Definitie (huisstijl)
Strafverzoening (propitiation, Gr. hilasterion) is de dimensie van de verzoening waarbij de toorn van God wordt gestild door het offer van Christus. In Rom. 3:25 staat dat God Christus ‘gesteld heeft tot een hilasterion’ — het Griekse woord dat ook het verzoendeksel van de ark aanduidt (Hebr.: kapporeth). De strafverzoening onderscheidt zich van verzoening in bredere zin (atonement) door de nadruk op het ‘toornstillende’ aspect: God is heilig en zijn gerechtigheid eist straf voor zonde; Christus neemt die straf op zich en stilt daarmee de goddelijke toorn.
De strafverzoening is theologisch onderscheiden van verzoening als categorische term: atonement omvat alle dimensies van het verzoeningswerk; propitiation slaat specifiek op de toornstillende dimensie die gericht is op Gods heilige gerechtigheid.
Gebruiksvarianten per auteur
Warnock
Warnock erkent de strafverzoening als onmisbaar fundament van de rechtvaardiging:
“Hem die God heeft gesteld tot een verzoendeksel door het geloof in zijn bloed, tot verklaring van zijn gerechtigheid door de vergeving van de zonden die tevoren geschied zijn […] opdat Hij rechtvaardig zou zijn en de rechtvaardiger van degene die gelooft in Jezus.” (Rom. 3:25-26)
[Warnock, The Feast of Tabernacles, hst. 2]
Warnock verbindt de strafverzoening aan de absolute noodzaak van bloed:
“Want er is volstrekt geen aanneming voor enige mens voor God dan door het vergieten van het kostbare bloed van Christus. Het is het bloed dat verzoening bewerkt voor de ziel, en ‘zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.‘” (Hebr. 9:22)
[Warnock, hst. 2]
Voor Warnock is strafverzoening het onvervreemdbare hart van het evangelie. Modernisme dat het verzoeningsbloed verwerpt, sluit daarmee de heilsdeur. Tegelijkertijd plaatst Warnock de strafverzoening als Pascha-niveau (eerste fase) in zijn progressieve soteriologie: de juridische grond is gelegd bij het Pascha, maar de gelovige is geroepen verder te gaan naar Pinksteren en het Loofhuttenfeest.