Definitie
De Antichrist (Grieks: ἀντίχριστος, “tegen Christus” of “in plaats van Christus”) is in de traditionele eschatologie een toekomstige eindtijdfiguur die Gods volk vervolgt, zichzelf als God presenteert in de tempel (2 Tess. 2:3-4) en wordt geïdentificeerd met het “beest” uit Openb. 13 en de “prins” die in Dan. 9:26-27 het verbond verbreekt. Het getal van het beest is 666 (Openb. 13:18). De Antichrist wordt bij de wederkomst vernietigd door de adem van Christus’ mond (2 Tess. 2:8; Openb. 19:20).
De term antichrist verschijnt in het NT alleen in de brieven van Johannes (1 Joh. 2:18,22; 4:3; 2 Joh. 7), waar hij zowel een eindtijdfiguur als een geest van dwaling in het heden aanduidt.
Gebruik in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger verbindt de Antichrist aan zijn bespreking van Dan. 9:24-27 (de 70ste week als toekomstig) en het getal 666. Over de 70ste week: “Allen vier deze passages gaan over dezelfde persoon, en die persoon is niet Christus, maar de Antichrist.” De Antichrist sluit een verbond met “velen”, verbreekt het na 3,5 jaar, en brengt offer en spijsoffer tot ophouden. Bullinger verbindt het getal 666 aan de Griekse letter Stigma (ς) en diens symbolische verbinding met de mysteriën van Egypte. [Bullinger, Number in Scripture, Deel I, hfst. I; Deel II, inleiding]