666 (Zeshonderdzesenenzestig)

Symbolische behandeling van dit getal in het corpus door E.W. Bullinger en Stephen E. Jones.

Zeshonderdzesenenzestig is het getal van de mens in zijn uiterste zelfoverschrijding: zes — het mensengetal — tot de derde macht. Bullinger verbindt het aan de Griekse gematria van Openb. 13:18 en aan de structurele betekenis van zes als menselijke onvolmaaktheid. Jones plaatst het in zijn systematiek als het getal van menselijke autoriteit over Gods schepping en wijst op de wiskundige samenhang met het getal zesendertig (tegenstander): de som van alle getallen van één tot zesendertig is zeshonderdzesenenzestig.

Bijbelse verwijzingen

VerwijzingContext
1Kon. 10:14Salomo ontving zeshonderd zesenzestig talenten goud per jaar
Openb. 13:18Bereken het getal van het beest: zeshonderd zesenzestig, een mensengetal
Ezra 2:13Zonen van Adoni-kam: zeshonderd zesenzestig

Symboliek in het corpus

E.W. Bullinger

Bullinger beschrijft zeshonderdzesenenzestig als de menselijke onvolmaaktheid tot de derde macht: zes is het getal van de mens (op de zesde dag geschapen, zes dagen arbeid), en 6 × 6 × 6 = 666 drukt die onvolmaaktheid uit op haar verste punt. Hij wijst op de Griekse letters ΧξΣ (chi-xi-sigma) in Openb. 13:18, die de eerste en laatste letters van Christos bevatten met het slangsymbool ertussen — een visuele aanduiding van het namaakkarakter van het Beest. Salomo’s jaarlijks goud-inkomen van zeshonderd zesenzestig talenten (1Kon. 10:14) is een vroeg bijbels voorbeeld: de overtreding van de wet die de koning verbood goud in overmaat te vergaren (Deut. 17:17). 1

Stephen E. Jones

Jones omschrijft zeshonderdzesenenzestig als “Menselijke Autoriteit over Gods Schepping” en verbindt het in zijn getalsystematiek aan het getal zesendertig (tegenstander). In zijn bespreking van getal 36 schrijft hij: “Als we alle getallen van één tot zesendertig bij elkaar optellen, komen we uit op 666.” Zesendertig staat voor de tegenstander; het driehoeksgetal van zesendertig is zeshonderdzesenenzestig — de totaliteit van de menselijke tegenstand in haar absolute grens, tegelijk het breekpunt waarop Gods gezag over alle menselijke autoriteit openbaar wordt. 2


Footnotes

  1. Bullinger, Number in Scripture (4e druk 1921).

  2. Jones, The Biblical Meaning of Numbers.