Metonymy

Naamsoverdracht

Metonymy is de figuur waarbij een ding wordt aangeduid met de naam van een nauw daarmee verbonden ander ding — niet door gelijkenis (zoals metaphor) maar door associatie, nabijheid of oorzaak-gevolgrelatie. De naam van het één wordt overgedragen op het ander.

Etymologie

Van het Grieks μετωνυμία (metônymia): meta (over/naast) + onoma (naam). In het Latijn metonymia (naamsoverdracht). Bullinger onderscheidt vier hoofdtypen van Metonymy, gebaseerd op de soort relatie die de naamsoverdracht mogelijk maakt.

Definitie

Bullinger’s vier typen Metonymy:

  1. Van het Subject — het bevattende voor het bevatte, of het subject voor het bijkomende: “de cup” voor wat er in zit; “de pen” voor wat er mee geschreven wordt
  2. Van het Object — het teken voor de betekende zaak, het effect voor de oorzaak: “de verzoening” voor het bloed van Christus
  3. Van de Oorzaak — de oorzaak voor het gevolg, de auteur voor zijn werk: “Mozes” voor de boeken van Mozes
  4. Van het Bijkomende — het bijkomende voor het subject, het attribuut voor het subject: “het zwaard” voor oorlog; “de kroon” voor koningschap

Bijbelvoorbeelden

Type 3 — de auteur voor zijn werk:

  • Luc. 16:29 — “Zij hebben Mozes en de profeten” — de schrijvers voor hun geschriften; de Schrift als verlengstuk van haar auteurs
  • Hand. 15:21 — “Want Mozes heeft van oude tijden af in elke stad, die hem prediken” — idem
  • 2Kor. 3:15 — “Wanneer Mozes gelezen wordt, ligt er een deksel op hun hart” — de Pentateuch voor Mozes

Type 1 — het bevattende voor het bevatte:

  • Ps. 23:5 — “Mijn beker vloeit over” — de beker voor de zegen die hij bevat
  • Matt. 26:28 — “Want dit is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments” — bloed als het merkteken van het verbond

Type 4 — het bijkomende/attribuut voor het subject:

  • Rom. 3:30 — “de besnijdenis” voor het Joodse volk; “de voorhuid” voor de heidenen
  • Gal. 5:16 — “Wandelt door de Geest” — de Geest voor Zijn leiding en invloed
  • Gen. 42:38 — “grijze haren” voor hoge ouderdom / het naderende einde

Type 2 — het teken voor de zaak:

  • Matt. 10:34 — “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard” — het zwaard voor strijd/scheiding
  • Openb. 6:4 — “aan dien werd macht gegeven den vrede van de aarde te nemen… en hem werd een groot zwaard gegeven” — het zwaard voor oorlogsgeweld

Verwante stijlfiguren

  • metaphor — ook een naamsoverdracht, maar gebaseerd op gelijkenis, niet op associatie
  • synecdoche — deel voor het geheel of geheel voor het deel (verwant maar afzonderlijk bij Bullinger)
  • hendiadys — twee woorden voor één begrip (anders mechanisme)

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 538-567.