Cees en Anneke Noordzij — Soteriologie
b8 — Jezus’ wondertekenen in het Johannes-evangelie
Verzoening en het priesterschap van Christus
In het derde teken (de genezing in Bethesda) onderstreept Noordzij dat Jezus Zijn redderwerk als hogepriester volbrengt. De dag waarop Jezus de verlamde man genas was de grote verzoendag (Lev. 16:29-31): “Dan doet de hogepriester verzoening over het heiligdom, om de onreinheden van het volk, om hun overtredingen en al hun zonden” (Lev. 16:16, 30). Noordzij merkt op dat dit een “ongelooflijk heerlijke dag” is.
De typologische betekenis is voor Noordzij centraal: “Wij hebben een hemelse hogepriester, Jezus, die universeel de verzwakte mens in Bethesda opricht door het Woord dat Hij spreekt.”1 De genezing is niet alleen fysiek; het is het teken van de verzoening die Christus volbracht. De “achtendertig jaar” van de invalide verwijst naar Israëls veertig jaar woestijnwandeling als gevolg van ongeloof (Deut. 2:14).
Verlossing van het lichaam
In het teken van de zoon van de hoveling — waar Jezus “Uw zoon leeft” spreekt in profetische tegenwoordige tijd — ziet Noordzij de belofte van volledige verlossing. Hij citeert Rom. 8:23: “We zuchten nog bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.” Dit gaat verder dan alleen genezing; het is de volledige verlossing die in de komende aon gerealiseerd zal worden.
Noordzij voorspelt: “Er komt genezing van alle inwendige strijd! Er komt volledige verlossing!” (Openb. 14:3-4, Jes. 62:12).2 De verlossing omvat zowel de innerlijke strijd als de uiteindelijke bevrijding van het lichaam.
Verrijzenis en de eerstgeborene van velen
In het zevende teken — de opwekking van Lazarus — ziet Noordzij de eschatologische dimensie van het verlossingswerk. Lazarus is “een beeld van de volheid van Christus, van Zijn Lichaam van vele zonen.” Jezus wekt Lazarus op en zegt: “Kom naar buiten” (Joh. 11:44). Dit is een type van de algemene verrijzenis.
Noordzij citeert Rom. 8:29: “Jezus is de eerstgeborene van vele broeders.” Het hele Lichaam van Christus zal op dezelfde wijze bevrijd worden: “Ja, het hele lichaam van Christus zal volkomen worden bevrijd van alle banden van de dood.” Dit verwijst naar Joh. 5:28-29: “Er komt een tijd, dat allen die in de graven zijn, naar Mijn stem zullen horen en ze zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.”3
Goddelijke autoriteit en verkiezing
In het teken van Jezus die over het water gaat (teken 5), introduceert Noordzij voorzichtig het thema van Goddelijke voorbeschikking: “De tijd is nabij, dat de Heer volmacht zal geven aan ‘de Zijnen’ om op de ‘wateren van beneden’ te lopen” (Rom. 8:29-30). Dit suggereert een verbinding tussen Gods voorbeschikking (Rom. 8:29-30) en de bevrijding van Zijn uitverkoren volk.