Oliesel

Typologische behandeling in het corpus

Olies, met name de heilige zalfolie (Ex. 30:23-25), wordt door Warnock aangewezen als type van de Heilige Geest en van de zalving die Christus en Zijn lichaam ontvangen. De vijf ingrediënten van de heilige olie (mirre, kaneel, kalmoes, kassia, olijfolie) typeren de kwaliteiten van het Geestesleven in de gelovige.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Ex. 27:20”Gebruik zuivere olijfolie voor de lamp, om de lamp steeds te doen branden”
Ex. 30:23-25De vijf ingrediënten van de heilige zalfolie
Lev. 8:10-12Aäron en zijn zonen gezalfd met de heilige olie
Ps. 45:8”Gij hebt gerechtigheid liefgehad… daarom heeft Uw God U gezalfd met olië van vreugde”
Hebr. 1:9Christus gezalfd met olië van vreugde boven Zijn metgezellen
1 Joh. 2:20”Gij hebt de zalving van de Heilige ontvangen”

Typologische duiding per auteur

George H. Warnock

In Crowned With Oil (ch. 5) werkt Warnock de olie als type van de Heilige Geest uit aan de hand van de vijf ingrediënten:

“Olijfolie wordt in de Schriften consequent gebruikt als type van de Heilige Geest. Maar de zalfolie wordt vermengd met al deze ingrediënten die wij hebben genoemd, om de eigenschappen van de Geest van God duidelijker af te beelden, Wiens tegenwoordigheid in ons leven de geur van Christus zal doen uitstromen.”1

De vijf ingrediënten en hun typologische betekenis:

  1. Zuivere mirre — “bitter”, betekent het lijden en de zelfverloochening die nodig zijn voor waarachtige discipelschap. Jezus was de “Man van Smarten”, en Zijn vreugde ontsproot aan Zijn gehoorzaamheid aan de Vader.

  2. Zoete kaneel — “recht opstaan”, betekent het staande blijven in genade. De heilige olie doet Gods gezalfden staande blijven te midden van de strijd.

  3. Zoete kalmoes — een riet dat in het moeras groeit, buigt maar breekt niet. Type van de zachtmoedigheid die niet breekt onder druk.

  4. Kassia — een aromatisch hout, type van het onvergankelijke hout van het kruis dat de dood overwint.

  5. Olijfolie — de basis van de zalfolie, type van de Heilige Geest die alles saamhoudt en doet stromen.

Warnock benadrukt dat men de mirre niet kan weglaten — het lijden is constitutief voor de zalving:

“Jezus heeft geleden, en daarom wordt ons geleerd dat wij niet hoeven te lijden. De weg van discipelschap is verdraaid tot onderwerping aan een of ander ministerie of kerkelijk systeem. Maar ondanks alle verzekeringen die zij mogen geven, de weg van discipelschap is vandag nog even veeleisend als toen Jezus waarschuwde: ‘Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan Mijn discipel niet zijn.‘”2

De olie is niet slechts een symbool maar een type van de Geest Die specifieke eigenschappen (mirre, kaneel, kalmoes, kassia) in het leven van de gelovige uitwerkt. Waar de Geest woont, daar is de volle gezalfdheid die niet slechts op Jezus rustte (Ps. 45:8; Hebr. 1:9) maar ook op Zijn lichaam wordt uitgestort (1 Joh. 2:20).

Warnock verbindt de olie ook aan de tien maagden (Matt. 25:1-13) — de olie in de vaten is het verschil tussen wijsheid en dwaasheid in de eindtijd:

“Er komt een dag van beproeving en verdrukking voor Gods volk — in feite wij kunnen zeggen dat die voor de deur staat — een dag waarin God de harten zal ontbloten en de naaktheid en armoede van deze Laodicea-se kerk zal openbaren die beweert rijk te zijn en aan niets gebrek te hebben.”3

Gerelateerde types

Voetnoten

Footnotes

  1. Warnock, b7 (Crowned With Oil), ch. 5 “Ingredients of the Holy Oil”.

  2. Warnock, b7, ch. 5 — mirre en het lijden als constitutief voor discipelschap.

  3. Warnock, b7, ch. 3 “Exhaustless Oil… But None To Spare” — de tien maagden en de olie in de eindtijd.