Aphaeresis
Voor-snede
Aphaeresis is een etymologische stijlfiguur waarbij de eerste letter of lettergreep van een woord wordt afgesneden. De figuur is de spiegel van Apocope (eind-snede): waar Apocope het einde wegsnijdt, raakt Aphaeresis het begin. In de Schrift krijgt de figuur theologisch gewicht waar zij wordt toegepast op eigennamen â een afgesneden naam-begin signaleert vaak een afgesneden hoop of bestemming.
Etymologie
Grieks áŒÏαίÏΔÏÎčÏ (aphairesis), âeen wegnemingâ, afgeleid van het werkwoord áŒÏαÎčÏΔáżÎœ (aphairein), âwegnemenâ â een samenstelling van áŒÏÏ (apo, âwegâ) en αጱÏΔáżÎœ (hairein, ânemenâ). Bullinger geeft als Engelse benaming FRONT-CUT.
Definitie
De figuur is een afsnijding van een letter of lettergreep aan het begin van een woord. In het Engels: âneath voor beneath, âmazed voor amazed. In het Nederlands: âk voor ik, ât voor het. De morfologische operatie is gewoonlijk neutraal, maar Bullinger merkt op dat zij in de Schrift méér betekent dan typografische verkorting wanneer zij op een naam wordt toegepast: dan markeert de afsnijding van het naam-begin een afsnijding van het wat-die-naam-betekent.
Bijbelvoorbeelden
Coniah voor Jeconiah (Jer. 22:24, vgl. 1 Kron. 3:16-17):
- 1 Kron. 3:16 â De koningszoon heet voluit Jeconiah â Hebreeuws âLaat Jehova bevestigenâ. Een naam vol hoop voor de davidische lijn.
- Jer. 22:24 â âZo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Coniah, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring waren aan Mijn rechterhand, zo zou Ik u toch vandaar afrukken.â Hier wordt de naam zĂ©lf afgesneden â Jeconiah wordt Coniah. Het Voor-cut signaleert het Goddelijke voornemen om hem ĂĄf te snijden van zijn troon.
- Jer. 22:30 â âSchrijft dezen man kinderloosâ. Geen van zijn zeven zonen (1 Kron. 3:17-18) zou op zijn troon zitten; alleen zijn kleinzoon Zerubbabel werd gouverneur nĂĄ Coniahâs dood in Babel (2 Kon. 25:29-30).
Bullinger merkt op: Josiaâs familie is opvallend vanwege de manier waarop de namen worden gebroken precies wanneer hun koningschap door rampspoed wordt overvallen. Josia (= âLaat Jehova helenâ) gaf zijn zoon de naam Eljakim (= âGod zal bevestigenâ), later veranderd in Jojakim (= âJehova zal bevestigenâ); diens zoon werd Jojachin/Jeconiah (âJehova zal bevestigenâ) â maar deze laatste hoop wordt ingetrokken via de Aphaeresis tot Coniah.
Verwante stijlfiguren
- apocope â eind-snede; de spiegelfiguur waar het einde van een woord wordt afgesneden
Bron
E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 149-150.