschap — waar de Levitische hogepriester jaar op jaar het heilige der heiligen betrad, trad Christus eenmaal en voor altijd in. Bullinger verbindt dit aan zijn monergistische soteriologie: de verlossing is volledig Gods werk, eenmalig en definitief. [Bullinger, Number in Scripture, H14-analyse]
Herkomst
In de Griekse retorica en filosofie drukt ἅπαξ een enkelvoudige, niet-herhaalde handeling uit. Als technische uitdrukking hapax legomenon (ἅπαξ λεγόμενον) duidt het op een woord dat slechts eenmaal in een corpus voorkomt. In de soteriologische traditie (Hebreeënbrief) is de juridisch-cultische connotatie leidend: het offer is ondeelbaar en volledig.