Watchman Nee / Witness Lee — Soteriologie

b8 — The Life That Wins


Verlossing en behoudenis

Het leven dat overwint is niet verkregen door eigen inspanning, maar ontvangen. Het is niet een leven dat veranderd is, maar een leven dat uitgewisseld is. Het is niet onderdrukking, alleen uitdrukking. Het is eerlijk gezegd niet in jezelf, omdat het in Christus is die in jou leeft.

“Bezorgd ben je over de soort van christelijk leven die je leidt? Ben je zo vreselijk gefaald in je streven naar overwinning dat je uitroept: ‘Ellendig mens die ik ben! wie zal mij verlossen…?’ (Rom. 7:24) Wees verzekerd dat je verlossing nabij is: ‘God zij dank door Jezus Christus onze Heere’ (vs.25).” — Watchman Nee, The Life That Wins, Translator’s Preface

“Het leven dat God geeft en jij ontvangt op het moment dat je gelooft in Zijn Zoon Jezus Christus is zulk een leven. Het is een leven dat de zonde overwint, innige gemeenschap met God verschaft, en vol van voldoening en kracht is.” — idem

Interpretatie: Verlossing is meer dan alleen redding van straf — het is ontvangst van een nieuw leven dat zonde overwint.

Matth. 1:21 — Jezus redt Zijn volk van hun zonden:

“Zij zal een Zoon baren, en gij zult Hem heten Jezus; want Hij is het, die zijn volk zal verlossen van hun zonden.” (Matt. 1:21) — idem, p. 22 (Engelse editie p. 564)

Dit onderscheidt een reddingsvest (blijven in de zonde) van een reddingsboot (volledig uit de zonde gehaald):

“Een reddingsvest is anders dan een reddingsboot. Wanneer een persoon in zee valt, grijpt hij de reddingsvest die naar hem gegooid is. Dus zinkt hij niet; toch komt hij ook niet uit het water. Hij blijft in een toestand van noch levend noch dood. Een reddingsboot echter is iets heel anders. De persoon die in zee gevallen is, kan in de reddingsboot getrokken worden en uit het water gehaald worden. Op gelijke wijze: de verlossing van onze Heere kan niet gelijkgesteld worden aan die van een reddingsvest, maar aan die van een reddingsboot.” — idem, p. 22-23

Hand. 3:26 — Verlossing is bevrijding van ongerechtigheden:

“God heeft [Zijn] Dienaar verwekt, en heeft Hem tot u gezonden om u te zegenen, door een ieder van u af te wenden van uw ongerechtigheden.” (Hand. 3:26) — idem, p. 26

“Het minimum van een christen zijn is bevrijd te zijn van zonde. Wat hij ook weet dat zonde is, moet overwonnen worden.” — idem


Rechtvaardiging en genade

Rom. 6:14 — Genade overwint de wet:

“De zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Rom. 6:14) — idem, p. 27

“Onder de wet betekent dat God van de mens vergt om voor Hem te werken. Onder de genade betekent dat God voor de mens werkt. Als wij werken voor God, zal de zonde over ons heersen. De bezoldiging van onze werken is dat de zonde over ons regeert. Maar als God voor ons werkt, zal de zonde niet heersen over ons.” — idem, p. 28

Interpretatie: Genade betekent dat God werkt in plaats van menselijke inspanning.

1 Kor. 1:30 — Christus is onze rechtvaardiging, heiligmaking én verlossing:

“Uit Hem is gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid uit God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing.” (1 Kor. 1:30) — idem, p. 31

“Gods manier is nooit om te repareren, noch om te veranderen, maar om uit te wisselen.” — idem, p. 39


Heiligmaking

1 Thess. 5:23 — Volledige heiligmaking:

“De God des vredes Zelf sanktificeer u geheel; en moge uw geest en ziel en lichaam geheel bewaard worden, zonder berisping, bij de komst van onze Heere Jezus Christus.” (1 Thess. 5:23) — idem, p. 31

“Dit is het gebed van de apostel Paulus voor de Thessalonicensen gelovigen. Omdat hij bad ‘sanktificeer u geheel’, is het duidelijk dat volledig gesanktificeerd worden mogelijk is en dat ‘geheel bewaard worden, zonder berisping’ ook mogelijk is.” — idem

Ef. 2:10 — Goede werken als vrucht van heil:

“Want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” (Ef. 2:10) — idem, p. 31


Participatie in Christus’ dood en opstanding

Rom. 6:3-4 — Doop in Christus’ dood:

“Weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen.” (Rom. 6:3-4) — idem, p. 27

Gal. 2:20 — Gekruisigd met Christus, Christus leeft in mij:

“Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, leef ik in het geloof van den Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” (Gal. 2:20) — idem, p. 36

“Overwinning is in wezen een uitgewisseld leven, niet een veranderd leven. Overwinning is niet dat ik veranderd ben, maar veeleer dat ik uitgewisseld ben. De betekenis van deze tekst is: het leven waarover gesproken wordt is een uitgewisseld leven. In wezen is het niet meer ik, want het heeft absoluut niets met mij te maken. Het is niet dat het slechte ik het goede ik is geworden, of het onreine ik veranderd is tot het reine ik. Het is eenvoudig ‘niet ik’.” — idem, p. 36

Interpretatie: Soteriologisch central: unie identiteit is “niet ik, maar Christus in mij” — dit geldt voor heel de heilsorde (rechtvaardiging, heiligmaking, overwinning).

Rom. 6:1-2 — Dood aan zonde:

“Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zouden wij daarin nog leven?” (Rom. 6:1-2) — idem, p. 27


Overwinning van zonde (victorie)

Rom. 8:1-2 — Geen veroordeling, wet van de Geest:

“Zo is er dan nu geen veroordeling voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen. Want de wet van den Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.” (Rom. 8:1-2) — idem, p. 28

Rom. 8:35-37 — Meer dan overwinnaars:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Zal verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? … In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad.” (Rom. 8:35, 37) — idem, p. 30

“Overwinning is de normale ervaring van een christen; nederlaag is abnormaal.” — idem, p. 30

1 Kor. 15:57 — God geeft de overwinning:

“Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.” (1 Kor. 15:57) — idem, p. 40

“Overwinning is iets wat God bereid heeft om ons te geven. Onze overwinning wordt vrij verkrogen, niet verkregen door zelfinspanning.” — idem

Interpretatie: Overwinning is een geschenk (gift), geen beloning voor werken.

Rom. 7 vs Rom. 8 — Wet vs genade-ervaring:

“Romeinen 6 is de objectieve waarheid, terwijl Romeinen 7 de subjectieve ervaring is. Romeinen 6 is feit, terwijl Romeinen 7 ervaring is. Vele christenen van vandaag kennen Romeinen 6 heel goed. […] Toch is onze ervaring dikwijls als die in Romeinen 7.” — idem, p. 41


Geloof en genade

Joh. 7:37-38 — Stromen levend water:

“Jezus stond en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijk de Schrift gezegd heeft, uit zijn binnenste zullen rivieren van levend water vloeien.” (Joh. 7:37-38) — idem, p. 25

“Onze Heere Jezus zegt dat Hem hebben genoeg is, maar wij zeggen dat Hem hebben nog steeds niet genoeg is — wij willen nog steeds andere dingen om ons tevreden te stellen. […] De Heere schrijft nooit een cheque met onvoldoende dekking. Hij geeft wat Hij zegt dat Hij geeft.” — idem, p. 25

Interpretatie: Geloof is niet werk, maar ontvangst van Gods gave.


Overgave (yielding) en geloof

Gal. 2:20 — Voorwaarde voor overwinning:

“Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.” (Gal. 2:20) — idem, p. 53-54

De eerste voorwaarde om in dit leven in te gaan is: “Ik ben met Christus gekruisigd.” Dit betekent dat wijzelf moeten uitgaan en loslaten:

“Wij belijden dat zodra wij in de Heere Jezus geloven, Hij komt om in ons te leven. ‘Weet gij niet wat u aangaat, dat Jezus Christus in u is? tenzij dan dat gij misschien verwerpelijk zijt’ (2 Kor. 13:5). […] De kwestie vandaag is niet of gij Christus in u heeft, want op het moment dat gij geloofde, kwam Christus inderdaad om in u te leven. Neen, de kwestie is dat gij moet uitgaan. Zodra gij, de zondige, uitgaat van het samenleven met Hem Die zondeloos is, zal alles goed zijn. Vandaar, de eerste voorwaarde is dat gij moet uitgaan.” — idem, p. 55

Interpretatie: Overgave is het erkennen van Gods oordeel over de oude mens (kruis als Gods oordeel: “dood”):

“De kruis drukt Gods wanhoop over mensen uit! Het kondigt Zijn hoopeloosheid jegens mensen aan! Het is Gods manier van zeggen dat Hij ons niet kan repareren of verbeteren, Hij kan ons alleen kruisigen.” — idem, p. 57


Zekerheid van behoud en volharding

Rom. 8:35-37 — Niets kan scheiden van Christus’ liefde:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? […] In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad.” (Rom. 8:35, 37) — idem

“Dank zij God, Die ons altijd in de triomf in Christus leidt, en de reuk van Zijn kennis in elk plaats openbaar maakt.” (2 Kor. 2:14) — idem, p. 30

1 Joh. 5:4-5 (impliciet via “overwinnaar” thema): Nee benadrukt dat overwinning een feit is voor al die in Christus zijn, niet alleen voor “speciale” christenen.


Samenvatting: Het leven dat overwint

Het leven dat overwint is:

  1. Een uitgewisseld leven (Gal. 2:20) — niet ik, maar Christus
  2. Een geschenk, geen beloning (1 Kor. 15:57) — vrij ontvangen
  3. Onmiddellijk, niet geleidelijk — verkregen, niet verkregen door inspanning
  4. Een uitgedrukt leven, niet onderdrukt — Christus wordt zichtbaar
  5. Een wonder — God werkt, niet menselijk streven

“Victorie is eigenlijk een remediale facet aan de verlossing. Dit is zo omdat op het tijdstip van onze verlossing, iets ontbrak — toch niet aan Gods kant; want Hij geeft ons nooit een leven dat een dwaalleven leidt: Hij wil dat wij volle verlossing hebben.” — idem, p. 33

“Het leven dat de Heere voor ons bestemd heeft, is er een van ongeschaduwd gemeenschap met Hem, van het doen van Gods wil, en van totale losmaking van alle tegenstrijdige dingen. Iedere christen is absoluut in staat om zonden van de geest, lichaam, vlees en geest, onze tegenstrijdige karakter, ongeloof, en zelfs de liefde voor zonde te overwinnen.” — idem, p. 18