baptisma

Definitie

Baptisma (Grieks: βάπτισμα) is het Griekse zelfstandig naamwoord afgeleid van baptizo, dat de handeling of toestand van “dopen” uitdrukt. De Statenvertaling geeft het weer als “doop” of “wasschen.” Zoals bij het verwante werkwoord baptizo geldt dat de vertaling een theologische aanname verbergt: het nomen laat open of het om een water-rituaal of om een geestelijk transformatieproces gaat. Het Nieuwe Testament gebruikt baptisma voor zowel de waterdoop van Johannes (Matt. 21:25) als de geestelijke identificatie met Christus’ dood en opstanding (Rom. 6:4).

Gebruik in het corpus

Cees Noordzij

Noordzij wijst erop dat de Statenvertaling-vertalers baptisma als “doop” weergaven en daarmee hun Calvinistische ecclesiologische praktijk in de vertaling encodeerden. De keuze was geen neutrale vertaalkundige beslissing maar een hermeneutische vooronderstelling:

De Nederlandse Statenvertaling-vertalers gaven baptizo weer als “dopen” (dompelen) en baptisma als “doop” of “wasschen,” en kozen terminologie die hun Calvinistische praktijken ondersteunde.

Voor Noordzij is baptisma in zijn diepste betekenis de uitdrukking van het transformatieve proces: het “gedoopt-zijn” als een toestand van inwerking en verandering door Gods kracht. De vorm (water of Geest) is ondergeschikt aan de inhoud (werkelijke transformatie). [Noordzij, Wat is dopen?, b10]

Herkomst

Baptisma verschijnt in het Nieuwe Testament ca. 20 keer. In de Griekse literatuur is het een nomen actionis bij baptizo. De Latijnse vertaling (baptisma) behield het Griekse woord onvertaald, wat in de westerse traditie de fixatie op het ritueel verstevigde.

Verwante termen