algemene openbaring

Definitie

Algemene openbaring is Gods zelfmededeling via de schepping, de menselijke rede en het geweten — in beginsel beschikbaar voor alle mensen, ongeacht hun kennis van de Bijbel of de bijzondere openbaring. De klassieke tekst is Rom. 1:20: “De onzichtbare dingen Gods worden, van de schepping der wereld af, uit Zijn werken met het verstand doorzien, zowel Zijn eeuwige kracht als Zijn goddelijkheid; zodat zij geen verontschuldiging hebben.”

In het apokatastasis.wiki-corpus is algemene openbaring als thema ondervertegenwoordigd: de auteurs richten zich primair op de bijzondere openbaring via Schrift, Geest en profetie. Toch zijn er betekenisvolle posities. Warnock beschouwt de natuur als een directe manifestatie van het Woord van God die historisch aan de Schrift voorafging. Noordzij biedt via zijn Mimosa-verhaal een empirisch argument voor de mogelijkheid van godskennis buiten de Schrift. Beide posities impliceren dat Gods werking niet principieel beperkt is tot het kanaal van de bijzondere openbaring.

Gebruiksvarianten per auteur

George Warnock

In Evening and Morning beschouwt Warnock de schepping als de primaire openbaringsvorm die aan de geschreven Schrift voorafging:

“Wij mogen dit verwachten, want de Natuur is niets anders dan een manifestatie van het Woord van God. Er was een tijd dat de mensen geen ander Woord hadden dan het Woord van de Natuur, en het was een zo heldere openbaring van Gods gedachten en karakter dat de apostel kon zeggen: ‘De onzichtbare dingen Gods worden, van de schepping der wereld af, uit Zijn werken met het verstand doorzien, zowel Zijn eeuwige kracht als Zijn goddelijkheid; zodat zij geen verontschuldiging hebben.’ (Rom. 1:20)” (Evening and Morning, hfst. 1)

Voor Warnock is de natuur niet louter analogie of “aanwijzing” naar God, maar een werkelijke en heldere manifestatie van Gods eeuwige orde en karakter. Tegelijkertijd stelt hij dat de Schrift onmisbaar blijft als fundament en kompas: wie de Schrift terzijde legt in de veronderstelling voorbij haar te zijn, “vernietigt het enige fundament waarop solide christelijk karakter gebouwd wordt en werpt het kompas weg dat de enige weg kan wijzen naar de haven van rust.” Algemene openbaring is dus niet voldoende op zichzelf.

Cees en Anneke Noordzij

Noordzij benadert algemene openbaring indirect via het zogenaamde Mimosa-verhaal in Het Woord Gods en de Schrift. Hij presenteert dit als empirisch bewijs dat God kan communiceren zonder de Bijbel:

“Het gaat over een Indiaas meisje, dat op tienjarige leeftijd bij toeval en maar één keer iets hoorde over een God die louter liefde is. Het liet haar niet meer los. Zonder onderricht, zonder bijbel of contact met andere christenen, groeide haar geloof gestaag. Ze had geen bijbel, maar ze hoorde wèl het Woord van God.” (Het Woord Gods en de Schrift, sectie “Het Woord van God”)

Noordzij trekt een lijn naar bijbelse figuren: “Ze deed me denken aan Henoch, Noach en Abraham, die ook geen bijbel hadden, maar wel God hoorden ‘spreken’.” Zijn principiële conclusie: “Het is niet alleen onbijbels, maar ook onlogisch, dat God een boek nodig zou hebben om met de mens te communiceren.” Dit impliceert een brede openbaringstheologie waarbij Gods communicatie met de mens niet principieel gebonden is aan het kanaal van de bijzondere openbaring via de Schrift.

Zie ook