Syllogismus

Weglating van de conclusie

Syllogismus is de figuur waarbij de premissen van een argument worden gegeven maar de conclusie wordt onderdrukt — niet omdat zij onbekend is, maar omdat zij door de lezer zelf moet worden getrokken. Bullinger plaatst haar onder de figuren van weglating: hier wordt geen woord weggelaten zoals bij Ellipsis en geen betekenis-laag zoals bij Meiosis, maar een héle logische trap. De rhetorische winst is paradoxaal: de niet-uitgesproken conclusie spreekt luider dan de uitgesproken premisse.

Etymologie

Grieks συλλογισμός (syllogismos), “een tezamen-rekening”, afgeleid van σύν (syn, “tezamen”) + λογίζεσθαι (logizesthai, “rekenen”). Vanhier komt ook ons woord logica. De gewone logische vorm omvat drie proposities: een major-premisse, een minor-premisse, en de conclusie die daaruit volgt. Bullinger geeft de figuur deze naam juist omdat zij die regel — wettig en doelbewust — schendt. De Romeinen noemden haar significatio (omdat iets wordt aangeduid zonder uitgesproken te worden) en emphasis (vanwege het onderstreepte gewicht dat de niet-uitgesproken conclusie verkrijgt).

Definitie

De figuur werkt door logisch-rhetorische incompletie. De spreker stelt feiten of premissen vast en houdt op vóór de conclusie — de toehoorder moet de stap zelf voltrekken. Het effect is verwant aan dat van Aposiopesis (stilzwijgende afbreking) maar logisch in plaats van emotioneel: niet een gedachtelijn wordt afgekapt, maar een redenering wordt opzettelijk onvoltooid achtergelaten, opdat de implicatie scherper landt dan een uitspraak vermocht had.

Bijbelvoorbeelden

  • 1 Sam. 17:4-7 — De beschrijving van Goliath’ wapenuitrusting wordt gegeven; de lezer moet zelf de conclusie trekken hoe enorm zijn kracht moest zijn.
  • Jes. 2:3-4 — “Want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten onder de heidenen en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden en hun spiesen tot sikkels”. De feiten worden gesteld; de conclusie over de wonderlijke uitwerking van dit Woord — datzelfde Woord waardoor hemel en aarde geschapen werden — moet de lezer zelf voltrekken: vrede en welvaart over de volken.
  • Jes. 4:1 — “En te dien dage zullen zeven vrouwen één man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn; laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, om onze smaadheid weg te nemen”. Dit is conclusie van hoofdstuk 3 (vanaf vers 18, de straf over de hoogmoed van de “dochteren Sions”): de lezer moet de gewichtige conclusie trekken — hoe groot moet de verwoesting zijn dat het wettelijk recht op huwelijk wordt opgegeven.
  • Jes. 49:20 — De grootheid van Sions zegen en welvaart wordt getoond door de feiten in vers 18-21; de conclusie blijft onuitgesproken.
  • Matt. 10:30 — “Maar ook de haren uws hoofds zijn alle geteld” — d.w.z. dáárom hoe oneindig moet de kennis van onze “Vader” zijn! Hoe zou ik Hem dan niet vrezen!
  • Matt. 24:20 — “Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat”. De geïmpliceerde conclusie: dán zouden uw bezwaren en nood zo groot worden dat geen tong ze beschrijven kan.
  • Luc. 7:44 — “Gij hebt Mij geen water tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt en met het haar haars hoofds afgedroogd”. Wat geïmpliceerd wordt: hoe veel groter is haar liefde dan de uwe! Vgl. vers 45-46.
  • 1 Kor. 11:6 — “Indien de vrouw niet gedekt is, zo laat ze ook geschoren worden”. Maar zij is niet geschoren; daarom is de conclusie: laat haar bedekt zijn.
  • 2 Tess. 3:10 — “Indien iemand niet wil werken, hij ete ook niet”. De conclusie moet worden aangevuld: elk mens moet eten; daarom moet elk mens werken — de tekst bedoelt niet dat letterlijk eten van iemand wordt onthouden.

Verwante stijlfiguren

  • enthymema — de tegenfiguur: bij Enthymema wordt juist één of beide premissen weggelaten en de conclusie wel uitgesproken
  • aposiopesis — verwante onvoltooiing, maar emotioneel-rhetorisch in plaats van logisch
  • ellipsis — verwante figuur waar woorden, niet conclusies, ontbreken

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 165-166.