Samson

Samson, de Nazireër en richter van Israël die zijn kracht verloor door zijn Nazireërsgeloft te breken en geblindeerd en geketend door de Filistijnen werd ingezet als graan-maler, wordt door Warnock aangewezen als type van de tegenwoordige kerk in haar verslagen toestand. Warnock poneert een tweepolig kerkbegrip: de tot strijd bestemde kerk versus de feitelijk verslagen kerk — en hij ziet Samson als type van beide. Het culminatiepunt van de typologische overeenkomst is Samsons finale triomf: hij versloeg meer vijanden bij zijn dood dan gedurende heel zijn leven — patroon van de overwinning die alleen via identificatie met Christus’ kruisdood bereikbaar is.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Richt. 13:5Geboorte van Samson als Nazireër Gods
Richt. 16:17-21Verlies van de Nazireërsgeloft; gevangen en geblindeerd door de Filistijnen
Richt. 16:22”Maar het haar van zijn hoofd begon weer te groeien”
Richt. 16:28-30Herstel van kracht; overwinning in de dood
Matt. 16:18”De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen” — bestemming van de kerk
Ef. 6:10-13Wapenrusting Gods — de kerk als strijdend leger

Typologische duiding per auteur

Warnock

Warnock stelt de huidige kerk voor als Samson in zijn vernedering — geblindeerd door de vijand, gedwongen tot dienst aan de wereldsystemen van de Filistijnen — en ziet daarin een nauwkeurige typologische overeenkomst:

“Op dit moment schamen we ons bijna om toe te geven dat we deel uitmaken van de ‘Kerk’, wanneer we onszelf zien als Samson: gebonden door de wereldsystemen van de Filistijnen, graan malend voor de vijanden van God, en zo verblind in onze harten dat we denken dat we te midden van dit alles overwinnend en triomfantelijk zijn.”1

De typologische parallel loopt door op het punt van herstel: net als Samsons haar (symbool van de Nazireërsgeloft en Gods onderscheidende genade) begon te hergroeien, is de weg van de kerk naar restauratie de hernieuwing van haar toewijding aan de Heer — haar Nazireërsgeloft van afzondering van de wereld:

“wanneer haar Nazireërsgelofte van afzondering voor de Heer wordt vernieuwd, en haar haren van heerlijkheid worden hersteld… wanneer zij eindelijk bereid is haar leven af te leggen, opdat zij de kracht van de opgestane Christus in haar moge kennen.”2

Het climax-moment van de typologische overeenkomst is Samsons dood: hij versloeg bij zijn dood meer vijanden dan gedurende heel zijn leven. Warnock leest dit als het patroon van de identificatio cum Christo — de overwinning die alleen door de identificatie met Christus’ dood bereikbaar is:

“hij sloeg er meer neer bij zijn dood dan hij gedurende heel zijn leven neergeslagen had.”3

Interpretatie: Samsons val is voor Warnock geen aanleiding tot oordeel maar tot herkenning. De kerk die zichzelf in Samson herkent, begrijpt daarin tegelijk haar eigen weg naar restauratie: via de weg van de dood en de hernieuwde Nazireërsgeloft. Dit correspondeert met Warnocks centrale soteriologische these dat overwinning niet via externe kracht maar via identificatie met het Kruis tot stand komt.

Gerelateerde types

  • Verbonden: Saul — type van de zondaar; contrast met de weg van restauratie via het kruis
  • Verbonden: David — type van Christus’ koningschap; de bestemming waarnaar de gerestaureerde kerk op weg is
  • Via getalsymboliek: 300 (Gideons 300 als parallel reductieprincipe bij Warnock)

Voetnoten

Footnotes

  1. Warnock, b6 (Who Are You?), hfst. 1.

  2. Warnock, b6 (Who Are You?), hfst. 1.

  3. Warnock, b6 (Who Are You?), hfst. 1 (citaat Richt. 16:30).