tabernakel

Definitie

De tabernakel is in het Oude Testament de draagbare tent waar de aanwezigheid van God onder Israël woonde (Ex. 25-27). Deze aardse tabernakel was een type of voorbede van de hemelse tabernakel, de werkelijkheid waarnaar alle priesterstucken verwezen (Hebr. 9:11-12, Openb. 4-5). De tabernakel-theologie vormt in het pneumatische denken van George Warnock een alomvattend raamwerk voor het verstaan van Gods voortgaande werk via de Heilige Geest: de aardse tabernakel-structuur, voorzien van het verzoendeksel en de kandelaar, antwoordt op de hemelse werkelijkheid waar Christus als Hogepriester dient en de Zeven Geesten van Gods volheid uitgaan.

Gebruiksvarianten per auteur

George Warnock

Warnock integreert de tabernakel-typologie in zijn pneumatische theologie. Hij verbindt de aardse tabernakel-instellingen (priesterlijke dienst, offers, verzoendeksel) aan de hemelse liturgie van Openbaring 4-5. De kandelaar (menorah) van Ex. 25 fungeert als type van de gemeente in haar getuigenisfunctie:

“Want niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE der heirscharen.” [b8, Zach. 4:6]

Warnock onderzoekt ook de hemelse tabernakel in Openbaring: de troon van God (Ex. 25:17-22 als type van het verzoendeksel in de hemel) is het centrum van de hemelse werkelijkheid waar Christus zijn priesterambt uitoefent en de Heilige Geest in volle volheid (de Zeven Geesten) werkt. De verbijzondering van de tabernakel in de vleeswording van Christus en de gemeente vormt voor Warnock de sleutel tot het verstaan van Gods eindtijdse plan:

“Want de gehele wet is vervuld in één woord, namelijk: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” [b8, Gal. 5:14]

De tabernakel wordt herschapen in de gemeente als lichaam van Christus, waarin de Heilige Geest woont (1Kor. 6:19-20, Ef. 2:19-22).

Zie ook