Stephen Jones — Prolegomena
b1 — Creation’s Jubilee
Hermeneutische methode: feestdagen als uitlegsleutel
Jones presenteert Israëls drie grote feestdagen als onmisbare sleutel tot bijbelverstaan:
“De eerste deur kan alleen worden ontgrendeld met de sleutel van het verstaan van de drie hoofdfeestdagen van Israël.”1 (Creation’s Jubilee, Ch. 1)
“Deze drie feesten zijn op vele wijzen profetisch. Zij spreken van drie ontwikkelingsstadia van het Koninkrijk van God op aarde. Zij spreken van drie zalvingen of manifestaties van de Geest die met elke fase van Koninkrijksontwikkeling verbonden zijn.”2 (Ch. 1)
Interpretatie: Jones’ methode is typologisch-historisch — de instellingen van Mozes (Pascha, Pinksteren, Loofhutten) vormen een profetisch raster voor het verstaan van heilsgeschiedenis. Bijbeluitleg begint bij de wet van Mozes als typologisch systeem.
Wet als hermeneutische en definitiesleutel
Jones definieert zonde via Hebreeuws woordonderzoek en stelt de wet als maatstaf:
“Het Hebreeuwse woord voor ‘zonde’ is khawtaw. Het wordt in meer dan 400 Bijbelpassages vertaald met ‘zonde’. Toch betekent het woord letterlijk ‘het doel missen’ of ‘een doel niet bereiken’.”3 (Ch. 13)
“In morele zin is het doel, oogmerk of de norm de goddelijke Wet (1 Joh. 3:4). Elke overtreding van de Wet is ‘zonde’, want de Wet is Gods norm van gerechtigheid.”4 (Ch. 13)
Interpretatie: de wet functioneert als interpretatief fundament — zowel voor de definitie van menselijke realiteit (zonde, doel, mislukking) als voor het verstaan van Gods handelen in de geschiedenis.
Soevereiniteit Gods als epistemologisch vertrekpunt
Jones’ grondstelling is dat de absolute soevereiniteit van God het epistemologische fundament van bijbelse theologie is:
“Niets verraste Hem, want Hij wist alles van tevoren. Niets was buiten controle, zelfs niet voor één enkele seconde, want God is almachtig.”5 (Ch. 13)
“God neemt altijd de volle verantwoordelijkheid voor al Zijn handelingen op Zich.”6 (Ch. 13)
“Wij moeten ons aan Zijn plan conformeren, in plaats van te trachten Zijn plan te wijzigen om passend te maken aan wat wij denken dat Hij had moeten doen.”7 (Ch. 13)
Interpretatie: soevereiniteit is voor Jones niet alleen een locus in de dogmatiek maar het uitgangspunt van theologisch denken — wie de soevereiniteit compromitteert, denkt niet meer bijbels.
Griekse filosofie versus bijbelse leer: epistemologische tegenstelling
Jones contrasteert de Griekse filosofische denkwijze met het bijbelse (Hebreeuwse) uitgangspunt:
“De Griekse filosofen geloofden dat geest goed was en materie kwaad. Vanuit deze grondaanname besloten zij dat een goede God nooit kwade materie zou kunnen scheppen. Daarom postuleerden zij dat een kwade god, genaamd de Demiurge, de materie schiep.”8 (Ch. 12)
“In een poging om God te scheiden van enige verantwoordelijkheid voor het kwaad, was het noodzakelijk om alle kwade of zondige wezens een geheel vrije wil toe te kennen. Hoewel dit God leek te rechtvaardigen, deed het dat ten koste van Zijn soevereiniteit.”9 (Ch. 12)
“het lijkt mij eerder een geloof dat in een Griekse cultuur waarschijnlijk eerder zou worden aanvaard, en de vroege kerkleiders waren niet in staat zich los te maken van hun culturele denkraam in deze zaak.”10 (Ch. 12)
Interpretatie: Jones stelt dat de vroege kerk door Grieks cultureel denken verhinderd werd om de bijbelse leer van Gods soevereiniteit volledig te verdedigen. Het dualisme (geest goed / materie slecht) ligt ten grondslag aan de vrije-wil-theologie die soevereiniteit uitholt.
Methodologische kritiek op kerkhistorische doctrinevorming
Jones hanteert een methodologisch principe: karakter en vruchten als maatstaf voor doctrinaire betrouwbaarheid:
“het is verrassend gemakkelijk om de wolven onder de schapen te onderscheiden, alleen al door het getuigenis van hun leven. Jezus zei: ‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen (Matt. 7:16),’ en dat is waar.”11 (Ch. 12)
“Hieronymus was een van de vooraanstaande geleerden van zijn tijd, maar hij verkoos die geleerdheid te gebruiken als een advocaat die wordt betaald om de zaak van zijn cliënt te bepleiten, niet als een eerlijke waarheidszoeker.”12 (Ch. 12)
“wanneer hij geconfronteerd werd met de vraag van het Arianisme, schreef hij eenvoudig aan de bisschop van Rome, met de vraag welk standpunt hij moest innemen, in plaats van de Schriften te onderzoeken op de waarheid.”13 (Ch. 12 — over Hieronymus)
Interpretatie: Jones introduceert een epistemologisch criterium: niet scholing of institutionele positie, maar oprechte waarheidsliefde en karakter bepalen de betrouwbaarheid van een theoloog.
Kritiek op het Augustiniaanse eindperspectief
Jones bekritiseert het Augustiniaanse model als epistemologisch onhoudbaar — het maakt van God impliciet een mislukkeling:
“Dit was in wezen de positie van Augustinus in zijn De Civitate Dei (Stad van God), waar de geschiedenis eindigt met een definitieve scheiding van licht en duisternis, met Satan als een succes (en daarvoor gestraft!), terwijl God wordt beschouwd als de slechte verliezer — dus, de zondaar, de hulpeloze Reus die faalde.”14 (Ch. 13)
Interpretatie: voor Jones is het Augustiniaanse schema in strijd met de bijbelse soevereiniteitsgedachte. De leer over het einddoel (eschatologie) staat of valt met het theologische vertrekpunt (soevereiniteit Gods).
Boekbeschrijving (auteursomschrijving)
“Dit boek behandelt de soevereiniteit van God en het Herstel Aller Dingen, dat Gods overkoepelende doel in de geschiedenis is. Het geeft ook weinig bekende kerkgeschiedenis weer die toont hoe deze vitale leerstellingen in de vijfde eeuw verloren zijn gegaan.”15 (Boekbeschrijving bij Creation’s Jubilee)
Interpretatie: Jones presenteert zijn werk als zowel exegetisch als historiografisch — hij laat zien hoe doctrines via kerkpolitiek verloren gingen, niet via bijbels argument.
Originele citaten (Engelse bron)
Footnotes
-
“The first door can be unlocked only with the key of understanding the three main feast days of Israel.” ↩
-
“These three feasts are prophetic in many ways. They speak of three stages of development in the Kingdom of God upon the earth. They speak of three anointings or manifestations of the Spirit that are associated with each stage of Kingdom development.” ↩
-
“The Hebrew word for ‘sin’ is khawtaw. It is translated ‘sin’ in over 400 Bible passages. Yet the word literally means ‘to miss the mark,’ or ‘to fail to reach a goal.‘” ↩
-
“In the moral sense, the target, goal, or standard is the divine Law (1 John 3:4). Any transgression of the Law is ‘sin,’ because the Law is God’s standard of righteousness.” ↩
-
“Nothing took Him by surprise, for He foreknew all things. Nothing was out of control, even for a split second, for God is all-powerful.” ↩
-
“God always assumes full responsibility for all of His actions.” ↩
-
“We must align ourselves with His plan, rather than attempt to alter His plan to fit what we think He should have done.” ↩
-
“The Greek philosophers believed that spirit was good and matter was evil. From this basic assumption, they decided that a good God could never create evil matter. So they postulated that an evil god, called the Demiurge, created matter.” ↩
-
“In trying to separate God from any and all responsibility for evil, it was necessary to give all evil or sinful beings a totally free will. While this seemed to justify God, it did so at the expense of His sovereignty.” ↩
-
“it seems to me to be a belief that was more apt to be accepted in a Greek culture, and the early Church leaders were unable to break free of their cultural mindset in this matter.” ↩
-
“it is surprisingly easy to pick out the wolves among the sheep just by the testimony of their lives. Jesus said, ‘Ye shall know them by their fruits (Matt. 7:16),’ and it is true.” ↩
-
“Jerome was one of the foremost scholars of his day, but he chose to use that scholarship like a lawyer paid to argue his client’s case, not as an honest truth seeker.” ↩
-
“when confronted with the question of Arianism, instead of searching the Scriptures for truth, he simply wrote to the bishop of Rome, asking what position he should adopt.” ↩
-
“This was essentially the position of Augustine in his City of God, where history ends with a final separation of light and darkness, with Satan being a success (and punished for it!), while God is viewed as the sore loser — thus, the sinner, the helpless Giant who failed.” ↩
-
“This book deals with the sovereignty of God and the Restoration of All Things, which is God’s overall purpose in history. It also gives little known Church history showing how these vital teachings were lost in the fifth century.” ↩