Eden
De Tuin van Eden, Israëls narratieve beginpunt van de menselijke geschiedenis (Gen. 2:8-15), wordt door Jones en Nee/Lee aangewezen als type van Christus als de ware aarde en van de uiteindelijke herstelschepping. Jones beschrijft Eden als de verloren erfenis van Adam — een erfenis die via het jubeljaarprincipe wordt teruggegeven — en benoemt de herstelbelofte van Rom. 8:19-23 als de vervulling van het Eden-type. Nee/Lee leest de aarde zelf als type van Christus: op de derde dag bracht God de aarde tevoorschijn uit de wateren — een type van Christus’ opstanding.
Bijbelse verankering
| Referentie | Context |
|---|---|
| Gen. 2:8-15 | Aanleg van de tuin in Eden; de boom des levens en de vier rivieren |
| Gen. 3:17-19 | Adam verdreven; de aarde vervloekt als gevolg van de zonde |
| Gen. 3:23-24 | Adam verdreven uit de tuin; bewaking door de cherubim |
| Rom. 8:19-23 | De schepping zucht naar verlossing; de openbaring van de zonen Gods als herstel |
| Openb. 22:1-3 | De rivier van het water des levens in het Nieuw Jeruzalem — Eden-beelden hersteld |
Typologische duiding per auteur
Jones
Jones beschrijft Eden als de erfenis die Adam in de zonde verloor en die via het jubeljaarprincipe wordt teruggegeven. Adam verloor zijn verheerlijkte ‘land’ — een erfenis die verbonden was met Gods aanwezigheid — en werd een schuldner aan de wet:
“Adam was gemaakt uit het stof van de aarde, en toch was zijn ‘land’ verheerlijkt met het licht van Gods aanwezigheid vóór zijn zonde. Toen hij zondigde, verloor hij die erfenis en werd hij een schuldner aan de wet. Hij werd ‘verkocht’ in slavernij aan de zonde… Als Israël ervoor gekozen had de erfenis te ontvangen bij Loofhuttentijd van 2450, hadden zij letterlijk teruggekeerd naar de erfenis die zij in Adam verloren hadden — de verlossing van het lichaam (Rom. 8:23).”1
De herstelbelofte gaat verder dan het oorspronkelijke Eden: de uitkomst van Gods heilsplan overstijgt het begin:
“Wanneer Hij de hele aarde tot leven wekt door nogmaals de adem des levens in hun neusgaten te blazen, worden wij gebracht in onsterfelijkheid en volmaaktheid, zoals in het begin. Eden — en meer — wordt hersteld.”2
Nee/Lee
Nee/Lee werkt de Eden-typologie uit via de schepping-als-type: de aarde die op de derde dag uit de wateren tevoorschijn komt, is een type van Christus’ opstanding. De tuin op die aarde is daarmee een type van het Koninkrijk:
“Op de derde dag bracht God de aarde tevoorschijn uit de wateren van de dood. Zo ziet u, dit is een type. Op de derde dag bracht God de aarde uit de wateren van de dood. Uit dit type kunt u beseffen wat de aarde is. De aarde, of het land, is een type van Christus.”3
In dezelfde lijn beschrijft Lee de stad en tempel die op het land gebouwd werden als typen van de volheid van Christus in zijn Lichaam:
“In deze boodschappen willen we iets zien van het land Kanaän, dat het type is van de alles-omvattende Christus. We willen ook zien hoe de stad en de tempel die op dit land Kanaän gebouwd werden, typen zijn van de volheid van Christus, die Zijn Lichaam is, de Gemeente.”4
Gerelateerde types
- Verbonden: nieuw-jeruzalem (Nieuw Jeruzalem als de herstelrealisatie van de Eden-beelden: boom des levens, rivier, Gods aanwezigheid)
- Verbonden: exodus (Exodus-beweging van Egypte naar het Land als type van terugkeer naar de Eden-erfenis)
- Verbonden: kanaan (Kanaän als directe type van de alles-omvattende Christus in Nee/Lees kader)
Voetnoten
Footnotes
-
Jones, The Restoration of All Things, hfst. 2 — Adam verloor de verheerlijkte erfenis; verlossing van het lichaam als herstel (Rom. 8:23). ↩
-
Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — “Eden en meer wordt hersteld” — de herstelbelofte overstijgt het beginpunt. ↩
-
Nee/Lee, The All-inclusive Christ, hfst. 1 — De aarde op de derde dag als type van Christus’ opstanding. ↩
-
Nee/Lee, The All-inclusive Christ, hfst. 1 — Stad en tempel als typen van de volheid van Christus/de Gemeente. ↩