ἀδόκιμος (adokimos)
Definitie
Adokimos (Grieks: ἀδόκιμος; “verwerpelijk”, “de toets niet doorstaand”) is een Bijbels-Grieks begrip dat een geest of verstand beschrijft dat het onderscheidingsvermogen verloren heeft en de toets Gods niet kan doorstaan. Etymologisch is het de negatiefvorm van dokimos (“goedgekeurd na onderzoek”). Paulus gebruikt de term in twee sleutelteksten: in Rom. 1:28 voor het verstand dat God volledig heeft uitgebannen, en in 1Kor. 9:27 voor zijn vrees zelf adokimos te worden na zijn apostolisch werk.
Het adokimos-verstand is het eindstadium van geestelijke afwijking: niet louter een slechte keuze, maar een structureel verlies van het vermogen om goed van kwaad te onderscheiden. Het is de toestand waartoe God de mens overgeeft wanneer die Hem resoluut buiten zijn denken sluit.
Gebruiksvarianten per auteur
Warnock
Warnock beschrijft adokimos als het eindpunt van de drie stadia van apostasie (Rom. 1), en geeft een uitgewerkte definitie:
“Zij wilden God niet in hun kennis houden (vs. 28)… En God zei: Als je Mij niet in je gedachten wilt, zal Ik elke spoor van licht dat je ooit gekend hebt uitwissen, en zal Ik meer duisternis en kwaad scheppen dan je zult weten te hanteren. Zo werden zij overgegeven aan een verwerpelijk verstand (Gr. ‘adokimos’): het verstand dat de toets niet kan doorstaan; het wordt waardeloos, verworpen.” [Who Are You?, hfst. 5]
Het adokimos-verstand is bij Warnock het resultaat van de uitsluiting van God: wie God consequent uit zijn denken bant, verliest het licht dat God verstrekte, en raakt in een toestand van toenemende duisternis zonder zelf nog te beseffen hoe groot die duisternis is. Dit is geen straf van buitenaf maar een organisch gevolg van de apostasie zelf.
De keerzijde is de dokimos-mens (2Tim. 2:15): degene die zijn werk voor God met inzet en volharding volbrengt en de toets daarin doorstaat. Paulus gebruikt dit contrast in 1Kor. 9:27 om de ernst van zijn eigen apostolisch leven te onderstrepen: ook de prediker zelf kan adokimos worden als hij de discipline van het geestelijk leven verwaarloost.