Levensboom

Typologische behandeling in het corpus

De levensboom in de hof van Eden (Gen. 2:9), tot dewelke de mens na de val de toegang werd ontzegd (Gen. 3:24) en die opnieuw verschijnt in de eschatologische stad (Openb. 22:2), wordt door Nee/Lee in The Spiritual Man aangewezen als type van Gods ongeschapen leven in Christus. De levensboom typeert wat God de mens aanbood — zijn eigen natuur als gave — maar wat verloren ging door de keuze voor de boom van kennis.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Gen. 2:9De levensboom in het midden van de hof van Eden
Gen. 2:16-17God gebiedt vrij te eten van alle bomen — ook de levensboom — maar verbiedt de boom van kennis
Gen. 3:22-24Na de val: de weg naar de levensboom bewaakt door cherubs met een vlammend zwaard
Joh. 6:35”Ik ben het brood des levens” — Christus als vervulling van de levensboom
Openb. 2:7”Aan wie overwint zal Ik te eten geven van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”
Openb. 22:2De levensboom in het midden van de straat der hemelse stad — bladeren tot genezing van de volkeren

Typologische duiding per auteur

Watchman Nee & Witness Lee

In The Spiritual Man, hoofdstuk 3 (“The Fall of Man”), legt Nee de verbinding tussen de levensboom en Gods ongeschapen leven dat God de mens aanbood maar dat de mens door de zondeval verloor:

“Een groot aantal van Gods dienaren beschouwt deze levensboom als Gods aanbod van leven aan de wereld in Zijn Zoon, de Heer Jezus. Dit is eeuwig leven, Gods natuur, Zijn ongeschapen leven. Aldus hebben wij hier twee bomen — één ontkiemt geestelijk leven, terwijl de andere het zielsleven ontwikkelt.”1

Nee onderscheidt de twee bomen als twee tegengestelde oriëntaties: de levensboom staat voor afhankelijkheid van God en het ontvangen van Gods eigen natuur als gave; de boom van kennis staat voor onafhankelijkheid en het zelfstandig oordelen over goed en kwaad. Gods wil was dat de mens van de levensboom at. Nee wijst erop dat God dit positief gebood vóórdat hij de boom van kennis verbood:

“Is het niet duidelijk dat Gods wil voor Adam was om van de vrucht van de levensboom te eten? Want vóórdat Hij Adam verbood de vrucht van de boom van goed en kwaad te eten en hem waarschuwde dat hij op de dag dat hij at zou sterven (Gen. 2:17), had Hij de mens reeds geboden vrij te eten van elke boom in de hof en noemde hij uitdrukkelijk de levensboom in het midden van de hof.”1

Wat de gelovige bij de wedergeboorte ontvangt, is voor Nee Gods eigen leven zoals getypeerd door de levensboom:

“Wat wij bij de wedergeboorte ontvangen is Gods eigen leven zoals getypeerd door de levensboom. Maar onze menselijke geest, hoewel permanent bestaand, is leeg van ‘eeuwig leven.‘”1

De levensboom kan in de gelovige niet samenwonen met de boom van kennis — afhankelijkheid en onafhankelijkheid sluiten elkaar structureel uit:

“De levensboom kan niet in ons groeien samen met de boom van kennis. Opstand en onafhankelijkheid verklaren elke zonde die door zowel zondaars als heiligen wordt begaan.”1

Gerelateerde types

Voetnoten

Footnotes

  1. Nee/Lee, b6 (The Spiritual Man, Watchman Nee), hfst. 3 (“The Fall of Man”); de levensboom als type van Gods ongeschapen leven in Christus; Gen. 2:9 als typologisch anker. 2 3 4