Rode vaars
Typologische behandeling in het corpus
De rode vaars (Num. 19), het reinigingsoffer waarvan de as buiten het kamp werd verbrand en gemengd met water voor reiniging van doodsverontreiniging, wordt door Jones in The Struggle for the Birthright aangewezen als type van Christusâ kruisiging. De geografische locatie van het offeraltaar â op de Olijfberg, buiten de stadsmuren â correspondeert in Jonesâ exegese nauwkeurig met de locatie van Jezusâ kruisiging.
Bijbelse verankering
| Referentie | Context |
|---|---|
| Num. 19:1-10 | Wetgeving over de rode vaars: buiten het kamp verbrand; as gemengd met water voor reiniging |
| Num. 19:11-13 | Reiniging van wie een dode heeft aangeraakt â type van bevrijding van doodsverontreiniging |
| Hebr. 9:13-14 | âAls het bloed van bokken en stieren en de as van een vaars⊠hoeveel te meer zal het bloed van Christus ons geweten reinigenâ |
| Hebr. 13:11-13 | âDe lichamen van dieren worden verbrand buiten het kamp⊠Laten ook wij tot Hem uitgaan buiten het kampâ |
Typologische duiding per auteur
Stephen E. Jones
In The Struggle for the Birthright verbindt Jones de rode vaars typologisch met Jezusâ kruisiging via geografische en rituele overeenkomsten. Het offeraltaar voor de rode vaars stond op de helling van de Olijfberg, buiten de oostelijke muren van Jeruzalem:
âDit was de oude locatie van het offeraltaar waar de rode vaarzen âbuiten het kampâ werden verbrand, wier as werd gebruikt om mensen te reinigen die kwamen aanbidden bij de tempel. Jezus vervulde uiteraard dit brandoffer, zoals Hij alle offeranden heeft vervuld. Hij werd gekruisigd buiten het kamp (Hebr. 13:11-13), en dat werd in die tijd gedefinieerd als 2.000 el buiten de muren van Jeruzalem.â1
Jones grondvest de typologische verbinding in twee parallellen:
Rituele parallel: De rode vaars werd volledig verbrand â inclusief het bloed (Num. 19:5) â en haar as werd gebruikt om mensen van doodsverontreiniging te reinigen. Hebr. 9:13-14 stelt deze overeenkomst expliciet: de as van de vaars heiligde het vlees; het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken.
Geografische parallel: De offerplek â âbuiten het kampâ (Hebr. 13:11) â is voor Jones geen ritueel toeval maar een profetische aanwijzing. Jezus werd eveneens âbuiten het kampâ gekruisigd (Hebr. 13:12-13), op dezelfde geografische positie als het altaar van de rode vaars. De schrijver van HebreeĂ«n maakt dit verband expliciet: âLaten ook wij tot Hem uitgaan buiten het kamp, zijn smaad dragend.â1
Gerelateerde types
- Verbonden: pascha, grote-verzoendag, hyssop