Adam

Typologische behandeling in het corpus

Adam, de eerste mens, wordt door Warnock en Jones aangewezen als type van Christus als Laatste Adam en Tweede Mens. Waar de eerste Adam de bron was van sterfelijkheid en verval, beeldt Christus als Laatste Adam het begin van een nieuwe schepping af — degene die als levenwekkende Geest de mensheid naar de volle gelijkenis met God leidt.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Gen. 1:26-27Adam geschapen naar Gods beeld (tselem) en gelijkenis (demuth)
Gen. 2:7God blaast levensadem in Adams neusgaten: hij wordt een levende ziel
Gen. 3:17-19Adam brengt vloek, sterfelijkheid en slavernij aan de aarde mee
Rom. 5:12-19Paulinische Adam–Christus-parallellie: dood door één, rechtvaardiging door één
1Kor. 15:45-49Adam = levende ziel; Christus = levenwekkende Geest; eerste en laatste Adam
1Kor. 15:22”Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden”

Typologische duiding per auteur

Warnock

Warnock formuleert het Adam–Christus-type binnen zijn overkoepelende typologische hermeneutiek: het natuurlijke gaat eerst vooraf, daarna het geestelijke (1Kor. 15:46). Uit dit principe trekt hij de lijn:

“Eerst Adam, daarna de Laatste Adam. Eerst het Pascha, daarna het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.”1

Het type–antitype-schema is voor Warnock niet louter conceptueel maar bepalend voor het begrijpen van Christus’ werk. De eerste Adam is niet zijn tegenhanger maar zijn voorloper:

“Uit de eerste Adam kwam Christus voort, bestemd om niet alleen de Laatste Adam te worden (de laatste van Adams geslacht, de laatste van het oude ras), maar de Tweede Mens (het begin van de tweede schepping).”2

Na de opstanding wordt de antitypische parallel zichtbaar: zoals God in den beginne de levensadem in Adams neusgaten blies (Gen. 2:7), zo blaast de Laatste Adam geestelijk leven in zijn discipelen:

“De Laatste Adam (die door zijn dood en opstanding een ‘levenwekkende Geest’ was geworden — 1Kor. 15:45) — zo blies nu de Laatste Adam zijn discipelen de adem van het geestelijke leven in, en zij gingen ervaringsgericht van de dood over naar het leven.”3

De identificatie met de Laatste Adam is voor Warnock bovendien normatief voor de gelovige: gelijkvormigheid aan Christus is gelijkvormigheid aan de Tweede Mens:

“Zo grondig en werkelijk en levend is onze identificatie met de Laatste Adam, dat wij Hem in alle opzichten — zijn werk, zijn bediening, zijn dood, zijn leven — gelijkvormig dienen te worden.”4

Jones

Jones werkt het Tweede Adam-type systematisch uit via de Paulinische imputatieleer in Rom. 5. Het type–antitype-schema draait bij hem om wat Adams zonde en Christus’ gerechtigheid ieder aan “alle mensen” toerekenen:

“Paulus zegt hier dat de zonde de wereld is binnengekomen door Adams overtreding. Maar wat erfden ‘alle mensen’ van Adam? Was het Adams ZONDE die op alle mensen werd overgedragen? NEE. Het was de dood, de aansprakelijkheid voor Adams zonde. Met andere woorden: de mens erfde geen zondenaard van Adam. Hij erfde slechts de aansprakelijkheid voor Adams zonde.”5

De parallel-imputatie van de Laatste Adam keert dit proces om:

“God rekeningde in zijn soevereiniteit zijn zonde toe aan onze rekeningen, roepende wat niet is als ware het (Rom. 4:17). Dit zou een grove onrechtvaardigheid zijn, ja zelfs een valse beschuldiging van Gods kant, ware het niet dat Jezus ook zijn gerechtigheid aan onze rekeningen toerekeningde. Daarmee keerde Hij volledig de gevolgen van deze ‘tijdelijke onrechtvaardigheid’ om.”6

Jones leest Rom. 5:18 als het typologische sluitstuk:

“Zoals dus door één overtreding alle mensen werden veroordeeld, zo zullen ook door één daad van gerechtigheid alle mensen de rechtvaardiging van het leven ontvangen.”7

Hieruit trekt Jones de soteriologische conclusie die zijn universele verlossingsvisie draagt:

“En dit is precies waarom het zo wezenlijk is dat ‘alle mensen’ die in Adam gestorven zijn, in Christus worden gered.”8

Gerelateerde types

  • Verbonden: pascha (Christus als Paaslam verbindt Adam-type met Laatste Adam via 1Kor. 15:45)
  • Via getalsymboliek: 2 (twee Adam-figuren als structuurprincipe: eerste/tweede, oud/nieuw)

Voetnoten

Footnotes

  1. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles), hfst. 1 — typologisch hermeneutisch principe.

  2. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles), hfst. 1 — Laatste Adam als Tweede Mens.

  3. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles), hfst. 5 — levenwekkende adem na opstanding (Joh. 20:22).

  4. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles), hfst. 7 — identificatie met Laatste Adam (1Kor. 15:45, 48).

  5. Jones, b1 (Creation’s Jubilee), hfst. 9 — imputatieleer: aansprakelijkheid, niet zondenaard.

  6. Jones, b1 (Creation’s Jubilee), hfst. 9 — parallelimputatie van gerechtigheid.

  7. Jones, b1 (Creation’s Jubilee), hfst. 9 — Rom. 5:18 als typologisch sluitstuk.

  8. Jones, b1 (Creation’s Jubilee), hfst. 9 — universele verlossing via Adam–Christus-type.