aartsengel

Definitie

Aartsengel (van Grieks archaggelos, “eerste/hoge engel”) is de aanduiding voor engelenwezens van de hoogste rang. Het woord verschijnt tweemaal in het Nieuwe Testament: in 1Tess. 4:16 (“stem van de aartsengel”) en in Jud. 9 (“Michaël de aartsengel”). In de canonieke bijbelse tekst wordt alleen Michaël expliciet als aartsengel aangeduid; Gabriël en Rafaël ontvangen deze titel in deuterocanonieke en extra-canonieke teksten. In dit corpus behandelen Cees Noordzij en George Warnock de aartsengel primair via de figuur van Michaël als beschermheer van Gods heilshistorische plan.

Gebruiksvarianten per auteur

Cees Noordzij

Noordzij behandelt Michaël de aartsengel via Jud. 9: de aartsengel die met de duivel redetwistte over het lichaam van Mozes. Dit is voor Noordzij een bewijs van de voortdurende engelbewaring van Gods heilshistorische figuren, verbonden aan het manchild-motief:

“Michaël de aartsengel twistte met de duivel over het lichaam van Mozes (Jud. 9). Deze strijd toont de permanente betrokkenheid van de hemelse machten bij Gods plan voor zijn zonen. Mozes verschijnt later op de berg der verheerlijking (Matt. 17:3) — de bewaring van zijn lichaam staat niet los van zijn eschatologische rol.”

(Mozes en de weg tot zoonschap, H8)

Noordzij ziet de aartsengel ook als de hemelse representant die in Openb. 12 Satans aanval op de vrouw weerstaat: de grote draak die de barende vrouw tegemoet staat, wordt wederstaan door Michaël.

George Warnock

Warnock plaatst Michaël in het centrum van de kosmische strijd bij de geboorte van het manchild (Openb. 12:7-9). De aartsengel is niet slechts een hemelse figuur maar de aanvoerder van het hemelse leger in het eschatologische conflict:

“Michaël en zijn engelen streden tegen de draak (Openb. 12:7). Dit is de ultieme hemelse strijd — de strijd om de voltooiing van Gods plan. Michaël was ook degene die in Gods naam Satan weerstond toen hij Jozua de hogepriester aanviel (Zach. 3:1-2).”

(Who Are You?, H6)

Warnock verbindt de aartsengel ook met de hemelse legers die de heilshistorie begeleiden: de sterren die streden bij Megiddo (Richt. 5:20) en de engel die 185.000 Assyriërs versloeg (2Kon. 19:35) zijn voor hem manifestaties van de hemelse legerscharen waarover Michaël de bevelhebber is. Bij Christus’ terugkeer vergezellen de hemelse legers hem (Openb. 19:14).

Zie ook