14 (Veertien)
Veertien is in het corpus het getal van bevrijding en verlossing. Bullinger legt de nadruk op de samengestelde betekenis: veertien = 2 × 7, dubbele voltooiing. Jones benadert het primair via de Hebreeuwse letters Jod-Dalet (“hand van de deur”): het beeld van bevrijding uit gevangenschap door het openen van een deur. Het Pascha-lam gedood op de veertiende dag is voor beide auteurs het centrale bijbelse anker.
Bijbelse verwijzingen
| Verwijzing | Context |
|---|---|
| Ex. 12:6 | Pascha-lam geslacht op de veertiende dag van de eerste maand |
| Matt. 1:17 | Veertien geslachten van Abraham tot David; veertien van David tot de ballingschap; veertien van de ballingschap tot Christus |
| Hand. 27:33-34 | Schipbreuk: op de veertiende dag eten Paulus en de bemanning |
| 1Pet. 1:19 | Heilig (ἅγιος) in 1 en 2 Petrus: veertien maal (2 × 7) |
Symboliek in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger beschrijft veertien als dubbele voltooiing (2 × 7) en verbindt het aan bevrijding en heil. Hij documenteert het patroon in de geslachtsregisters: het Hebreeuws tol’doth (“geslachtsregister”) verschijnt veertien maal in de Bijbel — dertien maal in het Oude Testament en eenmaal in het Nieuwe. Het woord “heilig” (ἅγιος) in de brieven van Petrus (1 en 2 Petrus tezamen) telt veertien maal; het woord “wee” in de Openbaring eveneens veertien maal. 1
Stephen E. Jones
Jones leest veertien via de Hebreeuwse letter-combinatie Jod-Dalet: “de hand (uitwerking) van de deur. Het beeldt een bevrijding of verlossing uit de gevangenis af met het openen van de deur.” Israëls bevrijding uit Egypte door het Pascha-lam op de veertiende dag staat centraal. Jones voegt hieraan toe: Paulus’ schip werd gered op de veertiende dag van de storm (Hand. 27:33-34) — hetzelfde patroon van verlossing na nood, op de veertiende dag. 2
Samengesteld gebruik
Bullinger behandelt veertien expliciet als 2 × 7 (twee niveaus van goddelijke voltooiing), wat de verlossende werking verdubbelt ten opzichte van zeven. 1