Stephen Jones — Pneumatologie

Inleiding

Dr. Stephen E. Jones ontwikkelt een samenhangende pneumatologie vanuit de drie Hebreeuwse feesten (Pascha → Pinksteren → Loofhutten). Zijn centrale stelling: de Kerk heeft bij Pinksteren slechts een onderpand of voorschot van de Heilige Geest ontvangen; de volheid van de Geest wordt pas bij de vervulling van het Loofhuttenfeest uitgeschonken. Het eindpunt van dit heilshistorische proces is “God alles in allen” (1 Kor. 15:28) — de Heilige Geest wonend in heel de schepping.


1. De Geest onttrokken bij de Vloed, hersteld bij Pinksteren (Gen. 6:3)

Jones situeert de geschiedenis van de Heilige Geest bij Genesis 6:3:

“Tijdens de vloed verdween de Heilige Geest van de aarde in algemene zin en deze staat van afwezigheid duurde tot aan het Pinksterfeest dat beschreven staat in het tweede hoofdstuk van Handelingen. Bij deze gebeurtenis kreeg de Kerk een voorschot (een gedeelte) van de Geest. De geschiedenis van de Heilige Geest begint in Genesis 6:3.” — [b1, §1]

Het Hebreeuwse ruach draagt hier een dubbele pneumatologische lading:

“Het woord voor adem is in het Hebreeuws ruach. Dit woord heeft een dubbele betekenis. Het betekent zowel ‘adem’ als ‘geest’. Vandaar, als we de tekst naar een hoger niveau tillen, werd de Geest van God ook verwijderd van de mens(heid) gedurende ‘eon’, oftewel een tijdperk. Terugkijkend naar die gebeurtenis weten we dat hierdoor de Heilige Geest weer naar de aarde gestuurd werd om in ons te gaan wonen op de Pinksterdag. Op die dag ademde God opnieuw leven in de Kerk, wat de Kerk in de tijd van Noach ontnomen was.” — [b1, §1]


2. Drie zalvingen: Pascha, Pinksteren, Loofhutten

Jones beschrijft drie stadia van geestelijke groei die samenvallen met de drie feesten:

“De drie feesten zijn in vele opzichten profetisch. Ze bevatten drie stadia van ontwikkeling van het Koninkrijk van God op aarde. Ze spreken van drie zalvingen of manifestaties van de Geest dat overeenkomstig is met elke stadia van het Koninkrijk.” — [b1, §2]

De samengevatte formule luidt:

“Persoonlijk gezien betekent Pasen de Rechtvaardiging van het leven in zonde (‘Egypte’). Pinksteren betekent onze Wijding door vervuld te worden met de Heilige Geest. Loofhutten betekent onze Verheerlijking met de ‘afkoop van ons lichaam’ (Romeinen 8:23), als we het Beloofde Land zullen beërven.” — [b1, §2]

Pinksteren: heiliging

“Het Pinksterfeest behandelt niet onze rechtvaardiging, maar onze heiliging (wijding). Het is het feest waarbij wij gehoorzaamheid leren en hoe we leren ons te laten leiden door de Geest tijdens onze omzwervingen in de wildernis.” — [b1, §2]

Loofhutten: verheerlijking door de volheid

“Het Loofhuttenfeest is de laatste stap in ons leven met God. Bij dit feest ontvangen wij de volheid van de Geest wat ons volledig in de belofte en de ultieme omgang met Hem brengt.” — [b1, §2]


3. Onderpand vs. volheid — Ef. 1:13-14, 2 Kor. 1:22, Rom. 8:23

Dit is het pneumatologische kernthema van Het Jubeljaar van de Schepping. Jones gebruikt consequent de Paulinische begrippen ἀρραβών (arraboon, onderpand) en ἀπαρχή (aparche, eerstelingen/voorschot).

“Maar zelfs Paulus bekende tot drie keer toe dat dit slechts maar een ONDERPAND van de Geest was, een voorschot van iets beters wat nog moest komen. Hij keek uit naar een Loofhuttentijdperk, waarin de VOLHEID van de Geest uitgeschonken zou worden.” — [b1, §4]

Efeziërs 1:13-14

“Pinksteren geeft ons alleen een ‘voorschot’ van de Geest, een onderpand in plaats van de volheid. Efeziërs 1:13 en 14 zegt: ‘In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.‘” — [b1, §4]

2 Korintiërs 1:22 en 5:5

“Dit wordt bevestigd in 2 Korintiërs 1:22 en 5:5. De consequentie is dat we nu leven in een tijdperk van zuurdesem, een tijdperk met een onvolmaakt koninkrijk van priesters die de volheid niet hebben om het koninkrijk tot volmaaktheid te brengen.” — [b1, §4]

Romeinen 8:23

“‘En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan.‘” — [b1, §4, citerend Rom. 8:23]


4. Geest BIJ → IN → VOLLEDIG: drie tijdperken

Jones onderscheidt drie heilshistorische tijdperken die corresponderen met drie stadia van de inwoning van de Geest:

“Het was een era waar de Heilige Geest wel BIJ de mensen was, maar niet IN de mensen woonde. De tweede Kerk is de Kerk van het Pinkstertijdperk die begon zeven weken nadat Jezus was opgestaan, toen de Heilige Geest van God werd uitgestort met Pinksteren. Op deze dag vernieuwde God het Koninkrijk door het een prominentere plaats te geven met meer macht en door de Heilige Geest in mensen te laten wonen.” — [b1, §5]

Het derde tijdperk (Loofhutten) brengt de volheid:

“Niveau Drie: De derde Kerk is de Kerk van het Loofhuttentijdperk. Aan het begin van dit tijdperk zal God Zijn Geest in al Zijn volheid uitschenken over de overwinnaars.” — [b1, §3]


5. Geestesdoop met vuur als reiniging

Jones verbindt de geestesdoop met vuur niet aan vernietiging, maar aan reiniging. Hij citeert Johannes de Doper (Mat. 3:11-12):

“‘Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.‘” — [b1, §6, citerend Mat. 3:11-12]

De strekking voor Jones:

“Pinksteren is een ontmoeting met het goddelijke vuur, want het is gedoopt worden met vuur, ingesteld om mensen te zuiveren door het vernietigen van het vlees. Het is niet ingesteld om de mens zelf te vernietigen, maar om mensen vrij te maken van hun gevangenschap met hun vleselijke verlangens.” — [b1, §6]

De Vloed-Vuurpoel-symmetrie:

“De vloed was de doop van de aarde met water; de vuurpoel zal de doop van de aarde zijn met vuur. Beiden hebben het doel om te reinigen en te zuiveren.” — [b1, §1]


6. God alles in allen (1 Kor. 15:28)

De uiteindelijke pneumatologische horizon bij Jones is de inwoning van de Geest in heel de schepping:

“Dit betekent dat de volheid van de Heilige Geest in alle mensen zal wonen, NIET een beetje in allemaal of alles in sommigen, maar ‘alles in allen’ (1 Kor. 15:28).” — [b1, §5]

“Het vuur dat over de aarde komen zal is de doop met de Heilige Geest die de aarde zal reinigen en de hele schepping in harmonie zal brengen met de doelstelling van God.” — [b1, §1]

“Vanwege deze reden ziet heel de schepping reikhalzend uit naar de openbaring van Gods kinderen (Romeinen 8:19–21), wetende dat deze kinderen de eerstelingen van de schepping zijn (Jakobus 1:18). Paulus zegt dat de eerstelingen de hele oogst heiligen.” — [b1, §5]


7. 1 Kor. 12:3 als grondslag voor universele belijdenis bij de Grote Witte Troon

In Het Herstel van alle dingen maakt Jones een directe verbinding tussen pneumatologie en eschatologisch oordeel. Hij koppelt Fil. 2:10-11 aan 1 Kor. 12:3:

“Het klopt dat de mens eens zal sterven en dat daarna het oordeel zal komen als ze zullen opstaan voor de Grote Witte Troon. Maar Paulus zegt dat ‘elke tong zal belijden dat Jezus Christus is Heer tot eer van God, de Vader’. In 1 Kor. 12:3 zegt Paulus: ‘Niemand kan ooit zeggen: “Jezus is de Heer,” behalve door toedoen van de heilige Geest.’ Onthoud dus dat niemand kan getuigen zonder geraakt te worden door de Heilige Geest.” — [b2, §7]

Jones versterkt dit met Rom. 10:9:

“‘Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.‘” — [b2, §7, citerend Rom. 10:9]

Het oordeel zelf werkt als pneumatologische werking:

“Het is tot eer van God – bewerkstelligd door de goddelijke wet – dat elke tong op die dag zal belijden dat Hij is Heer. Als zij dit getuigenis geven komt dit voort uit geloof door de macht van de Heilige Geest. In feite is het ondenkbaar dat iemand de volle macht en majesteit van God wil of kan weerstaan als hij hiermee geconfronteerd wordt. Er zijn vele opwekkingen geweest op aarde waarbij mensen op de grond vielen en hun zonden beleden vanwege de ondoorgrondelijke werking van de Heilige Geest. Hoeveel te meer zal dit gebeuren bij het Oordeel van de Grote Witte Troon?” — [b2, §7]


8. De Heilige Geest als gids naar waarheid (Joh. 16:13)

Jones beschrijft de Geest als onmisbare partner naast de Schriftstudie:

“De helft van deze training bestaat uit het bestuderen van het woord. De andere helft wordt verkregen door het ontwikkelen van geestelijke gaven, voornamelijk de gave van wijsheid, kennis en onderscheidingsvermogen (1 Kor. 12:8–10). Het is belangrijk om de Schrift te bestuderen (2 Tim. 2:15) in onze zoektocht naar de waarheid. Maar dit is niet genoeg. We hebben ook een geestelijke kant die ontwikkelt moet worden, want het is de Heilige Geest die ons leidt naar de volle waarheid (Joh. 16:13).” — [b2, §8]

Jones pleit voor een evenwicht tussen Schrift en geestelijke gaven:

“We moeten Hem prijzen en aanbidden in BEIDE – geest en waarheid. Vele groepen specialiseren zich in Bijbelstudie om de waarheid te leren, maar zij negeren de geestelijke gaven. Anderen focussen zich zoveel op het ervaren van geestelijke gaven dat zij het bestuderen van de Schrift negeren. De winnende combinatie is een balans tussen zowel geest als waarheid.” — [b2, §8]

Oordeel vanuit onderscheiding

“De uitspraak van Jezus was een waarschuwing om niet te oordelen vanuit een eigen persoonlijke mening, maar vanuit onderscheiding van de Geest. Op die manier zal ons oordeel niet van onszelf zijn, maar van de Vader.” — [b2, §8]


Samenvatting van Jones’ pneumatologie

ThemaKernPrimaire bron
Geest en de VloedGeest onttrokken bij Vloed (Gen. 6:3), teruggekeerd bij Pinksterenb1, §1
Drie zalvingenPascha = rechtvaardiging; Pinksteren = heiliging; Loofhutten = verheerlijkingb1, §2
Onderpand (arraboon / aparche)Pinksteren geeft voorschot, geen volheid — Ef. 1:13-14; 2 Kor. 1:22; Rom. 8:23b1, §4
Drie tijdperkenGeest BIJ → IN → VOLLEDIGb1, §5
Geestesdoop met vuurReinigend, niet vernietigend — Mat. 3:11-12b1, §6
God alles in allenVolheid van Geest in heel de schepping — 1 Kor. 15:28b1, §5
Universele belijdenis1 Kor. 12:3 + Fil. 2:10-11: niemand kan “Jezus is Heer” zeggen zonder de Geestb2, §7
Geest en waarheidBalans Schrift + geestelijke gaven — Joh. 16:13b2, §8