George H. Warnock — Eschatologie
b2 — Evening and Morning
Wederkomst als geestelijke vervulling (John 14-herlezing)
Warnock herinterpreteer de klassieke wederkomsttekst Johannes 14 als verwijzing naar de komst van de Heilige Geest:
“De Waarheid van Johannes 14, die wij gewoonlijk toeschrijven aan de Tweede Komst van de Heer, is in werkelijkheid van toepassing op de komst van de Heilige Geest. ‘Ik zal u geen wezen laten; Ik kom tot u… wij zullen tot hem komen, en bij hem wonen… Ik ga heen, en kom weer tot u…‘”1 (Evening and Morning, Hfst. 1)
De uitleg: Christus moest weggaan in de volheid van verheerlijkte mensheid “opdat Hij uit het hart van God opnieuw zou voortkomen als de Geest der Waarheid, namelijk als de Geest van de Vader en de Zoon.” Het doel van deze terugkomst-in-de-Geest is de vorming van andere zonen:
“Ditmaal is het voornemen van God om in de aarde andere zonen voort te brengen, gelijk aan Zijn eigen Zoon, en hen terug te brengen tot het hart van de Vader in nog een grotere volheid!”2 (Hfst. 1)
Interpretatie: [SPANNING met gangbare uitlegging] Warnock verplaatst John 14 (“Ik kom tot u”) van de lichamelijke wederkomst naar de Pinksterervaring. Dit is consistent met zijn positie in b1 (parousia als geestelijke visitatie), maar gaat verder: de Heilige Geest zelf is de primaire vervulling van Johns wederkomstbelofte.
Dag des Heren: avond en morgen als Gods volledige dag
Warnock legt het principe “evening and morning” (Gen. 1) uit als eschatologisch patroon: de avond (duisternis, verval) gaat vóór de morgen (nieuwe dag van Gods heerlijkheid):
“Volgens het boek Genesis (en wij hebben ontdekt dat wij voortdurend moeten teruggaan naar Genesis om Gods orde te ontdekken) vormen ‘de avond en de morgen’ Gods volledige dag, en niet ‘de morgen en de avond.’ ‘De nacht is ver gevorderd, en de dag is nabij…‘”3 (Hfst. 3, met verwijzing naar Rom. 13:12)
“Reeds nu, vóór het volle opgaan van de ‘Zon der gerechtigheid’ tot de nieuwe dag van Zijn heerlijkheid, schijnen de eerste stralen van de dageraad door. De morgenster gaat op in de harten.”4 (Hfst. 3, vgl. 2 Petr. 1:19)
Warnock verbindt dit met Paulus en Petrus: “Zowel Paulus als Petrus waren zich zeer wel bewust van een grotere volheid die in de laatste tijd zou komen.” Hij citeert:
- “De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij…” (Rom. 13:12)
- “De God des vredes zal de satan haast onder uw voeten verpletteren…” (Rom. 16:20)
- “tijden van verkwikking” die de wederkomst van de Heer voorafgaan (Hand. 3:19)
Manifestatie van de Zonen Gods als eindtijddoel
Warnock stelt dat Gods doel aan het einde van de eeuwen een glorieuze Kerk zonder vlek of rimpel vereist:
“Gods voornemen vereist een triomferende Kerk in de laatste dag. Gods voornemen vereist dat er een ‘heerlijke Kerk’ zal zijn, ‘die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks; maar dat zij heilig zou zijn en onberispelijk’ (Ef. 5:27).”5 (Hfst. 2)
Dit is geen kwestie van menselijke waardigheid maar van Gods Naam:
“Het is geen kwestie van onze waardigheid. Het is Gods Naam die op het spel staat!”6 (Hfst. 2)
De manifestatie van de zonen is voorbereiding geweest door de gehele kerkgeschiedenis:
“God reikt door Zijn genade terug in de chaos van het verleden, raapt de verwarde draden van schijnbare mislukkingen en vergissingen op, vormt ze om door Zijn genade en kracht, en weeft ze tot een patroon van heerlijkheid en schoonheid. Dit alles doet Hij ter voorbereiding op de grote onthulling, de grote manifestatie van Zijn zonen.”7 (Hfst. 2)
Het doel van deze manifestatie is kosmisch: verlossing van de schepping:
“Hij heeft het Woord uitgezonden, de Geest der Waarheid, betreffende de volmaaktheid van het Lichaam van Christus, en de manifestatie van Zijn vele zonen, en Zijn Woord zal niet ledig tot Hem terugkeren. Het zal voorspoedig zijn in datgene waartoe Hij het uitgezonden heeft. Het doel van deze manifestatie is om vruchtbaarheid op de aarde te brengen, opdat zij ‘zaad aan de zaaier en brood aan de eter’ geve. Het zal zegen en bevrijding brengen aan een zuchtende Schepping.”8 (Hfst. 5, met verwijzing naar Jes. 55:12-13)
Eindtijdoordeel: verzegeling vóór de vier winden
Warnock plaatst de huidige kerkgeschiedenis in de fase van de eindtijdverzegeling (Openb. 7):
“Het oordeel staat op het punt te vallen, maar het moet eerst beginnen bij het huis Gods. Voordat de man uitgaat met het slachtwapen in zijn hand, worden de uitverkorenen gemerkt. Voordat de vier winden der aarde over de mensheid worden losgelaten, moeten ‘de knechten van onze God’ verzegeld worden in hun voorhoofden (Op. 7:3).”9 (Hfst. 2)
Dit oordeel begint intern: de Kerk zelf is het eigenlijke probleem voor de wereld:
“Vele instanties op aarde en in de Kerk pogen wanhopig de problemen van de aarde op te lossen, maar fundamenteel is het probleem de Kerk zelf. In plaats van het antwoord te zijn op de menselijke nood, zijn wij het probleem. Gods probleem is altijd geweest met Zijn eigen volk, niet met de wereld.”10 (Hfst. 2)
De grondtekst van Openb. 14:15 wordt geciteerd ter aanduiding van het rijpe oordeel:
“De druiven van de gramschap zijn niet alleen rijp, maar overrijp, zoals het oorspronkelijke in Openbaring 14:15 impliceert. De volheid van zonde en dood is zodanig dat geen vlees de verwoesting die ons te wachten staat, zou kunnen overleven, tenzij de Heer Zelf de dagen zou inkorten.”11 (Hfst. 2)
Ends of the Ages: eschatologisch zelfbewustzijn
Warnock positioneert zijn lezers uitdrukkelijk in de eschatologische eindtijd:
“Indachtig dat wij leven in de einden der eeuwen, zijn wij ervan overtuigd dat elk gebied van christelijke ervaring dat tekortschiet aan het Goddelijk ultimaat in onze levens of in het Lichaam van Christus, ofschoon het misschien zijn plaats heeft gehad als tijdelijke maatregel, uiteindelijk en zeer spoedig moet wijken voor het Goddelijk ultimaat.”12 (Hfst. 1)
Het goddelijk ultimaat is omschreven als: “niets minder dan volledige gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, waar Hij in ons blijft in al Zijn volheid, en Zijn Liefde in ons VOLMAAKT wordt.”
Nieuwe schepping vs. herstel: Gods uiteindelijke doel
Warnock onderscheidt scherp tussen gedeeltelijk herstel (dat door de eeuwen heen heeft plaatsgevonden) en Gods uiteindelijke doel: een volkomen Nieuwe Schepping:
“Wij moeten het werk van God op het terrein van het Herstel bezien in het licht van het feit dat God van het allereerste begin af aan progressief met Zijn volk is voortgegaan in bedelingen van Zijn handelingen met mensen, die uiteindelijk een geheel Nieuwe Schepping tot stand zouden brengen.”13 (Hfst. 5)
Herstellingen van vergeten waarheden zijn slechts voorbereidingsstadia:
“Er zijn natuurlijk seizoenen van verkwikking en vernieuwing waarin verloren waarheden worden herontdekt, vergeten gaven hersteld worden… Maar dit is geenszins Gods ultimaat. Het is veeleer een TERUGGAAN opdat wij VOORWAARTS kunnen GAAN met God in het pad der rechtvaardigen ‘dat hoe langer hoe meer schijnt, totdat het volle dag is.‘”14 (Hfst. 5)
Warnock citeert Jes. 60:17 (“Voor koper zal Ik goud brengen, en voor ijzer zal Ik zilver brengen”) als illustratie: God overtreft de historische beloften in hun vervulling. Aardse Kanaän was type; de stad “wier Bouwmeester en Maker God is” (Hebr. 11:10) is de vervulling.
Interpretatie: Dit onderscheid is eschatologisch wezenlijk — Warnock verwerpt een restorationisme dat de vroege kerk of de Reformatie als eindmodel ziet. De eindbestemming is niet herstel van wat was, maar transfiguratie naar een hogere orde.
Originele citaten (Engelse bron)
Footnotes
-
“The Truth of John 14, which we usually ascribe to the Second Coming of the Lord, is really applicable to the coming of the Holy Spirit. ‘I will not leave you comfortless; I will come to you… we will come unto him, and make our abode with him… I go away, and come again unto you…‘” ↩
-
“This time the purpose of God is to bring forth in the earth other sons, like unto His very own Son, and bring them back unto the heart of the Father in yet a greater fulness!” ↩
-
“According to the book of Genesis (and we have discovered that we must continually go back to the Genesis to discover God’s order) ‘the evening and the morning’ constitute God’s full day, and not ‘the morning and the evening.’ ‘The night is far spent, and the day is at hand…‘” ↩
-
“Even now before the full rising of the ‘Sun of righteousness’ into the new day of His glory, there is the shining forth of the first rays of dawn. The daystar is arising in hearts.” ↩
-
“God’s purpose demands a triumphant Church in the last day. God’s purpose demands that there shall be a ‘glorious Church, not having spot, or wrinkle, or any such thing; but that it should be holy and without blemish’ (Eph. 5:27).” ↩
-
“It is not a case of our worthiness. It is God’s Name that is at stake!” ↩
-
“God by His grace reaches back into the chaos of the past, picks up the tangled strands of seeming failure and mistake, transforms them by His grace and power, and weaves them into a pattern of glory and beauty. All this He does in preparation for the great unveiling, the great manifestation of His sons.” ↩
-
“He hath sent forth the Word, the Spirit of Truth, concerning the perfection of the Body of Christ, and the manifestation of His many sons, and His Word shall not return unto Him void. It shall prosper in the thing whereunto He sent it forth. The purpose of this manifestation is to bring fruitfulness to the earth, that it may give ‘seed to the sower, and bread to the eater.’ It shall bring blessing and deliverance to a groaning Creation.” ↩
-
“Judgment is about to fall, but it must first begin at the house of God. Before the man goes forth with the slaughter-weapon in his hand, the chosen ones are being marked. Before the four winds of the earth are loosed upon mankind, ‘the servants of our God’ must be sealed in their foreheads (Rev. 7:3).” ↩
-
“Many agencies in the earth and in the Church are desperately trying to solve earth’s problems, but basically the problem is the Church itself. Instead of being the answer to human need, we are the problem. God’s problem has always been with His own people, not with the world.” ↩
-
“The grapes of wrath are not only ripe, but they are over-ripe, as the original implies in Revelation 14:15. The fulness of sin and death is such that no flesh could survive the desolation that lies ahead unless the Lord Himself were to cut the days short.” ↩
-
“Bearing in mind that we are living in the ends of the ages, we are persuaded that any realm of Christian experience that falls short of the Divine ultimate in our lives or in the Body of Christ, though perhaps having had its place as a temporary expedient, must eventually and very shortly give way to the Divine ultimate.” ↩
-
“We must view the work of God in the realm of Restoration in the light of the fact that God has from the very beginning progressively moved forward with His people into dispensations of His dealings with men that would eventually bring about an entirely New Creation.” ↩
-
“There are, of course, seasons of refreshing and renewal wherein lost truths are rediscovered, forgotten gifts are restored… But this is by no means God’s ultimate. Rather it is a GOING BACK that we might MOVE FORWARD with God in the path of the just ‘that shineth more and more unto the perfect day.‘” ↩